'Der kleine Stinker' krijgt een sokkel

ROTTERDAM, 23 JUNI. 'Der kleine Stinker', 'Geh-Hilfe', 'Puddingtank', 'Duroplastikbombe' ofwel de Trabant - de Oostduitse volksauto van weleer - krijgt volgend jaar een standbeeld. Het model komt te staan in het Saksische Zwickau, de geboorteplaats van de Trabi, in de Oostduitse propaganda ooit bekend staand als de 'Legende auf Radern'.

De fanclub van de Trabant, die dit weekeinde bijeen was in Zwickau, heeft gekozen voor het model van de Duitse beeldhouwer Berthold Dietz. Hij zal een stenen Trabant op ware grootte op een sokkel plaatsen, waarbij een moeder op de motorkap de nauwe band tussen mens en machine symboliseert.

De vierde internationale meeting van Trabant-rijders trok meer dan 30.000 bezoekers. De eigenaren verzamelden zich op het vliegveld van de stad, waar meer dan duizend autootjes te zien waren.

Op 30 april '91 was het gedaan met de Trabant, daags voor de eerste Duitse viering van 1 mei sinds de eenwording op 3 oktober 1990. Van de sinds 1957 in de Sachsenring-Werke geproduceerde DDR-auto zijn in totaal rond 3 miljoen exemplaren gemaakt. De laatste - een rose - ronkte rechtsstreeks in de richting van het bedrijfsmuseum. Die laatste was identiek aan het model dat in 1964 werd gepresenteerd. Sinds 1974 werd de Trabant niet meer naar Nederland geëxporteerd.

De levertijd van de Trabant, het Duitse woord voor 'kamaraad', voor DDR-burgers varieerde indertijd van 10 tot 15 jaar. Zo lang moest de klant vaak ook sparen, want het wagentje met zijn kunststof-carrosserie - van katoenvezel, papier en hars - en een milieu-onvriendelijke tweetakt motor van 26 pk kostte ongeveer 8.000 Oost-mark. De Oostduitser verdiende gemiddeld 500 mark per maand. Ondanks dat torenhoge bedrag is de Trabant altijd ver beneden de kostprijs verkocht. Sinds de Duitse eenwording legde het Berlijnse Treuhand-instituut een bedrag van 3.000 D-mark per auto op tafel. In Zwickau is een groot deel van het personeel dadelijk overgestapt naar Volkswagen, dat begin negentig meteen met de bouw van nieuwe productiehallen voor de Polo en de Golf begon.

De Trabant maakte vooral in zijn nadagen furore - in 1989 - toen hij dagelijks op alle televisie-schermen op de wereld te zien was. Het was de trouwe metgezel van DDR-burger die voor de vrijheid koos. Omgeven door een blauwe walm pruttelden de Trabantjes in het licht van felle schijnwerpers de Hongaars-Oostenrijkse grens en later die tussen Oostenrijk en Tsjechoslowakije over. De bestuurder maakte steevast het V-teken naar de fotografen die uit alle hoeken van de wereld waren toegestroomd. De Trabant was ook het vehiculum van de vrijheid bij de legendarische intocht in West-Berlijn, toen de muur was gevallen, nog voordat de officiële regeringsleiders het goed en wel in de gaten hadden. Bloemen en repen chocolade werden door zijn geopende ramen naar binnen geworpen.