Tribune

De internationale wielrenunie UCI heeft besloten de gezondheidstests voor de renners uit te breiden. Wordt er in het algemeen genoeg aandacht besteed aan de gezondheid van sporters?

Harm Kuipers, ex-wereldkampioen schaatsen en medicus aan de Universiteit van Maastricht: “Bij een aantal sportbonden is een goede sportkeuring nog steeds niet verplicht, terwijl de bewaking van de gezondheid hoogst wenselijk is. Je moet naar de risico's kijken om te bepalen of een keuring noodzakelijk is, voor de persoon zelf en eventuele omstanders. Een autocoureur die tegen een boom rijdt, is heel erg. Rijdt hij het publiek in, is het nog veel erger. Hij moet dus verplicht een goede test ondergaan. Maar dat geldt niet voor iedereen. Een acute dood onder jonge sporters is zeer zeldzaam. Om daarvoor iedereen aan een uitgebreid onderzoek bloot te stellen, is hetzelfde als met een kanon op een vlieg schieten.”

Rob de Wit, ex-voetballer van Ajax en Oranje, werd getroffen door een hersenbloeding: “Profs ondergaan een medische keuring, maar vooral financieel is het niet mogelijk iedereen van top tot teen te onderzoeken. Een speler als Ronaldo wordt wel uitgebreid bekeken, maar met hem is dan ook veel geld gemoeid. Ik weet ook niet of het goed is om spelers millimeter voor millimeter te onderzoeken. Als je dan te horen krijgt wat er eventueel met je zou kunnen gebeuren, is dat een rem op je prestaties. Bij mij was die hersenbloeding niet te voorkomen. Het was een geboorte-afwijking. Op mijn 23ste is de bom ontploft, daar had geen keuring iets tegen kunnen doen.”

Hein Verbruggen, voorzitter van de UCI: “Momenteel wordt bij topploegen goed werk geleverd, in de lagere regionen kan het beter. De gezondheid van wielrenners is nu stukken beter dan 25 jaar geleden. De renners zijn niet meer op hun 29ste opgebrand. Kijk naar Bjarne Riis die de Tour wint, Tony Rominger die nog top is. Bartali ging vroeger ook tot zijn veertigste door. Maar tegenwoordig zie je dat veel vaker. Er is één nadeel en dat is dat de wielrennerij naar buiten toe de indruk wekt dat het een dokterssport aan het worden is, want we zijn erg met onderzoeken bezig. Maar dat weegt niet op tegen het gezondheidsargument.”

Peter Vergouwen, sportarts: “Ik heb ooit een enquête gehouden onder honderd topsporters en het bleek dat 41 procent aan het begin van de loopbaan geen goede medische keuring had gehad. Ik vind dat iedereen die voor een sportcarrière kiest op jonge leeftijd een uitgebreid onderzoek moet ondergaan. Als je dan alles vastlegt, heb je een mooi nul-punt om later mee te kunnen vergelijken. Er zijn bonden die geen verplichting hebben. In dat geval moet je uitgaan van de individuele sporter. Te duur? De mensen betalen honderden guldens voor de reparatie van hun auto, je mag toch ook wel wat voor je eigen lijf overhebben? Dat valt tegen. Zo bleek ook dat 65 procent geen trainingsdagboek bijhoudt en 61 procent niet nauwkeurig is met voeding.”

Roelant Oltmans, bondscoach van de hockeyheren: “In de hockeywereld wordt er genoeg aandacht aan besteed. De gezondheid moet boven alles gaan en met tests kun je veel uitsluiten. Vervolgens moet je een vinger aan de pols houden, dus als je bepaalde signalen ontvangt, moet je ze herhalen. Overigens wordt de stelling dat de gezondheid boven de teamprestatie gaat, nog wel eens met voeten getreden, ook in het hockey.”

Bert van Vlaanderen, marathonloper: “Er is bij ons geen hond die naar je toekomt om te zeggen dat je je moet laten keuren. Nu moet je als topsporter zelf zo bijdehand zijn om je af en toe te laten onderzoeken, maar er zijn atleten die zo'n keuring te duur vinden en het erbij laten zitten. Je bent toch gauw een paar honderd gulden kwijt. En die atleten vinden het best zolang ze niets mankeren. Maar sommige dingen merk je niet meteen en als iets wel duidelijk wordt, is het soms al te laat. Daarom zou iedere bond de sporters verplicht moeten stellen regelmatig een keuring te ondergaan. Maar de atletiekbond laat je gewoon barsten.”