Topspion Markus Wolf over vuile trucs, onrecht en Oost-Duitsland: 'Iedereen vond dat er iets moest veranderen, maar niemand deed iets'

Toen de Muur viel voelde Markus Wolf, de legendarische Oost-Duitse topspion, zich verraden en verkocht. Een jaar lang zwierf hij over de wereld, om ten slotte terug te keren in zijn - herenigde - land, waar hij vorige maand tot twee jaar voorwaardelijk werd veroordeeld. Om de geschiedenis, zijn geschiedenis, te verwerken heeft hij nu zijn memoires geschreven. 'Aan mijn handen kleeft geen bloed.'

Markus Wolf: Man zonder gezicht: de legendarische Oost-Duitse spionagechef, vert. Jaap van der Wijk, blz. 436, ƒ 39,50. Spionagechef im geheimen Krieg, List Verlag, DM 44.

Nee, verraden heeft hij niemand. Nooit. Hij is zelf verraden toen de Muur viel. Door Gorbatsjov, de vroegere Sovjet-leider. Dat was pijnlijk. “Vrienden laat je niet in de steek. Gorbatsjov heeft ons eenvoudig weggesmeten, uitgeleverd. De DDR was in één klap verdwenen. Toen heb ik tegen mezelf gezegd: daar sta je, Mischa. Je bent verraden, verkocht. Nu moet je jezelf zien te redden.”

Markus Wolf, de legendarische leider van de vroegere Oost-Duitse spionagedienst, zit in een hoek van het literaire restaurant Wolfgang Borchert aan de Berlijnse Gendarmenmarkt. Het is een van de mooiste plekken in het voormalige oosten van de stad, want alleen in Ost voelt hij zich thuis.

Wolf probeert zich te redden, sinds het Oost-Duitse regime in elkaar is gestort en de twee Duitslanden in 1990 zijn herenigd. Onlangs publiceerde hij een boek over zijn leven, Man zonder gezicht ; dat was de bijnaam voor Wolf omdat het de Westerse geheime diensten nauwelijks lukte hem te fotograferen of te identificeren. De Duitse titel is minder mysterieus: Spionagechef im geheimen Krieg.

Wolf wordt internationaal beschouwd als een gevierde topspion. Ruim dertig jaar leidde hij een van de meest succesvolle geheime diensten. Hij maakte er een specialiteit van agenten in te zetten, die als Romeo's alleenstaande secretaressen moesten verleiden om ze geheime informatie van hun bazen te ontfutselen. Ook was Wolf de man die de verrader 'Topas', ofwel Rainer Rupp, het hoofdkwartier van de NAVO in Brussel binnen wist te smokkelen. Hij slaagde er zelfs in om ten tijde van kanselier Willy Brandt de DDR-spion Günter Guillaume binnen te loodsen in het Bundeskanzleramt. Guillaume werd zelfs assistent en vertrouweling van Brandt, die dit schandaal in 1974 met zijn aftreden moest bekopen. John le Carré raakte dermate door deze meesterspion gefascineerd, dat hij zijn hoofdfiguur 'Karla' op Wolf baseerde in de roman Spymaster.

Maar Wolf was als chef van de spionagedienst tegelijkertijd ook plaatsvervanger van minister Erich Mielke van Staatsveiligheid (Stasi) en daarmee jarenlang verantwoordelijk voor de Oost-Duitse dictatuur.

Ontvoering en afpersing

Nu doet weinig meer denken aan de lange, gevreesde spionnenleider, die zich in het verleden uitsluitend met bril en strenge zwarte regenjas liet zien. Gestoken in vakantiekleding lijkt hij, met zijn lichte beige broek en katoenen jack, zo uit een bus bejaarde toeristen geplukt. Wolf is 74 jaar en reist door Duitsland om zijn boek te promoten. De tournee gaat vergezeld van een reeks debatten waarbij Wolf met het publiek discussieert over Duitslands verleden.

Vorige maand werd Wolf door de rechter veroordeeld. Hij wordt verantwoordelijk geacht voor ontvoering en afpersing van mensen door zijn inlichtingendienst in de hoogtijdagen van de Koude Oorlog. Hij kreeg een geldboete van vijftigduizend mark en twee jaar voorwaardelijk, dus hij hoeft niet de gevangenis in. “Ik ben afgeschilderd als een vrijheidsberover en ontvoerder. Alsof ik persoonlijk die verschrikkingen op mijn geweten heb. Maar aan mijn handen kleeft geen bloed.”

