WAT SIEN EK?; Het tragische lot van Afrikaner taalles op zwarte scholen

Afrikaanstalig onderwijs in Zuid-Afrika staat onder druk, want geafficheerd als de taal van het vroegere apartheidsregime. Scholen waar uitsluitend wordt lesgegeven in het Afrikaans hebben het moeilijk.

Docenten Afrikaans hebben een nieuw taalboek uitgebracht: Die Kameelperd-boek, lees sonder grense, helemaal geënt op het nieuwe Zuid-Afrika, Het moet een kleurloze Afrikaanse brug vormen tussen blank, bruin en zwart. De titel komt uit een gedicht voorin het boek: Ek stap deur die veld van Afrika en wat sien ek? Ek sien 'n haas wat na my kyk.

Ek stap oor* die klippe van Afrika en wat sien ek? Ek sien 'n volstruis* wat na my kyk.

Ek stap deur die bos van Afrika en wat sien ek? Ek sien 'n sebra wat na my kyk.

Ek stap deur die bome van Afrika en wat sien ek? Ek sien 'n kameelperd* wat na my kyk.

(*oor = over; *volstruis = struisvogel; * kameelperd = giraffe)

LESTER VINDT AFRIKAANS maar 'keuken-Hollands'. Foei, bromt meester Daan Ferreira, zoveel oneerbiedigheid voor de taal waarin hij lesgeeft! Op de Norwood Primary School in Johannesburg krijgen de leerlingen van groep zes krijgen les in meervoude. Eén spinnekop (spin), twee spinnekoppe. Eén skoenlapper (vlinder), twee skoenlappers. Eén lyf, twee lywe. Ze hebben het er moeilijk mee. Op deze school zitten vrijwel geen kinderen die Afrikaans als eerste taal hebben. Engels of Xhosa of Sotho spreken ze, geen Afrikaans. En veel belangstelling hebben ze ook al niet, tot verdriet van de meester. Afrikaans, bah!

“Afrikaans moet blijven als schooltaal. Het is een deel van ons land, er zijn zoveel mensen die het spreken”, zegt Ferreira (50). Norwood Primary is een Engelstalige basisschool, zoals de meeste scholen in het Johannesburg van nu. Afrikaans is er gedegradeerd tot vak, dat naast 'zwarte' talen wordt gegeven.

Een wijk verder ligt Laerskool Dirkie Uys, de laatste Afrikaanstalige school in de noordelijke voorsteden van Johannesburg. Maandagmorgen in een steenkoude gymzaal: een triumviraat bestaande uit directeur Lodder en de onderwijzers Van Vuuren en Yselle zorgt voor de weekopening. Achterin zitten de oudere kinderen, op één of twee na allemaal blank. Voorin de jonkies, overwegend zwarte kopjes. Na de verjaardagen van de week en het voorlezen van een stukje bijbel zingen de kinderen het nieuwe volkslied, Nkosi sikeleli Afrika, (God zegene Afrika) eerst in het Xhosa, daarna in het Afrikaans, de voertaal van de school.

Als de leerlingen uitwaaieren over de lokalen wijst directeur Christo Lodder (40), een man met de voor Afrikaners typerende borstelsnor, op een groepje zwarte kindertjes, piekfijn gekleed in het voorgeschreven winteruniform: bordeaux-rode trainingspakken. “Ze zeggen meneer tegen me”, zegt Lodder met onverholen trots, “niet sir.”

'Dirkie Uys' is van origine een typisch blanke, Afrikaanstalige staatsschool, zeventig jaar geleden gesticht in Orchards, een groene wijk van Johannesburg. De jongens spelen er in de pauze rugby, de meisjes korfbal, dat hier netbal heet. De leerkrachten 'geselsen' in de stafkamer over het voorbije weekeinde. “Het jij lekker verjaar?', vragen de onderwijzeressen aan een collega.

Sinds de overgang naar het 'nieuwe Zuid-Afrika' heeft Dirkie Uys het zwaar. “Omgekeerde discriminatie”, noemt Lodder het. Het accent van de overheid ligt nu op scholen in voormalige achterstandsgebieden, zoals de zwarte townships. De 'oude' scholen moeten daar onder lijden en dat is te zien. De schoolbankjes stammen uit de tijd van de inktpot, lesmateriaal ontbreekt. De lokalen zijn, nu het hartje winter is, koud, want de verwarming mag niet aan - geen geld. “Het is erg moeilijk om het hoofd boven water te houden”, verzucht Lodder. En hij doet zo zijn best.

