Terugkeer Bolhuis 'bespreekbaar'

Na Atlanta nam André Bolhuis afscheid als chef de mission van de olympische ploeg. Een opvolger is nog niet aangewezen. “De betekenis van de functie wordt onderschat”, zegt Bolhuis. Volgens NOC*NSF-voorzitter Wouter Huibregtsen is zijn terugkeer “best bespreekbaar”.

ROTTERDAM, 21 JUNI. André Bolhuis had na Atlanta toch wel als chef de mission willen aanblijven. “Maar ik voelde al snel aankomen dat ze iets anders van plan waren. Met mij werd dat niet besproken.” NOC*NSF-voorzitter Wouter Huibregtsen reageert verrast. “Zegt hij dat? Dat is absolute flauwekul. Bolhuis heeft zelf nadrukkelijk aangegeven dat hij niet meer verder wilde.”

Huibregtsen en zijn bestuur besloten de werkzaamheden van de chef de mission terug te brengen tot de oude proporties. Voor de komst van Bolhuis bestond die functie puur uit het aanvoeren van de olympische ploeg. De voormalig hockey-international gaf er een nieuwe draai aan. Hij onderhield met behulp van voormalig hockeybondscoach Hans Jorritsma intensief contact met bonden, coaches en sporters en diende ze van advies. Dat werd erg gewaardeerd en wierp - gezien de oogst van negentien medailles in Atlanta - zijn vruchten af.

Toch koos NOC*NSF ervoor om de begeleiding op weg naar de Olympische Spelen meer in de totale topsportstructuur op te nemen. “Want we willen onze aandacht niet beperken tot olympische sporten en medailles. Er zijn ook nog andere takken van sport en we willen ook op EK's en WK's successen boeken”, legt Huibregtsen uit. Bovendien stelt de voorzitter dat er geen tweede Bolhuis te vinden is. “Hebben ze er naar gezocht dan?”, vraagt Bolhuis zich af.

Hij vindt niet dat de kwestie op zijn persoon moet worden toegespitst. Bolhuis: “Het gaat om de functie. Ik vind het doodzonde dat er geen nieuwe chef de mission is aangewezen. Je hebt iemand nodig die onafhankelijk werkt en iemand in wie de sporters zich kunnen herkennen. Iemand bij wie ze zich kunnen aansluiten. NOC*NSF heeft de betekenis van die functie onderschat.” Jorritsma: “De sterke punten van André als chef de mission waren zijn persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme. Daar kan geen structuur tegenop. De kennis is er wel bij NOC*NSF, maar het leiden en begeleiden van een olympische ploeg is toch heel wat anders. We hebben toen echt geen zaken op zijn kop gezet. Vaak was een kleine bijstelling voldoende.”

Volgens Huibregtsen vallen de veranderingen wel mee. “In wezen doet Joop Alberda nu voor Sydney hetzelfde als André Bolhuis deed in deze fase voor Atlanta. Alleen noemen we hem anders en is hij een andere persoonlijkheid dan Bolhuis.” Alberda, de gouden coach van het olympische volleybalteam, is extern adviseur bij NOC*NSF. Het ligt voor de hand dat hij straks ook als chef de mission wordt aangewezen. Marcel Sturkenboom, hoofd van de sector topsport bij de sportkoepel, en zijn assistent Cees Vervoorn zijn twee andere kandidaten.

Het is de bedoeling dat de nieuwe chef de mission pas een jaar voor de Olympische Spelen wordt aangewezen. “Maar als iedereen het anders wil, dan doen we dat toch. Dan slik ik mijn mening wel in”, aldus Huibregtsen. De voorzitter zegt overigens geen indicatie te hebben dat er in de Nederlandse sportwereld een duidelijke roep is om een chef de mission en in het bijzonder om André Bolhuis. “Ik heb niets gehoord en toch is er regelmatig contact met bonden, coaches en sporters. Wat dat betreft houden we de vinger echt wel aan de pols.”

Jorritsma, thans werkzaam als manager bij de KNVB, zegt dat Bolhuis volgens de de NOC-bestuurders te veel aandacht kreeg. “Het succes en de populariteit van André waren die mensen een doorn in het oog. Achter zijn rug werd een machtsspel gespeeld. André wilde daar niet aan meedoen. Maar aan de houding van de mensen was te merken dat er iets zou gaan gebeuren. De blauwdrukken lagen al klaar voor na Atlanta.”

