PPR-blunder

De plicht tot correct citeren - zij het niet noodzakelijk letterlijk en met bronvermelding - geldt in het bijzonder voor de journalist die de domheden van een ander aan de kaak stelt. In dat licht treft de dubbele fout aan het slot van Kees van der Malens beschouwing over D66 in NRC Handelsblad van 13 juni.

Over uitlatingen van Wolffensperger schrijft hij dat die deden denken “aan de mededeling van Bas de Gaay Fortman die in de tweede helft van de jaren zeventig - nadat ARP en KVP braken met het progressieve kabinet-Den Uyl - verklaarde dat de PPR niet meer met de confessionelen wilde samenwerken. VVD-leider Hans Wiegel had daar toen een bondige reactie op: “De PPR verlaat het speelveld. We zwaaiden het ventje vriendelijk uit.”

Het tegendeel is dan ook waar; in de partij werd mij juist verweten dat ik de PPR te nadrukkelijk gekoppeld wenste te houden aan de PvdA, onze bondgenoot in een regeerakkoord voor 1977-1981, en dat ik een te hartstochtelijk beroep deed op het congres de PPR-opstelling tot na de verkiezingen open te houden.

Het commentaar op de strategische domheid van de PPR kwam natuurlijk niet van Wiegel - die stond toen nog zelf buitenspel - maar van Van Agt. Het luidde: “Het PPR-jongetje weigert verder te voetballen en verlaat het speelterrein. Wij zwaaien het ventje vriendelijk uit.”

Van de PPR-blunder uit 1977 valt overigens inderdaad nog steeds te leren, en niet alleen door D66.