Aanvankelijk probeerde het verenigde Duitsland hem na de val van de Muur wegens landverraad te veroordelen. Het had een showproces moeten worden. Wolf was een van de weinige topfiguren van het communistische regime die nog terecht kon staan; de overige DDR-leiders waren al gestorven of te oud. Maar Wolf hád zijn land niet verraden: hij had volgens de toenmalige wetten van de DDR gehandeld, oordeelde de rechter en sprak hem vrij. Tot ongenoegen van de landsadvocaten, die verder zochten naar strafbare feiten. Wolf spreekt van een politiek proces. Hoe kan een leider van een geheime dienst verantwoordelijk worden gesteld voor het politieke beleid van zijn land?

Herkend wordt hij overal, maar hij voelt zich niet vervolgd. Ook geen boze reacties op straat. Wat veel mensen in hem waarderen, zegt hij, is dat hij zich niet verstopt. “Ik sta voor wat ik heb gedaan, ik leg verantwoording af, ik geef antwoord op vragen die helemaal niets te maken hebben met mijn verantwoordelijkheid in de DDR.”

Natuurlijk krijgt hij tijdens zijn lezerstournee controversiële reacties. Vorige week nog in Hamburg. Een man uit het publiek had verschrikkingen beleefd tijdens zijn vlucht uit de vroegere DDR. Hij werd vlakbij de grens gearresteerd, zijn vriendin verloor bij de vluchtpoging een been. De man en Wolf waren beiden heel geëmotioneerd geweest. Toch gingen ze aan het eind van de avond vriendelijk uit elkaar. De man kocht niet alleen zijn boek, zegt Wolf, hij wilde ook nog zijn handtekening. “Wat ik hem heb verteld”, vraagt hij zacht. “Ik heb geprobeerd uit te leggen hoe het bij ons was, wat ik heb gedaan of heb nagelaten. Ieder die dit onrecht heeft ondervonden, heeft recht op een antwoord. Je moet je ook bij mensen verontschuldigen over wat is geweest.” Er valt een lange stilte. “Als ik nu terugkijk zeg ik tegen mezelf: we hebben wel geprobeerd kritiek te leveren - er waren zeker gelijkgezinden - maar het was te laat.”

Direct bevel

Nadat hij de inlichtingendienst in 1986 had verlaten, is Wolf gaan schrijven om zijn gedachten te ordenen. Direct na de oorlog had hij tenslotte enkele jaren als journalist gewerkt. “Maar mijn boek bestaat niet alleen uit schuldbekentenissen en berouw”, zegt hij met lichte ironie. Daarover heeft hij met zijn uitgever nog een robbertje moeten vechten. Aanvankelijk had Wolf het boek zullen uitbrengen bij de Münchense uitgever Bertelsmann, maar die zegde plotseling het contract op. “Een direct bevel van de directie.” Even later toonde List Verlag uit München belangstelling, waardoor zijn memoires toch in het Duits konden verschijnen.

Even later bleek het Amerikaanse Random House geïnteresseerd, op voorwaarde dat het een heus spionageboek werd. Journaliste Anne McElvoy van de Britse Spectator werd in de arm genomen om het origineel smeuïger te maken voor de Angelsaksische markt. Maar na enige tijd kregen de topspion en de journaliste ruzie. Dat liep zo hoog op dat McElvoy onlangs haar irritaties in een artikel publiceerde. “Wolf had niet zozeer een ghostwriter nodig, eerder een morele fitness-trainer”, schreef ze. “Zijn bewustzijn is als een rij gesloten kasten, dat door een opmerkelijke zelfdiscipline wordt geregisseerd.”

Wolf lacht. Een morele fitness-trainer heeft hij al, zijn vrouw Andrea, die tijdens haar studententijd in de gevangenis belandde omdat ze een vluchtpoging had gewaagd. Nee, zijn ergernis over deze Engelse werd ingegeven door haar “extreem conservatieve” opvattingen: “Ze wilde dat ik op elke bladzijde berouw toonde, ze wilde vooral veel as op mijn hoofd zien. Natuurlijk voel ik me schuldig, dat in dit systeem de geweldige ideeën die we hadden zo kapot gemaakt zijn. Ik heb geprobeerd op mijn werkgebied niets stuk te maken. Maar ik had een belangrijke positie en kan niet zeggen dat ik onschuldig ben zoals Honecker en Mielke beweerden. Daarover schrijf ik ook.”

