Paars houdt van geheimzinnigheid

De paarse coalitie toonde bij haar aantreden een hang naar openheid: open overleg met de Kamer en royale informatie voor de burger. De praktijk verloopt anders: 'Niet alles hoeft bekend te worden'.

DEN HAAG, 21 JUNI. “Een overval van paars”, vonden ze het. Volkomen in strijd met de parlementaire mores. Justitiespecialisten van het CDA werden vorige week geconfronteerd met een verzoek uit de kring van de regeringspartijen zich te onthouden van het stellen van vragen over een wetsvoorstel. Of de Kamer een zogenaamd blanco verslag wilde uitbrengen, vroeg PvdA-Kamerlid Van Oven de commissie justitie in de beslotenheid van een procedurevergadering. D66 en VVD steunden het idee, het CDA niet.

Het bewuste wetsvoorstel was niet zomaar een voorstel, maar de eerste wet die het kabinet spoedeisend wil repareren om het 'Securitel-gat' te repareren. Het ongedaan maken van de rechtsonzekerheid als gevolg van de ongeldigheid van meer dan 360 wetten en regels vereiste snel handelen. Bovendien: de minister diende de tekst van de oude wet in, dus hier was alleen sprake van een technisch voorstel, redeneerde Van Oven.

Het CDA sloeg de aanval in twee fasen af. Het ene Kamerlid kan het andere niet voorschrijven geen mening te hebben, oordeelde de CDA'er Van der Burg, de voorzitter van de Kamercommissie Justitie. En wìj hebben toevallig wel vragen, verklaarde de CDA'er Koekkoek, de woordvoerder in deze kwestie. Gisteren bleek hoe ernstig die vragen waren: het CDA stelt minister Sorgdrager in gebreke bij het repararen van de wet en moedigt de minister aan zich op haar positie te beraden.

Securitel lijkt synoniem aan secret. Zo kon het gebeuren dat CDA-Kamerlid Koekkoek gisteren op een bijeenkomst van het Asser Instituut in Den Haag met specialisten in het internationaal recht debatteerde over het inmiddels beruchte arrest, omdat een topambtenaar van Economische Zaken niet mocht spreken van minister Wijers. Zo goed als ambtenaren van EZ de gedachtenwisseling ook niet als toehoorder mochten bijwonen. Het departement heeft alle ambtelijke deskundigheid nodig om de inventarisatie van het Securitel-gat voor de Kamer tijdig rond te krijgen, verklaarde een woordvoerder van het departement. Bij het Asser Instituut - een onafhankelijke instelling op het terrein van het internationaal recht - hadden ze raar van die houding opgekeken. Hun bijeenkomsten zijn juist bedoeld om de expertise van deskundigen te vergroten.

Bij zijn aantreden kondigde het kabinet-Kok een open regeerstijl aan en kozen de paarse fracties van PvdA, VVD en D66 een zelfstandige opstelling tegenover de ministers. Er zou worden afgerekend met het Torentjes-overleg van de kabinetten-Lubbers.

Maar in de praktijk koos Paars soms al snel voor de beslotenheid, zo mocht de CDA'er Smits ervaren. In het eerste jaar van Paars nodigde VVD'er Van Rey hem uit voor een beraad met paarse Kamerleden om te overleggen over regelgeving voor brandbare nachtkleding. Smits had interesse, hij had tenslotte in de vorige kabinetsperiode initiatieven voorbereid met diezelfde Van Rey. Bij binnenkomst in de Vondelingzaal van de Tweede Kamer trof Smits die bewuste dag echter een heel ander gezelschap aan. Behalve de fractiespecialisten was daar staatssecretaris Terpstra en een deskundige ambtenaar. Van Rey sprak namens de fracties, Terpstra reageerde namens het kabinet en Smits luisterde ademloos toe: “Ik was stomverbaasd. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt.”

Soms houdt de Kamer van geheimzinnigheid, maar meestal zijn het de ministers die beslotenheid prefereren. Deze en vorige week debatteerde de Tweede Kamer over twee stevige kwesties - Securitel en Technolease - waarbij niet het kabinet, maar de media het parlement in eerste instantie informeerden.

De overeenkomst in de parlementaire afhandeling van beide kwesties was frappant. In beide gevallen gingen de paarse Kamerfracties vooral met elkaar in debat en lieten zij het kabinet grotendeels buiten schot. “Zij (ministers, red.) hoeven niet alles wat in hun ambtelijke krocht zou gebeuren ogenblikkelijk aan de Kamer te melden”, zei D66-Kamerlid De Graaf vorige week richting oppositie over de handelwijze van het kabinet om de Kamer niet direct in te lichten over de reikwijdte van het Securitel-arrest. “Wij willen een principieel debat over openbaarheid van gegevens van de Rekenkamer, maar de zaak zelf heeft onze steun”, verklaarde PvdA-Kamerlid Witteveen gisteren in het Technolease-debat. Of zoals D66'er Van Walsum het uitdrukte: “De informatievoorziening was met de hakken over de sloot.”

De ruimhartige interpretatie van de informatieplicht van de regering staat in contrast met de situatie van een jaar geleden. Eind vorig jaar sloot de Tweede Kamer het politiek seizoen heel anders af. In de maanden daarvoor had zij zich als assertief onderzoeksinstituut laten kennen. Met één enquête (opsporingsmethoden politie), en drie onderzoeken (Woningbouw Beheer Limburg, Klimaatveranderingen, Centraal Toezicht Sociale Verzekeringen), waarvan de laatste één bewindsman (staatssecretaris Linschoten) de kop kostte, toonde het parlement zich een ijverig vorser naar informatie en feiten.

Een jaar later, of beter gezegd één jaar dichter bij de verkiezingen van 1998, opereert het parlement tegenovergesteld: het wil liever niet al te veel weten, en oordeelt begripvol over bewindslieden die hun departement niet onder controle hebben en de Kamer daardoor niet tijdig en voldoende inlichten. Oud-staatssecretaris Van Amelsvoort had de Tweede Kamer weliswaar laat, maar toch tijdig over de Technolease-constructie geinformeerd, vond een meerderheid eergisteravond. Eerder kon niet, want Van Amelsvoort was een zwakke staatssecretaris die geen controle over zijn ambtelijk apparaat had, zei VVD-Kamerlid Voûte. En nadat minister Wijers vorige week verklaarde dat Europees beleid bij de departementen niet goed georganiseerd is, er onvoldoende kennis in huis is en er onvoldoende leiding wordt gegeven - en hij daarvoor zijn excuus had aangeboden - slikte de Kamer in dat ze onvoldoende of te laat was ingelicht over de gevolgen van het Securitel-arrest.

De CDA'er Mateman was het woensdagavond wel een beetje met paars eens dat het parlement nu eenmaal niet alles kan navorsen. Laconiek constateerde hij in het Technolease-debat: “Je kunt zeggen dat het triest is dat dit (onthullingen over technolease, red.) door de media moet gebeuren, maar de media vormen een integraal onderdeel van de countervailing powers van de democratie.”