De weigeryup: celstraf voor een verdwijntruc

De dienstplicht is afgeschaft, maar leeft voort in justitiële dossiers. Enkele honderden ex-dienstplichtigen wacht een celstraf van zeven maanden omdat ze uit opportunisme weigerden op te komen. De eerste belandde begin deze maand in de gevangenis. De korte geschiedenis van 'de weigeryup'.

Twee jaar geleden weigerde een 26-jarige ingenieur uit Tiel in militaire dienst te gaan. Evenals honderden anderen had hij geen zin voor het landsbelang zijn carrière te onderbreken. Sinds 2 juni jl. zit hij gevangen in Heerhugowaard. De militaire rechtbank in Arnhem, later gevolgd door het hof en de Hoge Raad, veroordeelde hem tot zeven maanden onvoorwaardelijk, de standaardstraf voor totaalweigeraars. De man dacht tot het laatst dat het wel los zou lopen en lichtte zijn familie en werkgever pas in toen hij vastzat. Hij werd op staande voet ontslagen.

Drie weken lang zag het ernaar uit dat hij als eerste en wellicht enige 'weigeryup' de zeven maanden straf daadwerkelijk uit moest zitten. “Ik had iedere dag hoofdpijn”, aldus de man, die niet met zijn naam in de krant wil, per telefoon vanuit de gevangenis. “Als ik hier zeven maanden moest zitten zou ik gek worden.” Sinds eind vorige week weet hij dat hij op 2 juli voorlopig vrijkomt. Minister Sorgdrager (Justitie) heeft het schorsingsverzoek ingewilligd dat zijn advocaat tegelijk met een gratieverzoek had ingediend. De man heeft al contact opgenomen met zijn werkgever. Die is bereid te praten over terugkeer.

De dienstplicht behoort al bijna een jaar tot het verleden, maar de weigeryup leeft voort in de ordners van rechters, advocaten en officieren. Vandaag staan er bij de militaire rechtbank in Arnhem weer negentien terecht. In totaal hebben circa negenhonderd mannen tussen september 1992 en februari 1996 (toen de opkomstplicht werd afgeschaft) geweigerd zich in het legergroen te hullen. Omdat hun motieven eerder economisch dan ideëel waren, stonden ze al snel bekend als 'weigeryuppen'. Een paar honderd van hen werden later alsnog afgekeurd, toch erkend als gewetensbezwaarde, gingen vrijuit wegens vormfouten van justitie of kozen alsnog voor militaire dienst. Enkele tientallen zijn veroordeeld tot zeven maanden, maar hebben nog geen oproep van de gevangenis ontvangen. Bij het openbaar ministerie in Arnhem liggen nog 265 niet afgesloten dossiers.

De ingenieur uit Tiel is de onfortuinlijkste aller weigeryuppen. Volgens zijn advocaat B. Martens is het goed mogelijk dat hij uiteindelijk de enige zal blijken te zijn die een gevangenis van binnen krijgt te zien. Het politieke draagvlak van celstraf voor weigeryuppen is niet groot, bleek na zijn gevangenneming. Op 3 juni liet Sorgdrager de Eerste Kamer weten eigenlijk geen heil te zien in het bestemmen van “een kostbare cel” voor weigeryuppen, relicten uit een voorbije tijd. De minister zei meer te voelen voor omzetting van de straf in dienstverlening. Dit is echter alleen mogelijk bij een vonnis van zes maanden in plaats van zeven, wat een zaak is van de rechter en niet van de regering. Sorgdrager kondigde aan in elk geval met het openbaar ministerie te gaan overleggen over verlaging van de eis tot zes maanden.

Als de ingenieur op 2 juli vrijkomt heeft hij precies een maand gevangen gezeten. Dat effent volgens zijn advocaat de weg voor een gedeeltelijke gratie: omzetting van de resterende zes maanden in 240 uur dienstverlening. Martens, die zo'n driehonderd weigeryuppen in zijn clientèle heeft, sluit niet uit dat ook de overige veroordeelden deze weg zullen gaan. Een andere mogelijkheid is dat ze gratie krijgen voor een maand plus dienstverlening, zodat ze helemaal niet in de cel belanden. Martens vermoedt dat de ingenieur te vroeg gevangen is genomen, namelijk al voordat Justitie besloot wat er met weigeryuppen moest gebeuren. Zijn vrijlating op 2 juli is in elk geval een puur politiek oordeel, stelt hij. “Sorgdrager zou het besluit hebben genomen op grond van de stukken die ik heb overlegd. Nou, daar stonden heus geen persoonlijke omstandigheden in die noopten tot schorsing.”

