Marokko's ambivalente strijd tegen hasj; De kifketen, De Teelt

Onder druk van de Europese Unie heeft koning Hassan II van Marokko de strijd afgekondigd tegen de kif. Smokkelaars wacht een kleine, duistere cel, zoals 83 Nederlanders aan den lijve ondervinden. Maar de politieke en economische belangen zijn groot. De productie en export van kif levert de Marokkaanse overheid jaarlijks vijf miljard gulden op. Een tweeluik over de bedrijfstak hasj.

De man houdt onze taxi nabij het busstation aan en stapt ongevraagd in. “Hollanders”, vraagt hij glunderend. Dat dacht hij al. Zijn beste klanten herkent hij op een kilometer afstand. Een spervuur van vragen volgt. “Willen jullie mijn plantage bezoeken? De hoogste kwaliteit verkoop ik. Hoeveel kilo willen jullie kopen? De beste prijzen bied ik.” Na vele vruchteloze pogingen geeft de man de moed op. “Als jullie geen hasj willen, wat zoeken jullie hier dan?”

Welkom in Chefchaouen; Marokkaanse hoofdstad van de hasj. De huizen van het stadje in het noorden van het land, omgeven door de machtige bergen van de Rif,zijn wit met lichblauw gesausd. De kinderen spreken er een Berber dialect en drie woorden Spaans. De Spanjaarden waren de laatsten die zich, tijdens hun protectoraat in het begin van de eeuw, om de streek en haar inwoners hebben bekommerd. De Fransen, die na hen kwamen, hebben er nooit naar omgekeken, net zo min als, tot voor kort, de Marokkaanse autoriteiten.

Restaurant Al Kasbah adverteert buiten met heerlijke tagines en couscous, maar binnen telt het meer kamertjes dan tafels. Door de openingen in de muur kan men in ieder hokje een bank zien. Op een van die banken ligt een oude man in djellaba een forse joint te roken. Zuchtend neemt de ober in deze hasjkit toch de bestelling op. De tagines met kip wil hij bij de buren halen, maar een dessert kan hij echt niet regelen. Of toch: hij haalt de joint tussen zijn lippen vandaan en reikt deze met een amicaal gebaar aan.

Anderhalf jaar geleden ging koning Hassan II 'de strijd tegen de drugs' aan. Betrokkenen moesten op alle niveaus worden aangepakt: producenten, handelaren, smokkelaars en niet te vergeten corrupte ambtenaren en om te kopen douaniers. Maar la lutte contre les drogues dreigt te verzanden. De economische en politieke belangen zijn te groot. De geschatte inkomsten uit de productie en export van hasj bedragen immers 5 miljard gulden per jaar, ongeveer eentiende van het Bruto Nationaal Product.

Jarenlang lieten de autoriteiten de kif (de Marokkaanse naam voor hasj) ongemoeid. Het geld stroomde binnen en het volk morde tenminste minder. Intussen vormde zich een staat binnen een staat. De politie durfde bepaalde delen van het land niet meer in te gaan. Een 'vercolombianisering' van de Marokkaanse maatschappij dreigde, zoals bleek toen de politie bij een inval bij een handelaar niet alleen zes ton hasj vond, maar ook een utramodern satelliet-communicatiesysteem en vele kalasjnikovs en bazooka's.

Uit Europa klonk ook luidere kritiek. Daarop wilde de koning, wanhopig op zoek naar aansluiting bij Europa, de strijd tegen de drugs wel aangaan. Met Europees geld en Europese hulp. “Wij zijn dan wel de producenten, jullie zijn de afnemers”, luidde zijn redenering. De Europese steun kwam er: 850 miljoen ecu (circa 1,8 miljard gulden) voor de ontwikkeling van het noorden van Marokko en diverse projecten in de regio.

Infrastructuur

Hotsend rijdt de jeep over een zandpad, hoog in de bergen achter Chefchaouen. Meisjes met hoofddoeken kijken van achter een kudde geiten op, jongens komen joelend uit de velden aangerend. Het is half mei en de kif staat er goed bij. De planten variëren van enkel- tot kniehoogte. De kif die met behulp van professionele irrigatiesystemen wordt gekweekt, staat zelfs hoger en heeft een diepgroene kleur. De geur van hasj hangt in de lucht, het ruikt naar lavendel. “Moet je in juli terugkomen”, zegt Remi Growel. “Dan ruikt het nog veel zoeter.” In augustus wordt er geoogst.