PRINCIPAL

Sinds Lodder vijf jaar geleden principal werd, heeft hij de school getransformeerd. De wet verplichtte hem weliswaar om leerlingen uit andere taalgroepen en met een 'andere huidkleur' (niet-blank) te accepteren, maar in tegenstelling tot menige ander Afrikaanstalige school maakte men er op Dirkie Uys geen punt van. Integendeel, Lodder ging reclame maken onder ouders in overwegend zwarte woonwijken, zoals Hillbrow, om kinderen naar Dirkie Uys te sturen. En het werkte, zwarte ouders haakten gretig in op de mogelijkheid hun kinderen op de school in Orchards te plaatsen. Lodder koos er bovendien voor een tweetalige school te worden, sommige lessen hebben in het Afrikaans, andere in het Engels plaats.

“Ik begrijp de Afrikaanstalige scholen die alleen hun eigen taal willen behouden (de enkel-medium scholen) niet”, zegt Lodder, “ik trek nu veel kinderen die van huis uit Engels of een zwarte taal spreken en hier leren ze er Afrikaans bij, prachtig toch.” Maar de overheid heeft hij nog niet kunnen overtuigen van zijn goede bedoelingen. Voor de 240 leerlingen kan Lodder nu beschikken over 10 leerkrachten, inclusief hijzelf en dat is niet veel voor Zuidafrikaanse begrippen. De hoofdonderwijzer geeft, om kosten uit te sparen, ook zelf les, onder andere in de Noord-Sotho-taal.

In het handenarbeid-lokaal is de Sotho-les begonnen voor grade 4 (9/10 jarigen, in Nederland groep 6). Daar komt Oscar binnen, de klas lacht, Oscar is natuurlijk weer te laat, hij is zo dik dat hij niet op tijd van de ene naar de andere les kan komen. Op Zuidafrikaanse basisscholen krijgen leerlingen lessen van 30 minuten, gewoonlijk gegeven door vakleerkrachten. Lodder spreekt een aardig woordje Sotho. Maar in Dustin, de enige zwarte onder de 15 leerlingen moet hij zijn meerdere erkennen. Daarom moet Dustin, ondanks zijn voortdurend wapperende vinger, meestal zijn mond houden, de les is een makkie voor hem. Pas als geen enkel kind het antwoord weet op meesters vraag mag de glunderende Dustin het zeggen. Ze zingen met zijn allen een canon, Vader Jacob, in het Sotho. Banaba Sikolo, Banaba Sikolo De bel klinkt, de kluit kinderen slentert naar de les Afrikaans van meneer Fitchet. Dustin is voor geen gat te vangen, ook hier is hij de knapste van de klas. Gretig leest hij de zinnen van zijn huiswerk, over homofonen voor. “Ek ry 'n rooi fiets - Sy het 'n vietse (mooi) lyfie.'

ROTZOOI

Christo Lodder heeft zich intussen teruggetrokken in zijn krap bemeten kantoor, nu weer met de directeurspet op. “Het onderwijs in Zuid-Afrika is een rotzooi”, zegt hij. “Voorheen hadden we een goed systeem. Alla, het was alleen voor de blanke kinderen, maar dat betekent nog niet dat alles verkeerd was! De nieuwe regering denkt dat echter wel, vandaar dat alles van vroeger moest verdwijnen. Van geschiedenisboeken en Afrikaans kan ik me dat nog voorstellen, maar natuur en wetenschap? Ook die boeken mogen we niet meer gebruiken, is de natuur veranderd?”

Lodders opvattingen vindt men terug in het Curriculum 2005, het leerplan voor de basisscholen in Zuid-Afrika in de komende zeven jaar, dat een Umwertung aller Werte voorstaat. “De waarden en normen van de meeste Zuidafrikanen zijn gevormd in het oude, verdeelde Zuid-Afrika. Onderwijs is de sleutel tot verandering. Kritisch denken, rationele gedachten en beter begrip - hoekstenen van het nieuwe onderwijssysteem - zullen spoedig klasse, ras en seksegebonden stereotiepen beginnen af te breken”, zo staat geschreven.

