Rijnders(5)

Bij het lezen van het mooie, verontrustende interview met Gerardjan Rijnders door Frénk van der Linden kon men al bijna aanvoelen welke reacties later zouden verschijnen. De brief van F. Wijbrans overtrof echter alle verwachtingen. Het is welhaast een perfecte parodie op de ingezonden brieven van ultraconservatieve medelezers.

Vanuit het hart van NRC-minnend Nederland, Oegstgeest, laat Wijbrans minzaam tolerant weten dat 'we eraan gewend zijn geraakt dat homoseksualiteit in de maatschappij aanvaard is, naast de meer gebruikelijke aantrekking tussen mensen van verschillend geslacht'. Mag ik uit het veelvuldig gebruikte meervoud concluderen dat zijn vrouw (vriendin, maîtresse) het met hem eens is? Wellicht is het aardig de familie Wijbrans te laten weten dat er zelfs nog meer interessante mogelijkheden bestaan naast deze oriëntaties. Ik vrees echter dat men in huize Wijbrans niet geïnteresseerd zal zijn.

Ten eerste had Wijbrans het artikel natuurlijk gewoon ongelezen kunnen laten. Ten tweede getuigt zijn reactie van een grote, veelzeggende fixatie op de seksuele details. Hiermee negeert hij volkomen de problematiek waarover Rijnders in het interview op een scherpe, ontluisterende manier sprak. Wijbrans kiest ervoor zijn morele oordeel af te stemmen op zijn beperkte referentiekader. Dat is zijn goed recht. Het zoeken naar zelfbevestiging en vermijden van ongewenste verschijnselen zal ongetwijfeld een zeker comfort aan zijn leven geven.