Huibregtsen doet deze bewering af als “onzin”. “Ik heb André altijd ondersteund.” Bolhuis lacht als hem de vraag wordt gesteld of er jaloezie in het spel was. Hij antwoordt echter niet. “Dat moet je zelf maar uitzoeken.” Bolhuis zegt dat hij aanvankelijk goed kon opschieten met Huibregtsen. De verstandhouding werd minder toen de nieuwe plannen bekend werden. “Ik heb toen tegen Wouter gezegd: als jij weet hoe het in de sport in elkaar steekt, moet je zelf chef de mission worden.”

Huibregtsen beschouwde dat als een serieuze suggestie, maar wees die af. “Ik zou het best leuk vinden om te doen”, geeft hij toe. “In kleine landen komt het voor dat dezelfde man voorzitter en chef de mission is, maar bij ons valt dat niet te combineren. Ik ben ook geen voorzitter omdat ik het zo leuk vind, maar omdat ik een maatschappelijke functie voor de sport in de maatschappij zie. En dat beperkt zich niet tot het behalen van medailles.”

Daar ligt meteen het grote verschil tussen de voorzitter en de voormalig chef de mission. Bolhuis: “Huibregtsen wil het liefst vijftien miljoen Nederlanders bij de plannen voor de sport betrekken, ik hield mijn wereld bewust klein. De kritiek van het bestuur was ook dat ze niet precies konden zien wat ik deed. Dat maakte ze heel boos.” Jorritsma: “Huibregtsen heeft eens gezegd dat 75 procent van het werk dat Bolhuis deed niet relevant was. Dat is vernietigende kritiek en volkomen misplaatst. Ik begrijp zoiets ook niet.”

Huibregtsen ontkent dat hij zo'n uitspraak ooit heeft gedaan. “Waarom zou ik nou zoiets zeggen? André deed veel bovenop het werk dat bij een normale chef de mission hoort, maar ik vond juist dat hij dat verdomde goed deed.” Voor de NOC-voorzitter is een terugkeer van Bolhuis ook “best bespreekbaar”. “Waarom niet? We kunnen altijd goede mensen gebruiken.” Bolhuis reageert op de suggestie van een mogelijke terugkeer met de mededeling dat hij nu vice-voorzitter van de hockeybond is. Maar echt uitsluiten doet hij het ook niet. “Ach, we zien wel.”

Bolhuis geeft toe dat hij voor Atlanta al over zijn functioneren in de volgende olympische cyclus had nagedacht. Hij had nog meer van zijn werk als chef de mission aan Hans Jorritsma (“Ik zou graag samen met André zijn doorgegaan”) willen overlaten. Zelf zou Bolhuis graag in het buitenland op zoek zijn gegaan naar goede coaches. “Volgens mij kan in de Nederlandse topsport de kwaliteit van de begeleiding nog beter. We hebben te weinig winnende coaches à la Alberda en Jorritsma. Dan moet je die dus ergens anders vandaan halen. Wat hebben we nodig? Een goede coach voor het wielrennen? Oké, dan gaan we die zoeken.”

Dan heel serieus: “Misschien is dat nu een geschikte taak voor Huibregtsen, met al zijn contacten in het buitenland.” Reactie van Huibregtsen: “Ik heb liever dat André het zelf doet. Ik heb mijn handen vol.”

Bolhuis volgt met interesse de inspanningen van ploegen en individuele sporters om Sydney 2000 te halen en daar goed te presteren. Hij heeft daarbij zijn bedenkingen over een aantal projecten, zoals die van basketballers en handbalsters. “Die moeten nog helemaal beginnen. En je kan niet iets van nul opbouwen. Die weg is te lang. De sporters en hun bonden moeten het werk al voor minstens tachtig procent hebben gedaan. Zoals voor Atlanta met de roeiers en de volleyballers het geval was. Daarna kunnen wij hen met het laatste stuk helpen.”

Wat dat betreft zegt Bolhuis zijn les te hebben geleerd met de softbalsters. Die ploeg kreeg veel steun en medewerking van NOC*NSF, maar bakte er uiteindelijk niets van in Atlanta. “Dat project is gigantisch mislukt”, aldus Bolhuis. “Ja, er ging ook nog weleens wat mis”, zegt hij lachend.