De politieke opvattingen van McElvoy en Wolf liepen te veel uiteen om het project tot een goed einde te brengen. “Zij is een volledige aanhangster van het kapitalistische systeem, ik niet. Ze wilde de DDR uitsluitend beschrijven als centrum van internationaal terrorisme. Ik zei: Ann, dat is grote onzin. Toen heb ik gezegd: als jij een boek schrijft over 'De DDR en Markus Wolf' kun je dat schrijven, maar niet in míjn boek. Ik schrijf dat niet.”

Zo is het oorspronkelijke Duitse boek geheel van de hand van Wolf. De Nederlandse vertaling is gebaseerd op de kortere Amerikaanse uitgave, waaraan McElvoy heeft meegewerkt en waarin vrijwel alle hoofdstukken over de twee Duitslanden ontbreken. Volgens de Nederlandse uitgever Balans is de tekst over Oost- en West-Duitsland later geschreven, toen de vertaling al gereed was. In ruil daarvoor staan er meer anekdotes in. Bijvoorbeeld over Castro, die voor Wolf nog altijd een vriend blijft, al moet hij nodig eens met politieke en economische hervormingen beginnen. De communistische leider werd eens in Oost-Berlijn betrapt toen hij langs de regenpijp uit zijn hotel ontsnapte op zoek naar drank en dames van plezier.

Het James Bondgehalte bereikt een hoogtepunt met een absurd voorval in het land van de “aartsvijand” Amerika. Een voorval dat gelukkig in alle versies van het boek is te lezen. Verbijstering maakte zich van Wolf meester toen de turbo-prop van Aeroflot op weg naar Havana plots een noodlanding in New York moest maken. Het was 1965 en de hilariteit op het vliegveld was groot over de landing van 'de Rus'. Wolf - in gezelschap van enkele KGB-agenten - beschrijft hoe twee Chinezen in grote paniek raakten en van de weeromstuit de inhoud van hun koerierskoffer met belangrijke papieren verorberden. “Kauwen en slikken waren nog het enige wapen dat hun overbleef in de strijd tegen het dreigende gevaar van de klassenvijand. Moesten wij ze in naam van het internationale proletariaat hulp aanbieden?” Wolf en de KGB'ers, die zich in het 'Rijk van het Kwaad' ook niet erg comfortabel voelden, besloten af te wachten.

Het waren de hoogtijdagen van de Koude Oorlog waarin het Wolf met zijn inlichtingendienst lukte overal 'verkenners' te plaatsen (bij de 'andere kant' werkten 'spionnen'). Alles wat zich afspeelde in de regerende christen-democratische unie van Adenauer, bij de belangrijkste ministeries, in grote bedrijven, zelfs bij het Flick-concern belandde op het bureau van de spionnenleider. De typeringen 'gewetenloos en moorddadig' zijn op zijn dienst niet van toepassing, zegt Wolf. Van bloedige acties hield hij niet, in tegenstelling tot vele andere inlichtingendiensten zoals de KGB of de CIA.

Wolf legde zich vooral toe op “het inzetten van zijn charismatische bekwaamheden om mensen te verleiden”, zoals de landsadvocaat het tijdens het proces formuleerde. Wolf beschouwt die constatering maar als een compliment. “Ons sterkste middel was politieke overtuiging”, antwoordt hij op de vraag waarom zijn dienst internationaal hoog werd aangeslagen. “Zeker in de beginfase toen wij nog de eenwording van Duitsland voorstonden en Adenauer hier niets van wilde weten, trokken we veel mensen aan. Ook uit het Westen.”

Chantage en geld willen ook wel eens helpen, geeft Wolf toe. “We hebben ook met trucs gewerkt. Ook vuile trucs zoals de Romeo-agenten.” Verschillende agenten werden echt verliefd op een 'Lydia' of 'Norma' die ze moesten bespioneren. Dat leidde herhaaldelijk tot een tragisch einde van een relatie, “maar ik ken er ook die later met elkaar zijn getrouwd”.