De korte, stormachtige geschiedenis van de weigeryup begint in 1981. Een paar juristen ontdekken dat het zeer eenvoudig is met behulp van de Wet gewetensbezwaren dienstplichtigen niet alleen uit militaire dienst te houden, maar ook te vrijwaren van vervangende dienst. Een onwillige dienstplichtige moet hiervoor bij de Commissie Gewetensbezwaren een bezwaar opgeven dat wel plausibel klinkt, maar net niet overtuigend genoeg is. “Op grond van de jurisprudentie was dat makkelijk te voorspellen”, zegt R. van Dijk van het Haags Juristen College, dat jarenlang grossierde in dit soort zaken. “Je zei bijvoorbeeld dat je het niet kon verdragen dat de natuur op Vlieland werd aangetast door militaire oefeningen, of dat de belastingbetaler op moest draaien voor de hoge kosten van Defensie.”

Als alles goed ging resulteerde dit niet in erkenning als gewetensbezwaarde plus vervangende dienstplicht. Maar wel kreeg de weigeryup dankzij de procedure die daarop volgde al snel tweeënhalf jaar uitstel. In die periode kon er gemakkelijk iets gebeuren waardoor de dienstplichtige alsnog werd afgekeurd of (voorlopig) vrijgesteld, zoals de ontwikkeling van een kwaal of het volgen van een studie. Was dit niet het geval, dan volgde een herhaling van de procedure. Vaak was twee keer genoeg. Martens: “Blijkbaar kwamen ze dan bij Defensie op een speciale lijst terecht, want meestal kregen ze bericht dat ze buitengewoon dienstplichtig waren.”

De verdwijntruc werd een commercieel succes. Dagelijkse advertenties in kranten ('Dienstplichtig? Het Haags Juristen College helpt bij het verkrijgen van vrijstelling') resulteerden in een grote toeloop van calculerende dienstplichtigen: Van advocaten, artsen en accountants tot magazijnbedienden, automonteurs en boeren. Ook in andere steden schoten de gespecialiseerde bureaus uit de grond. Van Dijk schat dat zijn kantoor in totaal zo'n zesduizend mannen bij het dienstweigeren heeft geholpen. Het Haagse collectief rekende daarvoor 450 gulden per jaar. Het Leids Juristencollectief, dat inmiddels niet meer bestaat, had een ander idee over de waarde van zijn adviezen en vroeg 3.500 gulden. Van te voren moest de cliënt een contract ondertekenen dat hem verplichtte tot betaling. Martens: “Een vriendje van mij had dat bedrag betaald en werd anderhalve maand later buitengewoon dienstplichtig verklaard. Dat was een beslissing van Defensie, daar hadden die juristen absoluut geen werk aan gehad. Maar het geld was hij kwijt. “Het contract was waterdicht, ik kon er niets tegen doen.”

Jarenlang konden de juristencollectieven ongestoord hun gang gaan. Pas in 1992, als de afschaffing van de dienstplicht al volop wordt besproken, besluit minister Ter Beek van Defensie dat het zo niet langer kan. “Het was Defensie gebleken dat het aantal beroepen op de Wet gewetensbezwaren sterk was toegenomen en dat ze wel erg op elkaar leken”, aldus een woordvoerder van het ministerie. Vanaf 1 september 1992 krijgt iedereen die de procedure eenmaal heeft doorlopen en niet is erkend, te maken met een lik-op-stukbeleid. Zij moeten zich melden bij de Kolonel Palmkazerne in Bussum, waar hun hernieuwde gewetensbezwaar ter plekke wordt behandeld. Bij afwijzing volgt een bevel tot onmiddellijke indiensttreding. Ongeveer zestienhonderd weigeryuppen ondergaan in de jaren daarna deze behandeling. J. Eskes (27), productiemedewerker in een verenfabriek: “We moesten met zestig man tegelijk in de kazerne komen. Aan het eind van de dag kregen we te horen: Jullie moeten toch in dienst en hier is je groene pak.” Wie dat niet aantrok, zoals Eskes, werd door de marechaussee naar het politiebureau in Bussum gebracht. “De politie lachte zich een breuk toen ze ons zagen. Na vier uur zeiden ze: Gaan jullie maar naar huis, anders hebben we geen plaats voor de echte criminelen.” In de vier jaar dat de Bussumse procedure bestaat, kiezen ongeveer zevenhonderd mannen eieren voor hun geld, de rest blijft weigeren.

