Marokko's ambivalente strijd tegen hasj; De kifketen

Onder druk van de Europese Unie heeft koning Hassan II van Marokko de strijd afgekondigd tegen de kif. Smokkelaars wacht een kleine, duistere cel, zoals 83 Nederlanders aan den lijve ondervinden. Maar de politieke en economische belangen zijn groot. De productie en export van kif levert de Marokkaanse overheid jaarlijks vijf miljard gulden op. Een tweeluik over de bedrijfstak hasj.

Sjaak G. is in de Marokkaanse havenplaats Tanger voor zaken. De Vlaamse ex-vrachtwagenchauffeur is op zoek naar Mohammed. Deze zou hem nog een miljoen gulden verschuldigd zijn. “Maar met vijftigduizend gulden neem ik ook genoegen.” De hele middag heeft Sjaak gezocht naar Mohammed; in de haven met de luxe jachten, in de wijk met de penthouses. Mohammed blijkt te zijn vertrokken. De drugshandelaar heeft de wijk genomen naar Nederland, heeft men Sjaak verteld, op de vlucht voor de strijd van koning Hassan tegen de drugs.

Nu nipt Sjaak G. in bar Marco Polo aan een colaatje. Donkerrode gordijnen hangen voor de ramen, de barkeeper spreekt een mengelmoes van Nederlands en Duits. In Nederland hadden we al van deze bar gehoord: verzamelplaats van handelaren, hoeren en chauffeurs. Sjaak is net uit de gevangenis ontslagen. Nadat hij aan de Spaans/Franse grens werd gearresteerd met 350 kilo hasj in zijn dieseltank, afkomstig uit Marokko, bracht hij zesentwintig maanden en tien dagen door in een cel in het Franse Perpignan. “Gelukkig” is Sjaak niet door de Marokkaanse politie gepakt. “De omstandigheden in de Marokkaanse gevangenissen moeten vreselijk zijn.”

Vijfentachtig Nederlanders zitten in Marokko gevangen, onder wie zeven vrouwen. Bijna iedereen is veroordeeld wegens handel in of smokkel van hasj - twee mannen zitten voor de illegale invoer van auto's. Marokko is buiten West-Europa het land waar de meeste Nederlanders gevangen zitten; alleen in Duitsland, Frankrijk en Spanje zijn er meer.

La lutte contre les drogues heeft de handelaren doen omkijken naar andere koeriers. Mannen als Sjaak G. liepen te veel in de gaten. Sjaak is dan ook een smokkelaar van de oude stempel; een blanke vrachtwagenchauffeur die met enkele honderden of duizenden kilo's hasj in zijn wagen de oversteek naar het veertien kilometer verderop gelegen Spanje waagde. De 'nieuwe' koerier is veelal een oudere man, die in zijn kampeerwagen niet meer dan vijftig, zestig kilo mee neemt. Zo zitten momenteel twee Nederlandse broers vast in Marokko wegens hasjsmokkel: vijftig en zeventig jaar oud.

De stijgende leeftijd van drugskoeriers heeft consequenties. Als zij worden gearresteerd, bijvoorbeeld. Circa zeventig procent van de Nederlandse gevangenen in Marokkaanse gevangenissen heeft al gezondheidsklachten vóór zij de cel ingaan, zegt een woordvoerder van de Nederlandse ambassade in de Marokkaanse hoofdstad Rabat. In de gevangenis gaat hun gezondheid er niet op vooruit.

Zo laat de hygiëne te wensen over; celgenoten poepen allemaal boven hetzelfde gat in de hoek. Daglicht is spaarzaam. Drie keer per dag eten de gedetineerden soep, een keer in de twee weken is er een lapje vlees. Alleen de plaatselijke kruidenier Abdullah Brich kan dat vitamine-arme menu aanvullen.

Goudse kaas De witte bestelauto van Abdullah Brich stopt langs de stoeprand. Joviaal steekt hij zijn hand door het geopende raampje. “Gaat het goed”, vraagt hij. Iedere vrijdag brengt Brich de Nederlandse gedetineerden in Rabat hun boodschappen - veelal vers fruit, water of chocolade. Ook vandaag is hij op weg naar de gevangenis. Zijn bestelauto puilt uit met dozen, gevuld met appels, yoghurt, gesneden Goudse kaas en een enkele fles tomatenketchup.

De Nederlandse gevangenen in Rabat vullen elke week een voorgedrukte boodschappenlijst in. Brich en zijn familie doen vervolgens de boodschappen. Bijna alles is verkrijgbaar. Brich koopt de Goudse kaas bij een vestiging van de Nederlandse keten Makro in Rabat, zijn vrouw kan kip braden en patat bakken. Maar alles heeft zijn prijs en gevangenen kunnen de levensmiddelen niet altijd betalen.

De Nederlandse ambassade heeft het systeem bedacht. Het personeel schakelde Abdullah Brich al snel in voor de boodschappen, maar nam nog wel de financiële kant voor zijn rekening. Met de stijging van het aantal Nederlandse gedetineerden nam de werkdruk toe. “We moesten soms overwerken voor de boekhouding van de gevangenen”, aldus de woordvoerder. In Rabat hebben andere ambassades inmiddels het voorbeeld van de Nederlandse missie gevolgd. “Wel acht”, zegt Brich.