'Mol' Guillaume

Zijn grootste succes van toen, beschouwde hij later als een grote mislukking. Het lukte hem in 1969 ene Günter Guillaume in de bondskanselarij van de sociaal-democraat Brandt te loodsen. Guillaume had binnen de SPD een snelle carrière gemaakt en schoot door naar een positie vlak onder de chef van de kanselarij. Het nieuws dat daar een 'mol' zat, lekte uit en werd als voorwendsel gebruikt om Brandt in 1974 ten val te brengen. “We hadden de bal in het eigen doel geschoten. Dat was buitengewoon onhandig”, stelt Wolf nu vast. “Brandt wilde met zijn toenaderingspolitiek tot Oost-Duitsland immers hetzelfde als wij.”

Halverwege de jaren tachtig speelde Wolfs belangrijke NAVO-bron hem een kopie in handen van een studie over de rampzalige binnenlandse situatie in de Sovjet-Unie. De interventie in Afghanistan kostte te veel geld, er waren geschillen met China en het Warschaupact erodeerde. Deze studie greep Wolf aan om de politieke leiding van de DDR te wijzen op de “fatale situatie”. Veranderingen waren geboden.

Al eerder was bij Wolf het besef doorgedrongen dat ingrijpende politieke hervormingen nodig waren. Nee, niet bij de juni-opstand van arbeiders in Berlijn in 1953. Geschokt was hij toen drie jaar later Chroesjtsjov op het twintigste partijcongres de wandaden van Stalin bekendmaakte. Tot 1956 had boven zijn bureau een foto gehangen van het goede 'vadertje' Stalin. Toen Wolf de rede van Chroesjtsjov had gelezen, was hij zo ontzet dat hij de foto in brand stak.

Wolf is in het Zuid-Duitse Hechingen in Baden-Württemberg geboren, maar hij had zijn hele jeugd in Moskou doorgebracht. In 1934 had het gezin daar politiek asiel aangevraagd omdat zijn vader, de prominente schrijver Friedrich Wolf, van joodse afkomst was. Wolf werd in Moskou politiek gevormd. Hij werd lid van de partij en ontwikkelde zich tot een typische Russische teenager: loyaal aan zijn communistische tweede vaderland en aan Stalin. Hij was voorbestemd tot een 'toppositie' en kreeg een elite-opleiding tot spion, zodat hij later in Duitsland de nationaal-socialistische dictatuur ondergronds kon bestrijden. “Stalin was natuurlijk verschrikkelijk”, zegt Wolf, “maar het was geen Hitler. Hij heeft meer communisten laten ombrengen dan Hitler. Toch zijn mijn kinderjaren, mijn jeugd intens met het land verbonden dat Stalin symboliseerde. In de oorlog was hij opperbevelhebber van het leger dat Hitler versloeg.”

De onthullingen over de stalinistische terreur wakkerden bij Wolf de eerste twijfels aan over het regime, maar het leidde toen geenszins tot een breuk met het stalinisme. “Dat was een lang proces. Het gebrek aan democratie werd eind jaren zeventig steeds duidelijker. Eenvoudige mensen wilden reizen, intellectuelen wilden vrijheid van meningsuiting. Mijn eigen dochter was journaliste en erg ontevreden met de mediapolitiek. Ze mocht alleen schrijven wat van bovenaf werd geautoriseerd.”

Geen gebrek aan moed

Wat kun je doen, vroeg Wolf zichzelf af. Hij heeft daar tot op de dag van vandaag geen goed antwoord op gevonden. Gebrek aan moed was het niet, denkt hij. Was openlijke oppositie wel de weg iets zinvols te bereiken? Net als veel vrienden, die ook kritiek hadden, schrok Wolf ervoor terug heilige koeien aan te pakken, zoals de leidende rol van de partij die in de grondwet lag verankerd. Alsof ze verlamd waren, wachtten ze op veranderingen 'van boven', vooral uit Moskou.

