Rijnders (2)

Toen ik eind mei het interview las met Gerardjan Rijnders (Z 31 mei) wist ik al dat de week erna een brief erover te lezen zou zijn zoals die van meneer Wijbrans (Z 7 juni). Alleen overtrof Wijbrans afgelopen zaterdag mijn verwachtingen, want dergelijke fossiele reacties zijn volgens mij zeldzaam aan het worden.

Wijbrans bedient zich ten eerste van een onverklaarbare wij-vorm; of meent hij daadwerkelijk dat 'de grote meerderheid' van NRC-lezers achter hem staat?

Dit is de eerste keer in mijn leven dat ik het jammer vind dat ikzelf homoseksueel ben: dit kan mijn betoog ontkrachten en verlagen tot een verdedigende preek (pleonasme) voor eigen parochie. Maar nee, het gaat mij hier niet zozeer om de fossiele opvatting over homoseksualiteit van Wijbrans cum suis, maar vooral om zijn idee dat verdraagzaamheid een kwaliteit is die je aan moet leren om intellectueel te worden, en dat je, als je intellectueel bent, alles moet lezen in het NRC, ook datgene wat je niet interesseert.

Ik zie verdraagzaamheid eerder als een vrucht van intellectualisme, en niet als de oorsprong van intellectualisme. Mijns inziens meent Wijbrans verdraagzaam te zijn zonder tegelijkertijd intellectueel te zijn. Diegene die het hardst schreeuwt dat hij verdraagzaam is, is het vaak het minst.

Maar, geachte heren van de redactie, jullie mogen lezers als Wijbrans best wel aanhouden, hoor!