Stadsprovincie

Het bericht (NRC Handelsblad, 5 juni) dat aankondigt dat mijn woonplaats binnenkort gaat behoren tot een stadsprovincie heeft mij verbijsterd. Een stadsprovincie is namelijk totale onzin. In de eerste plaats is het concept verwarrend voor de burger. Voor sommige 'provinciale' zaken zal ik naar Eindhoven moeten, voor andere naar 's-Hertogenbosch. Dat kan niet anders dan resulteren in een geweldig van-kastje-naar-muur-gestuur.

In de tweede plaats is het geldverspilling. In feite introduceert men een split-level variant van een vierde bestuurslaag met alle inherente verdubbeling van infrastructurele diensten. De extra kosten komen natuurlijk weer voor rekening van de belastingbetaler.

Wat is het probleem? Bepaalde zaken moeten boven-gemeentelijk worden geregeld. Nou, daar hebben we een instantie voor: de provincie. Huidige wetgeving is onvoldoende, zo blijkt. Daar is een simpele oplossing voor: een paar nieuwe wetjes maken. Daar komt niet meer werk door, het bestaande werk wordt alleen anders gestructureerd. Reorganisatie dus. Daar is geen stadsprovincieconcept voor nodig. Als je dezelfde Pietjes met dezelfde taken en bevoegdheden in het provinciehuis in 's Hertogenbosch zet, hoef je geen toko in Eindhoven meer op te richten. Veertig kilometer afstand speelt geen enkele rol meer met fax en computers. En het mooie is: al die Pietjes zijn er al in 's-Hertogenbosch, je hoeft alleen maar sommige functies wat anders te omschrijven.