Op en neer met de ongerijpte markten

Nu de records op de gerijpte effectenbeurzen doen vermoeden dat de bomen inderdaad tot in de hemel groeien, mikken twee Nederlandse vermogensbeheerders op animo onder beleggers voor investeringen in opkomende markten. Vroeger heetten zij ontwikkelingslanden. Nu staan onstuimig groeiende economieën in Zuid-Amerika, Oost-Europa en het Verre Oosten beter bekend onder hun moderne naam, emerging markets.

“De afgelopen drie jaar hebben emerging markets het relatief slecht gedaan”, erkent drs. G. Theodoridis, hoofd emerging markets beleggingsfondsen bij ABN Amro. Deze bank heeft al een serie regionale emerging market-fondsen met bijna 3 miljard gulden vermogen. Het nieuwe Global Emerging Markets Equity Fund, dat wereldwijd investeert in aandelen van bedrijven in opkomende landen vult het terrein dat nog braak lag.

Voor de Goudse vermogensbeheerder Veer Palthe Voûte (VPV) is het Emerging Markets Fund het eerste buiten de westerse effectenbeurzen. “Op lange termijn moet je als belegger meer geld in de emerging markets kunnen verdienen dan op de rijpe markten”, zegt directeur drs. J. Voûte van VPV.

De dubbele introductie kan geen toeval zijn. Emerging markets zijn een van de lievelings beleggingen voor de lange termijn van de professionals zelf, zo constateerde de Wall Street Journal eerder dit jaar. Een perfecte belegging voor het spaargeld van hun baby's, die het voorlopig toch niet nodig hebben.

De attractie van deze markten is het economisch groeitempo, dat soms het drievoudige is van het westen. De risico's hangen samen met de groeistuipen, variërend van prijsstijgingen tot politieke omwenteling. In de jaren tachtig leidde de liberalisatie van lokale markten en de toenemende vervlechting van de wereldeconomie tot een wassende stroom investeringen in opkomende markten.

Het opengaan van Oost-Europa gaf de emerging markets ook een Europese component. Na het topjaar 1993, waarin de koersen soms in waarde verdubbelden, volgde in 1994 de kater, toen Mexico even bankroet dreigde te gaan en het virus van wantrouwen oversloeg naar andere opkomende markten. Bijna vanaf dat moment beginnen de westerse beurzen aan een vrijwel onstuitbare opmars, terwijl de emerging markets dalen.

Dit jaar lijken de emerging markets weer in zwang. Het RG Emerging Markets Fund van Robeco, dat eind 1994 op de markt werd gebracht, bijna een kwart van zijn waarde verloor en weer opkrabbelde, boekte de eerste vijf maanden van dit jaar een rendement van 35 procent. Dat is de helft meer dan het best presterende internationale aandelenfonds.

Het nieuwe ABN Amro fonds dat in (nu: 32) emerging markets gaat beleggen, mikt op beleggers die zelf geen keuze willen (of durven) maken voor een specifieke regio. Net als het VPV fonds richt ABN Amro zich primair op (voor de belegger onbelaste) vermogensgroei. Door de spreiding over een groot aantal landen hoopt ABN Amro de pieken en de dalen, die kenmerkend zijn voor de emerging markets, te verevenen. Theodoridis verwacht met het nieuwe fonds in enkele jaren een paar honderd miljoen gulden beleggingsgeld aan te trekken. De ervaring leert dat investeerders elke keer de kat uit de boom kijken. Het Oost-Europa Fonds begon twee jaar geleden met 35 miljoen gulden, nu is dat bijna 500 miljoen gulden. VPV (“wij zijn geen grote bank”) begint met 10 miljoen gulden, in de verwachting dat het beheerde bedrag eind dit jaar 50 miljoen zal zijn.

Een van de voordelen van emerging markets is dat de koersbewegingen afwijken van de pieken en dalen op de westerse markten. “De cyclus op de westerse markten wordt niet automatisch overgenomen door de emerging markets”, aldus Voûte. Tachtig exotische markten vanuit Gouda volgen, is niet doenlijk, zo bekent hij. VPV gaat zo'n 30 procent van het vermogen rechtstreeks investeren in opkomende markten, 70 procent loopt via landenfondsen van andere vermogensbeheerders.