DE RISICO'S VAN EEN SOFTBALCOACH

Ex-honkballer Craig Montvidas is bondscoach van de nationale softbalploeg. Hij accepteerde de functie op voorwaarde dat hij geheel op eigen wijze te werk kon gaan. Op de Haarlemse Softbalweek richtte hij zich vorige week in een brief tot het publiek: 'U bent vóór ons of tegen ons'.

De toeschouwers die 14 juni het Noordersportpark in Haarlem betraden, moeten elkaar verbaasd aangekeken hebben. Behalve het programmaboekje kregen ze op de openingsdag van de Softbalweek ook een brief in handen gedrukt. Afzender: Craig Montvidas, sinds oktober van het vorig jaar bondscoach van de Nederlandse vrouwenploeg.

Onder de kop You are either with us, or against us (u bent vóór ons of tegen ons) liet Montvidas het publiek weten dat het van de nationale ploeg in Haarlem geen softbal van wereldniveau hoefde te verwachten: 'Onze ervaring, of beter gezegd het gebrek daaraan, zal ongetwijfeld een probleem zijn tijdens dit toernooi.' De coach schreef verder onder meer dat 'het zo eenvoudig is negatief te zijn' en riep de toeschouwers dan ook op het sterk verjongde Nederlandse team te steunen.

De organisatie van de achtste en gisteren afgesloten Softbalweek was niet gelukkig met de brief van Montvidas. “Nederland is de publiekstrekker hier”, aldus een toernooimedewerker. “En dan laat notabene de bondscoach weten dat het publiek eigenlijk niets van Nederland hoeft te verwachten. Waarom zouden ze dan nog komen?”

Een glimlach verschijnt op het gezicht van Montvidas wanneer hij wordt herinnerd aan die brief. Ja, zegt hij, zijn speelsters waren op de hoogte van de tekst. “De brief had namelijk twee doelen. Aan het altijd kritische Nederlandse publiek uitleggen hoe we met een nieuwe, onervaren selectie aan de slag zijn gegaan na de Olympische Spelen van vorig jaar in Atlanta. Het was een oproep om deze zeer jonge groep een kans te geven. Daarnaast hoopte ik dat de brief de druk van de speelsters zou halen, zodat ze vrijuit konden spelen.”

Dat laatste is volgens Montvidas gelukt, in vrijwel alle zes door Nederland gespeelde duels zag hij progressie in het spel van zijn speelsters en het team. Dat dit tot geen enkele overwinning in het sterk bezette toernooi leidde, vindt Montvidas “jammer, vooral voor de groep”, maar verder niet meer dan bijzaak. “Het ging hier om het leren, om het opdoen van ervaring.”

Montvidas (45) oogt met zijn helder blauwe ogen, blonde haren en gezonde blosjes op de wangen als een al wat oudere Hollandse polderjongen. Hij spreekt echter met een licht Amerikaans accent. Ruim twintig jaar geleden kwam hij als honkballer naar Nederland. In de VS had hij in de Minor-league gespeeld (de één na hoogste klasse), voor de Major-league was hij niet goed genoeg. Na zijn studie psychologie wilde hij, zoals hij het noemt, zijn volwassenheid nog even uitstellen. Vandaar dat hij inging op een aanbieding van Giants om een jaar in Nederland te komen spelen. Met uitzondering van een seizoen honkballen in Italië is hij nooit meer weggegaan.

In de loop der tijd speelde Montvidas ook voor Kinheim en HCAW. Tien jaar geleden stopte hij als speler en werd hij coach van HCAW, zowel van de honkballers als de softbalsters. Omdat de mentaliteit van vrouwen hem meer fascineerde, stopte hij met het coachen van mannen. “Vrouwen zijn emotioneler dan mannen. Daardoor zijn ze lastiger om te coachen. Ooit zei een volleybalcoach: 'Zes mannen die elkaar klootzakken vinden, kunnen als team toch een topprestatie leveren. Als vrouwen niet met elkaar overweg kunnen, spelen ze ook niet goed samen.' Daar ben ik het volledig mee eens. Vrouwen zoeken naar gezelligheid, maar topsport is per definitie niet gezellig. Wanneer je als man een vrouwenploeg coacht, moet je ook constant een evenwicht vinden tussen emotionele nabijheid en het nemen van afstand. Dat is een enorme uitdaging en geeft een extra dimensie aan het coachen”, zegt Montvidas, die als coach van de softbalsters van HCAW en Twins zeer succesvol is geweest.