Vluchten naar het Westen kwam niet ter sprake. “Dat zou direct tegen ons land en tegen ons systeem worden gebruikt. Het Westen zou me meteen als 'vijand' hebben bestempeld.” Dat was niet Wolfs bedoeling. Hij wilde een hervormde, socialistische DDR. Pas toen Gorbatsjov de veranderingen dicteerde, besefte Wolf dat het in 1917 in Rusland uitgeroepen maatschappelijke model definitief was mislukt.

Tot 1986 bleef Wolf leider van de spionagedienst, een functie die hij ruim dertig jaar had vervuld. Daarna voelde hij zich vrijer om zijn mening te geven. Schreef het boek Die Troika over de hechte vriendschap van zijn broer met zijn andersdenkende vrienden, waarin tussen de regels door verkapte kritiek op het regime te lezen was. Het boek veroorzaakte opschudding omdat de langdurige spionnenleider de discussie over perestrojka in Oost-Duitsland een impuls gaf.

Sommigen zagen in Wolf een Hoffnungsträger, een Gorbatsjov van de DDR, omdat hij het waagde als invloedrijke spionageleider voor veranderingen te pleiten. “Men dacht dat ik voldoende kon bereiken. Dat kon ik niet.” Toen de situatie eind jaren tachtig zeer kritiek werd, waarschuwde Wolf - niet meer als functionaris, maar in zijn hoedanigheid van verontruste burger - het regime: als er geen ingrijpende hervormingen kwamen, zou het uitlopen op een catastrofe. “Fabrieksdirecteuren, leden van het Centraal Comité - iedereen vond dat er iets moest veranderen, maar niemand deed iets.” Het hoogste politieke orgaan, het politburo, wilde er niet van weten.

“Of het voor mij na de hereniging op een catastrofe is uitgelopen? Ach nee. Het is een nederlaag, maar die was niet te vermijden. Er was toch een verenigd kapitalistisch Duitsland gekomen. Als je nu naar het jaar 1961 kijkt waarin de grens werd gesloten, was dat een wanhopige poging dit kleine, zwakke land, dat geloofde socialistisch te zijn maar het niet was, in leven te houden. Destijds zagen we dat anders.”

Na de val van de Muur stroomden de aanbiedingen binnen bij de meesterspion. Ongegeneerd deed CDU-minister van Binnenlandse Zaken Wolgang Schäuble via bemiddelaars een voorstel. Wolf zou niet strafrechtelijk worden vervolgd, als hij ten minste een dozijn van zijn belangrijkste West-Duitse bronnen zou prijsgeven. Enkele weken later belden twee CIA-agenten aan, de een met een bosje bloemen, de ander met een doosje bonbons in de hand voor zijn vrouw. De toenmalige CIA-directeur William Webster had ze gestuurd. Nadat zijn intelligentie en hoge arbeidsmoraal uitvoerig waren geprezen, kwam hun aanbod. Een mooi huis in Californië, een nieuwe identiteit, geen zorgen over geld.

De gedachte om zijn laatste jaren aan de zonnige Westkust te slijten, leek Wolf aantrekkelijker dan een Duitse cel. Maar als 'gast' van de CIA? Men zou hem de duimschroeven stevig aanbinden over zijn vroegere agenten. De begeerde topspion wees de Amerikaanse aanbiedingen van de hand. Verraad van zijn mensen, past hem niet. Hij verliet het land om de golf van haat en wraak, die zich vooral tegen de Stasi keerde, te ontlopen, zocht politiek asiel en keerde uiteindelijk na een zwerftocht van een jaar door Israel, Oostenrijk en Rusland weer terug naar Duitsland. “Ik moest er doorheen”, zegt Wolf over de hoon van de publieke opinie en de gang naar de rechter. “Dit is mijn Heimat, hier liggen mijn broer en mijn ouders begraven, hier wonen mijn kinderen.”

Trouw en verraad hebben een grotere betekenis in zijn leven gekregen. Vroeger dacht hij dat trouw alleen iets was in het persoonlijke leven. Maar je kunt ook trouw zijn aan oude menselijke idealen, die je ooit voor communistisch hebt gehouden. Of trouw aan een land waarmee je je verbonden voelt. “Ik heb de jeugd niets te vertellen over nieuwe ideologieën. Ik zou wensen dat een jongen, die mijn boek leest, zegt: die Wolf was ook niet helemaal gek. Hij heeft veel tijd nodig gehad slimmer te worden, maar had niet op alle gebieden ongelijk.”