Danseres aan zee

“Het is even schrikken,” schrijft Nop Maas in het nieuwste nummer van het in literaire curiosa gespecialiseerde blad De Parelduiker, “als je een gedicht van de jonge Simon Carmiggelt tegenkomt dat opgedragen is aan de beruchte Leni Riefensthal.” Het gedicht waarop hij stuitte, werd in juli 1931 gepubliceerd in het tijdschrift De Nieuwe Spectator en draagt de titel 'Danseres aan zee'.

De opdracht staat er in een kleiner lettertype onder: 'voor Leni Riefensthal' - dezelfde, inderdaad, die haar naam luttele jaren later voor eeuwig besmeurde door ter meerdere eer en glorie van Adolf Hitler de propagandistische documentaire Triumph des Willens te vervaardigen.

'Wind / en golven / als wazende sluiers / golven / als de heffende armen / van een groot volk / moe van eigen kracht', begon de zeventienjarige dichter zijn lyrische vers, om vervolgens orgelend te beschrijven hoe het lichaam van de danseres zacht langs een stugge rots glijdt ('als een kristallen traan / langs een rimpelwang') en dan, beneden aangekomen, tot volle wasdom komt: 'Dan groeit ze / als een bloem / in volle pracht / uit de klaging van haar sluiers / en ze ziet naar de zee / en ze lacht / van bevrijding / en ze danst!'

De jonge Carmiggelt moet danig onder de indruk van Leni Riefensthal zijn geweest. Maar hij was niet de enige. Als danseres en actrice sprak de ranke blondine destijds tot de verbeelding van velen door haar hoofdrollen in speelfilms als Der heilige Berg, Die weisse Hölle von Piz Palü en Stürme über dem Montblanc, waarin de heroïek werd bezongen van de wilskrachtige mens in het machtige berglandschap. Dat daarin later een voorloper werd gezien van de nazistische Blut und Boden-sentimenten uit de jaren dertig, kon in de jaren twintig niet worden voorzien. En dat Leni Riefensthal zich daarin toen liet meevoeren, evenmin.

Ook in Nederland was ze een alom bewonderde verschijning. De reizende reporter A. den Doolaard, die haar in 1930 ontmoette tijdens filmopnamen, deed daarvan op dromerige wijze verslag in zijn boek Van camera, ski en propeller: “Meteen zag ik, dat ze oogen had die glansden als een waddenzee vlak na zonsondergang. (-) De langzame droomerige stem van haar paste goed bij de atmosfeer van sneeuw en nevel waar we op uitkeken.”

Simon Carmiggelt heeft sindsdien nog één keer over Leni Riefensthal geschreven. In een ietwat onsamenhangend Kronkel-cursiefje, in Het Parool van 29 augustus 1975, haalde hij herinneringen op aan een vooroorlogse vakantie in Parijs, toen Hitler al de macht had overgenomen en Triumph des Willens reeds was gemaakt. De pas tot de journalistiek doorgedrongen jongeman belandde in 'een miezerig cabaretzaaltje', waar hij getuige was van een door uitgeweken Duitse artiesten gespeelde voorstelling. “De jeugdige, kennelijk uitgehongerde conférencier staat me nog duidelijk voor ogen. Hij zei dat Leni Riefensthal, gezien haar verleden als actrice en op grond van haar intieme relaties met Hitler en Goebbels officieel was benoemd tot Reichsgletscherspalte. Het gelach klonk dun, want in het zaaltje zaten maar vijf mensen. Toch vertegenwoordigden zij de wil die uiteindelijk zou triomferen.”

Helaas kwam hij in die context niet terug op de bewondering die hij ooit voor haar had gekoesterd. Maar misschien was hij het ook gewoon gladweg vergeten, dat hij 44 jaar eerder met zo veel poëtische overmoed zijn puberale dweepgevoelens op Leni Riefensthal had geprojecteerd.