Als bondscoach van de nationale softbalploeg is de Amerikaan de opvolger van Ruud Elfers. Onder zijn leiding plaatste Nederland zich voor de Spelen van vorig jaar. Elfers meende dat zijn formatie in Atlanta hoge ogen kon gooien, in de aanloop naar het olympisch toernooi sprak hij zelfs over medaillekansen. Dankzij een flinke financiële bijdrage van NOC*NSF kon de softbalploeg zich ook optimaal voorbereiden. Mentale training van mental coach Hans Susan maakte een belangrijk deel uit van die voorbereiding. Hij liet de softbalsters al lang voor aanvang van de Spelen tranen plengen door bij hen beelden op te roepen van een ceremonie protocollair waarbij het Wilhelmus werd gespeeld.

De grote nadruk op het mentale aspect zorgde ervoor dat de softbalsport in het algemeen en de nationale ploeg in het bijzonder meer aandacht kregen van de media dan ooit te voren. In Atlanta zelf was dat snel anders: de formatie van Elfers bakte er helemaal niets van en werd uiteindelijk zevende van de acht deelnemende landen.

Montvidas - in het dagelijks leven producer bij het NOS-journaal - kent uiteraard het 'olympisch verhaal' van de softbalploeg. In zijn brief aan het publiek in Haarlem verwees hij 'naar een groot aantal mensen, dat slechts zit te wachten op een kans om ons verhaal neer te sabelen'. Zoals dat ook na de Spelen met het verhaal van Elfers gebeurde.

Het verhaal van Montvidas is anders dan dat van Elfers, maar ook op zijn aanpak zijn kritische geluiden te horen. Waar Elfers in zijn drie jaar als bondscoach met een selecte groep voornamelijk toewerkte naar de Spelen, wil Montvidas een zo breed mogelijke selectie. Daarin moeten volgens hem ook jeugdige speelsters en speelsters die doorgaans net buiten de A-selectie vallen volop kansen krijgen hun kwaliteiten te tonen.

Na zijn aantreden gaf Montvidas vrijwel de volledige Atlanta-selectie een jaar vrijaf voor de nationale ploeg, omdat de speelsters volgens hem zowel fysiek als mentaal op adem moesten komen. Maar ook en vooral omdat hij jonge softbalsters de ruimte wilde geven zich in de nationale ploeg te profileren. “Met het oog op de toekomst. Daarnaast wilde ik ook dat de jongere garde de kans zou krijgen een stempel op de cultuur binnen de selectie te drukken. In plaats van aanpassen aan de bestaande cultuur van de Atlanta-gangers.”

Daarom verscheen Nederland - tot onvrede van vooral de toernooi-organisatie die minder publiek vreesde - in Haarlem met een jonge, onervaren ploeg. Daarom verschijnt Nederland - tot teleurstelling van enkele Atlanta-gangers die geen kans krijgen hun titel uit 1995 te verdedigen - eind deze maand op het EK in Tsjechië opnieuw met een grotendeels nieuwe, jonge en onervaren ploeg. Maar de eindklassering op het EK vindt Montvidas van ondergeschikt belang: de nationale top moet breder worden met het oog op de toekomst. Dat lijkt een risicovolle visie, sportcoaches worden doorgaans immers afgerekend op hun meest recente prestaties.

Toen hij voor de functie van bondscoach voor een periode van in principe vier jaar werd benaderd, heeft Montvidas echter duidelijk gesteld enkel interesse te hebben als hij geheel volgens eigen inzicht te werk kon gaan. “Als ik val, wil ik namelijk op mijn manier vallen.” De softbalbond ging akkoord, maar in Montvidas' contract staat wel dat beide partijen jaarlijks evalueren of ze met elkaar door willen gaan.

De bondscoach zelf werkt ondertussen 'rustig' toe naar het WK van volgend jaar in Japan. Daar wil hij over een team beschikken dat een redelijke kans maakt om vijfde te worden, voldoende voor directe kwalificatie voor de Spelen van 2000. Mocht Nederland daar niet in slagen en ook in een later stadium plaatsing voor de Spelen mislopen, dan zal Montvidas met zijn gedurfde selectiebeleid waarschijnlijk de gebeten hond zijn.

Vooralsnog lijkt de bond echter te spreken over Montvidas' werkwijze. Volgens de bondscoach stemde de bondsvoorzitter zelfs in met zijn brief aan het publiek in Haarlem: “Goede brief, kreeg ik te horen.”