De gevangenis van Rabat staat in een volkswijk. Vanaf de minaret klinkt de oproep tot gebed. Mannen haasten zich langs de wachttorens naar de moskee. Het leven hier is vreselijk, schrijven de gevangenen in brieven aan hun familie. Ferry Pirovano, die elf jaar cel kreeg, schetst een beeld van een benauwde cel (2.40 bij 5.50 meter) waarin acht mannen wonen. Doordeweeks mogen de gedetineerden een uur per dag luchten, in het weekeinde moeten zij binnen blijven.

Hun families ijveren voor een verdrag, zodat gedetineerden de straf in Nederland mogen uitzitten. De Marokkaanse overheid voelt daar wel voor. Zo'n overeenkomst maakt wellicht een einde aan de kritiek van de internationale gemeenschap op het zware regime in Marokkaanse gevangenissen. Bovendien kan het verdrag ruimte scheppen in de overvolle detentiecentra. Zo is de gevangenis in Rabat-Salé geschikt voor drieduizend gevangenen, terwijl zij er vijfduizend zou herbergen.

Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft zich uitgesproken voor zo'n verdrag. Twee maanden geleden kwam het antwoord van het Nederlandse kabinet. Nee. Nederland moet, zo zegt minister Sorgdrager (Justitie) voor de overdracht van gevangenen alleen verdragen sluiten met landen “die een rechtsgang hebben waarin we vertrouwen hebben en bij Marokko heb ik mijn twijfels”. En hoe kan de Nederlandse staat een straf uitvoeren, als ze aan de rechtmatigheid en de strafmaat twijfelt?

De Marokkaanse rechtsgang kent bovendien grote willekeur. Een buitenlander in Rabat kreeg onlangs zes jaar cel voor de smokkel van zestig kilo hasj. Een man in het zuidelijker gelegen Agadir werd vijf jaar opgesloten voor de smokkel van vijf kilo hasj. Hij zou onbeschoft tegen de rechter zijn geweest. Ook moeten de gedetineerden verklaringen in het Arabisch ondertekenen en zijn er te weinig onafhankelijke tolken en advocaten.

Dan kent Marokko nog een boetesysteem. Over de (verboden) uitvoer van hasj moet de smokkelaar belasting betalen. Veertig- of zestigduizend gulden is geen uitzondering. Ferry Pirovano moet zelfs 52 miljoen gulden betalen. De Marokkaanse rechtbank zou een fout hebben gemaakt door deze regie de tabac te berekenen in oude dirhams, de munteenheid van Marokko.

Naar de herkomst van het 'boetegeld' vraagt de Marokkaanse overheid meestal niet. Enkele weken geleden had een Nederlandse gevangene zijn straf er op zitten, alleen de regie de tabac restte hem nog. 'Vrienden' uit Nederland legden de tienduizenden guldens zonder blikken of blozen op tafel.

Risico

De Marokkaanse 'strijd' heeft de beweegredenen van de smokkelaar veranderd. Chauffeurs als Sjaak G. hadden al geld, maar wilden meer. “Ik verdiende veel met de smokkel van hasj, maar gaf ook veel uit. We gingen twee keer per jaar op wintersport met de kinderen, altijd naar de Canarische eilanden, dure auto's. Daarnaast heb ik met het geld een eigen zaak opgezet.” De huidige koerier smokkelt veelal uit geldnood: speelschulden, een dreigend faillissent of aanvulling op de bijstand.

Frans de Brakeleer was een van hen. Hij zit gevangen in Rabat. In Nederland vertelt zijn moeder zijn verhaal. “Frans had geld nodig”, zegt ze. “Hij wilde een duikschool oprichten in Spanje, maar had nog schulden uitstaan in Den Haag van zijn vorige onderneming. Iemand heeft hem aangeboden een vracht hasj in zijn zeilboot te verbergen.” Even buitengaats werd De Brakeleer aangehouden. Hij kreeg acht jaar.

Zijn ouders hebben het er moeilijk mee. Ze zijn 73 jaar en Frans is hun enige kind. In oktober wordt hij vijftig. Mevrouw De Brakeleer praat graag over haar zoon. Haar man niet. “Mijn echtgenoot heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog in een gevangenis in Berlijn gezeten. Een brief waarin Frans schrijft dat het slecht gaat, leest hij niet. We hebben alle zaken vastgelegd. Gebeurt er iets met ons, dan zorgt de notaris ervoor dat Frans iedere maand zijn tweehonderd gulden krijgt.”

De familieleden verwijten de Nederlandse overheid dat zij te weinig (financiële) steun geeft aan de gedetineerden. Zo krijgen Spanjaarden in Marokkaanse gevangenissen ieder honderd dollar per maand. Nederlanders krijgen niets. Hun uitkeringen worden stopgezet, behalve als het een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid is.

De Belgische ex-vrachtwagenchauffeur Sjaak G. huivert bij de verhalen over Nederlandse gedetineerden in Marokkaanse cellen. Voor hem is de handel in hasj echt over, zweert hij. Tien keer reed hij met een vrachtwagen vol softdrugs van Marokko naar Nederland. Maar met de huidige controles in de haven van Tanger en aan de Marokkaans/Spaanse grens is het risico hem te groot.

Sjaak G. is 54. Morgen vertrekt hij van Tanger naar Oujda, een provinciestad aan de Algerijnse grens. Daar wil hij met een Marokkaanse vriendin (26) trouwen. “Ze is lief en zorgt goed voor me zonder een grote mond te hebben.” De voorgenomen trouwerij blijkt ook een ander doel te dienen. “Door een Marokkaans meisje te trouwen, kan ik makkelijker het land in en uit. Als de politie dan vraagt wat ik hier heb gedaan, zeg ik dat ik mijn vrouw heb bezocht.”