Zuid-Afrikanen zijn echte polyglotten. Een kind van tien dat drie talen spreekt is heel gebruikelijk. Scholen hebben bij wet zelf het recht de taal te kiezen waarin ze les geven. Ze hebben verder de verplichting kinderen in groep 1 en 2 één andere taal als vak te geven. Vanaf groep 3 komt daar verplicht een tweede taal bij.

Maar er zit een belangrijke adder onder het gras. De keus van de voertaal op school is, zo staat in het curriculum, “afhankelijk van de landelijke politiek zoals bepaald door de minister van onderwijs'. Volgens Christo Lodder betekent dit dat de minister eigenmachtig kan ingrijpen. En dat doet hij. De huidige bewindsman voor onderwijs, Sibusiso Bengu, moet weinig hebben van het Afrikaans. In zijn optiek is er geen plaats meer voor Afrikaanstalige medium-enkel-scholen of voor Afrikaanstalige universiteiten. In het hol van de leeuw, de Universiteit van Stellenbosch lanceerde Bengu eind mei een frontale aanval op het Afrikaans. “Onze publieke instellingen moeten toegankelijk zijn voor alle Zuidafrikanen.. we dienen te streven naar een eerlijke, democratische en rechtvaardige taalpolitiek”, zei Bengu. Met andere woorden: weg met het Afrikaans. Een storm van kritiek was zijn deel, zelfs uit eigen politieke gelederen, het ANC. De belangenbehartigers van het Afrikaans herinnerden Bengu aan de woorden van president Mandela, die vorig jaar, uitgerekend aan dezelfde universiteit van Stellenbosch, na het in ontvangst nemen van een eredoctoraat in de Afrikaanse letteren, het voortbestaan van het Afrikaans als belangrijke taal van Zuid-Afrika garandeerde - Mandela sprak toen in het Afrikaans.

Veel blanke onderwijzers hebben de afgelopen jaren hun boeltje gepakt om te emigreren. Ook Christo Lodder heeft in de verleiding gestaan: hij kreeg een aanbod om in Australië te komen werken. Maar hij wees het van de hand. “Ik geef het niet op, ik ben positief ingesteld. Het duurt nog zeker vijf jaar en misschien wel tien voordat we het nieuwe onderwijssysteem hebben opgebouwd, maar ik geloof dat het zal lukken.' Hij kijkt naar zijn lijfspreuk, op het prikbord: “Die lewe bestaat uit 1 procent weet en 99 procent sweet.”

Maar niet alleen een Afrikaner school als Dirkie Uys bepleit het voortbestaan van het Afrikaans. Het Afrikaanstalige dagblad Beeld lanceerde in Soweto, de zwarte township met ruim twee miljoen inwoners nabij Johannesburg, en andere townships een project: Koerant in die Onderwys. Beeld werd overstelpt met enthousiaste reacties van leerlingen en onderwijzers. Een schoolhoofd in Jabulani, een van de wijken van Soweto zegt zelfs over het Afrikaans: “Ek het die taal lief..... my leerlinge praat, speel en lees baie (= veel, red.) in die Afrikaanse klas.” Juist deze week herdacht Zuid-Afrika dat op 16 juni 1976 in Soweto een opstand van scholieren begon tegen het apartheidsbewind. Ironisch genoeg vormde de verplichte invoering van het Afrikaans als voertaal op school destijds de aanleiding.

Elf talen

Zuid-Afrika kent elf officiële talen: Afrikaans, Engels, de vier Nguni-talen: Zulu, Xhosa, Swazi en Ndebele, de drie Sotho-talen: Noord-Sotho, Zuid-Sotho, Tswana, en de 'losse' talen Venda en Tsonga. Hoewel Engels de lingua franca is, zijn er maar 3,5 miljoen native speakers in het Engels. Zulu is de grootste taalgroep: 8,5 miljoen, gevolgd door Xhosa: 6,5 miljoen, en Afrikaans: 6 miljoen. Er zijn drie typen basisschool: parallel-medium, waar afzonderlijk in twee talen wordt lesgegeven; enkel-medium: scholen met slechts één voertaal, en dual-medium: scholen die integratie van talen binnen de les nastreven. Er zijn staatsscholen en (vrij veel) dure privé-scholen.