Eskes, die tot nu toe ruim 4.500 gulden betaalde om uit dienst te blijven, wacht nu op een oproep tot zitten. Hij vindt dat “belachelijk”. “Kluivert rijdt een man dood en krijgt er tweehonderd uur voor, en ik moet zeven maanden zitten omdat ik dienst weiger.” Persofficier A. Besier van de militaire rechtbank vindt de zware straf terecht. Hij is ook geen voorstander van omzetting in werkstraf. “De een negen maanden in dienst, de ander 240 uur onbetaalde arbeid. Dat is wel een erg groot verschil.” De afschaffing van de dienstplicht verandert daar niets aan, meent hij. “Het gedrag heeft zich een aantal jaren geleden afgespeeld, ja. Maar doordat zij niet in dienst gingen, moesten anderen in dienst. Dat mag je niet belonen, dan ontstaat rechtsongelijkheid.” De Hoge Raad heeft tot nu toe de meeste weigeryuppenvonnissen bekrachtigd.

C. Geerts (25) uit Roosendaal is vooralsnog door het oog van de naald gekropen. Hij moest zich een week geleden melden bij de gevangenis in Heerhugowaard en zou dan de tweede weigeryup achter de tralies zijn. Maar volgens Geerts is het vonnis van de rechtbank nooit bij hem aangekomen, zodat hij niet de kans heeft gekregen in beroep te gaan. Op grond hiervan tekende zijn advocaat bezwaar aan. Nu heeft Geerts toch weer uitstel gekregen.

Geerts vindt zichzelf geen weigeryup in de ware zin des woords. “Ik heb wel een auto enzo, maar ik ben geen manager, ik ben gewoon een pijpfitter.” Zijn baan was wel de reden dat hij niet in dienst wilde. “Een beetje voor zeshonderd gulden in de maand bevelen op gaan volgen, dat zag ik niet zitten. En het enige wat de jongens die wel gingen hadden geperfectioneerd, was rondhangen, bier drinken en een beetje softdrugs roken. Dat zeiden ze zelf tenminste.”

De juristencollectieven trokken hun handen van de kwestie af toen ze na 1992 werden geconfronteerd met honderden rechtszaken. Omdat ze niet beschikten over eigen advocaten, verwezen ze hun cliënten door. Die waren dan plots wel veel meer geld kwijt, want het standaardtarief van een advocaat is driehonderd gulden per uur. De meeste weigeryups kwamen terecht bij de Leidse advocaat J. Versteegh (ongeveer 350) en de Hagenaar Martens (300). Martens is de collectieven dankbaar voor de broodwinning, maar hij vindt “het niet echt slim om mensen te adviseren een strafbaar feit te plegen”. Hij heeft een paar cliënten die de collectieven graag op hun beurt eens voor de rechter zouden slepen. “Ik denk dat je ze juridisch weinig kunt verwijten, helaas. Als je gebruik maakt van een adviseur is dat je eigen verantwoordelijkheid. Zo is dat gewoon.”

Van Dijk zegt nog geen boze telefoontjes te hebben ontvangen van ex-cliënten. Hij vindt niet dat hem iets te verwijten valt. “We hebben altijd gezegd dat er een miniem risico was dat het fout ging. Maar als van de zesduizend jongens die wij hebben geadviseerd er uiteindelijk maar vijftig achter slot en grendel verdwijnen, dan hebben die zesduizend een goede beslissing genomen.” Van Dijk meent dat niet hij, maar Defensie schuldig is aan het uitlokken van een strafbaar feit. “Ze gaven een dienstbevel waarvan ze van tevoren wisten dat het zou worden geweigerd.”

De gevangen weigeryup uit Tiel koestert geen wrok tegen zijn voormalige adviseurs. De woede over zijn lot richt zich vooral op de Nederlandse staat. “Je wordt hier behandeld als een crimineel, ze maken geen uitzondering. Als je binnenkomt worden vingerafdrukken gemaakt, wordt je foto genomen en krijg je een nummer. Ik vind dat ze me op zijn minst in een open kamp hadden kunnen zetten. Dan kun je in het weekend naar huis.”