Paul Simon als cultuurimperialist

Classic Albums, zaterdag, Ned 1. 22.24-23.20u.

In poptijdschriften worden regelmatig lijstjes afgedrukt van de beste albums aller tijden. Sgt. Pepper staat meestal bovenaan en What's Going On van Marvin Gaye scoort altijd hoog als mooiste soulplaat.

De tv-serie Classic Albums roept de vraag op wíe er dan wel beslist heeft welke albums er tot de klassiekers gerekend mogen worden. De geloofwaardigheid wordt enigszins aangetast door het feit dat Paul Simon zelf als medeproducent op de rol staat van een aflevering over zijn Graceland, een overigens onbetwist hoogtepunt uit de popmuziek van de jaren tachtig.

Begrijpelijk is het wel, dat Paul Simon zijn medewerking alleen wilde geven als hij de toon van de documentaire kon bepalen. Bij verschijnen in 1986 was Graceland een controversiëel album, omdat de muziek tot stand was gekomen door samenwerking met muzikanten uit het toen nog gesegregeerde Zuid-Afrika. Simon werd beschuldigd van cultuurimperialisme, omdat hij de Afrikaanse muziek slechts als inspiratiebron gebruikt zou hebben voor een solocarrière die in het slop was geraakt na zijn succesjaren met Art Garfunkel. Voor Graceland kreeg hij een Grammy Award en met veertien miljoen exemplaren werd het zijn bestverkochte soloplaat.

Opvallend genoeg ontkent Simon de cultuurroof in de documentaire niet. Hij reisde indertijd naar Johannesburg om er opnamen te maken van Zuid-Afrikaanse topmuzikanten als gitarist Ray Phiri, bassist Baghiti Khumalo en de zanggroep Ladysmith Black Mambazo. Zonder omhaal laat Simon achter het studiomengpaneel horen dat hij die jamsessies benutte als basis voor songs die er pas later omheen werden verzonnen. Met verbluffend resultaat. Liedjes als The Boy in the Bubble en Diamonds on the Soles of het Shoes behoren tot de beste die hij ooit maakte. Bovendien, zo benadrukken ook de Afrikaanse muzikanten, leidde Graceland tot internationale erkenning van een muziekcultuur die tot dan toe door het apartheidsregime was onderdrukt.

De saaie en sombere Paul Simon liet zich in de videoclip van You can call me Al van een onverwacht humoristische kant zien, door acteur Chevy Chase als playbackend zanger te laten opdraven. In de tekst blijkt zelfs een penis joke verwerkt, verkondigt Simon onbewogen terwijl hij zijn vingers samenknijpt bij de woorden 'got a short little span of attention.'

Voor het overige is de toon van de documentaire weer bloedserieus. Opnametechnicus Roy Halee mag met veel poeha verkondigen dat Simon als enige popmuzikant de ontdekkingsreis naar Afrika aandurfde. Daarmee gaat hij voorbij aan het feit dat Brian Jones van de Rolling Stones al in de jaren zestig een plaat opnam met de Joujouka-drummers en dat de Talking Heads op het album Naked een vergelijkbare werkwijze volgden.

De documentaire vervalt in onnodige zwaarwichtigheid als Philip Glass op hoogdravende toon het belang van Graceland voor de wereldmuziek mag verkondigen. Je zou zeggen dat de muziek voor zich spreekt als Ladysmith-zanger Joseph Shabalala de ijle zang van het klankgedicht Homeless in een ontroerend moment terugbrengt tot de naakte, Afrikaanse essentie.