Vooroordeel?

Een weekje Rosmalen en ik heb het alweer gehad. Ligt het aan de overkill van de NOS, aan het zuurpruimige gezicht van Daphne, aan het gras - het laagste der gewassen - of aan het iets te koninklijk parfum van de tennisser? Voor mij mag Krajicek er volgende week op Wimbledon al in de eerste ronde worden uitgemept.

Ik heb het voorbije jaar er alles aan gedaan om me te laten bekoren door de regerend Wimbledon-kampioen, maar het wil niet lukken. Oudwielrenner Cees Haast - de zestig ruim voorbij en nooit iets gewonnen - weekt in mijn herinnering meer warmte los dan de fenomenale returns van Krajicek in zijn gloriezomer van vorig jaar. Haast was net een mens, van Krajicek weet ik het niet.

Heb ik iets tegen Richard? Ik zou niet weten wat. Het liefst zou ik geroerd willen zijn door zijn dromerige verlegenheid die soms als een valwind in het interview duikelt. En bijna de stilte oproept van de post coïtumnostalgie. Hij heeft geen nare kop, wil nog wel eens de portemonnee trekken voor een goed doel en beweert vaderloos te zijn. Ieder ander mens hoeft met deze condition humaine slechts de pink te verheffen en in mij gaan alle sluizen van ontferming open. Zo niet voor Richard Krajicek.

Vooroordelen zijn taai en meestal persoonsgebonden. Misschien erger ik mij aan Krajicek omdat ik zelf het grijze jongetje had willen zijn dat nooit een prijs heeft betaald voor de zogenaamde volwassenheid. Nog nooit heb ik hem kunnen betrappen op een zin uit de kampioenentaal. Gisteren nog zei hij in deze krant: “...De wegen, de hygiëne - Nederland is een goed georganiseerd en goed gemanaged land. Uit sociaal oogpunt is het fijn om Nederlander te zijn. Alleen financieel ben je beter af als Duitser, Engelsman of Italiaan.”

Uit sociaal oogpunt...ik hoorde meteen de grafstem van wijlen koninklijk commissaris Geertsema. Kampioenen hebben het over zweet, tranen, verboden liefdes, voor mijn part over nieuwe haring, maar niet over sociale oogpunten. Daar gaat Kok over, of de EU, of een of andere rare bisschop uit Breda. Krajicek mag dan een veteraan van vijfentwintig zijn, hij moet natuurlijk niet te amechtig staan te koketteren met een maatschappelijk geweten. Dat is in de sport het monopolie van Mart Smeets.

Ik vrees dat de liefde hem geen goed heeft gedaan. Krajicek is in Zen en in Daphne. Met Zen valt op zondagen te leven, met Daphne iets minder.

Deze B-actrice in de film All Stars leutert zich in de roddelbladen nu al een jaar lang zwanger. Op zich een legitieme wens voor een vrouw die wellicht het moederschap nodig heeft om ooit nog van het geïnplanteerde gegiechel af te komen. Baren is een mensenrecht. Alleen, als je met een kampioen leeft moet je daar niet over spreken. De dingen des levens, inclusief kinderen, overkomen kampioenen. Je bereidt je voor op setwinst, niet op een tweeling.

Nu ik uit de krant weet dat Krajicek in Muiderberg gaat wonen is de illusie van een emotionele identificatie met de tenniskampioen helemaal vervlogen. Dan nog liever Madurodam. Of je woont in de polder, of in de stad, maar niet in een enclave van Rolex en lavendelstruiken. Muiderberg heeft de klank van oplichters bij HMG of RTL. Een staatsburgerschap in Monaco, waar iedereen weet dat het bruto nationaal geluk van zon, licht en water altijd inferieur zal zijn aan de fiscale vrijbrief, is eerlijker.

Allicht is Krajicek op zijn manier een underdog, een weeskind van te vroeg succes en verlate tederheid. Zijn services zijn haarscherp, zijn volleys imponerend, maar verlies of winst maakt niet uit: niet een nekhaartje van deze kampioen komt overeind voor het leven. Het charisma van de sterveling is hem vreemd. Krajicek is een Thatcheriaan: berekend, emotioneel geschminkt, gebeiteld in het ego van valse onderdanigheid. Hij is dus geen Nederlander of, zoals hij zelf zegt, alleen uit sociaal oogpunt.

Terwijl Krajicek stond te smashen in Rosmalen trok Marc Overmars het shirt van Arsenal aan. En ook daar, in Londen, galmde uit de poriën van de linksbuiten de zingzang van een nietszeggend dorp. Gemeten aan de standaard van een wereldse look is Krajicek voorganger op de paardenraces in Ascot en Overmars een radertje in de dorsmachine, ergens te velde in Epe. Maar vrouw zijnde zou ik van Marc wel een kindje willen, van Richard weet ik het niet zeker.