Growel leidt een project van de Europese Unie in het Rifgebergte. Maar bij het horen van la lutte contre les drogues snuift de Fransman. “Kif komt bij mij op de tweede plaats. De ontwikkeling van de regio is veel belangrijker.” Zijn redenering is vooral praktisch: “De Marokkaanse autoriteiten hebben het gebied jarenlang verwaarloosd. We moeten de landarbeiders hier eerst laten zien dat we werkelijk iets voor hen doen. Daarna kunnen we over de kif praten.”

Inmiddels heeft de Europese Unie enkele projecten uitgevoerd: een grindweg langs vijf dorpen, een waterput, een brug in aanbouw. Bij die brug wordt Growel begroet door een aantal wijze mannen uit het dorp. Er wordt thee gedronken, veel thee, geit gegeten en gediscussieerd, voornamelijk over geld. Wie gaat straks de man met de graafmachine betalen? Maar niemand rept over vermindering van de hasjproductie.

Loopt de Europese Unie niet het risico dat de verbeterde infrastructuur wordt gebruikt voor de handel in drugs? Growel knikt. Met tegenzin vertelt hij over een Westers project, zeven jaar geleden. Er werd een weg en een waterput aangelegd, maar de projectleiders waren amper vertrokken of over de weg reden vrachtwagens met hasj en het water werd gebruikt voor irrigatie van de kifplanten.

Stabiliteit

In het kantoor van de Europese Unie in de Marokkaanse hoofdstad Rabat had Rafaël Dochoa Moreno, verantwoordelijk voor de ontwikkeling van noordelijk Marokko, er al voor gewaarschuwd. “De strijd tegen de kif is moeilijk.” Maar de Europese belangen zijn groot. Het noorden van Marokko is immers grensregio van de EU. En is Europa niet gebaat bij rust aan zijn grenzen?

Maar in de Rif is de werkloosheid hoog en veel mensen kunnen lezen noch schrijven. Jongeren proberen weg te komen of zoeken een andere toekomst. Dochoa: “De illegale immigratie is een groot probleem voor de EU, evenals de dreiging van het fundamentalisme. We hebben in Algerije gezien waar dat toe kan leiden. Stabiliteit is dus erg belangrijk.”

De EU probeert die stabiliteit 'af te kopen' - met de bouw van schooltjes, de introductie van nieuwe gewassen en het onthouden van krediet aan boeren die kif verbouwen. Al erkent Dochoa dat geen enkel gewas zoveel opbrengt als kif. “De boeren moeten overtuigd raken van de voordelen. Als je geen kif verbouwt, kan je vrouw over een goede weg naar de markt, gaan je kinderen naar school en loop je zelf geen kans in het gevang te belanden”, zegt Dochoa. Maar zover is het nog niet.

Tegen de hellingen verrijzen intussen rozerode huizen, in de zuidelijke bouwstijl die nu in de mode is. “Gebouwd met geld van de hasj”, zegt Growel. “Het is alleen jammer dat de mensen van die moderne huizen willen, met een dakterras. Als het regent, hebben ze direct lekkage.” Heeft een hasjboer gedurende enkele jaren goede zaken gedaan, dan volgt na het huis een waterput, een satelliettelevisie en een auto. Het liefst een Mercedes - ook al rijdt zo'n ding moeilijk over ongeasfalteerde wegen.

Is er dan niets veranderd? Jawel. Bij de politie bijvoorbeeld, die op de toegangsweg naar Chefchaouen de jeep van Growel aanhoudt. Fourwheeldrives met een nummerbord uit Chefchaouen zijn altijd verdacht. De grote handelaren rijden er immers in. Maar de agenten zijn niet meer dezelfde, sinds twee collega's werden opgepakt. Twintigduizend dirham (circa vierduizend gulden) zou het tweetal hebben gevraagd om een hasjtransport door te laten.

Koning Hassan wil Europa zijn goede wil tonen. Twee topambtenaren van het ministerie van Justitie werden gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij handel in hasj. Enkele handelaren, onder wie een grote drugsbaron met de bijnaam Dib (de wolf) werd gevangen gezet. De controles in de haven en aan de Middellandse Zee zijn aanzienlijk verscherpt.

Toch maken de Marokkaanse autoriteiten geen echte vuist tegen de hasj. Hoe kunnen ze ook? Volgens onofficiële cijfers zijn circa zeventigduizend families voor hun bestaan afhankelijk van de hasj. Gemiddeld telt een gezin zeven leden. En met een bloedig neergeslagen opstand in het Rifgebergte eind jaren vijftig in het achterhoofd wil de koning onrust onder een half miljoen Riffijnen vermijden.

Het is zes uur in de ochtend; op het busstation van Chefchaouen is het rustig. De kleine hasjhandelaren van enkele dagen geleden slapen hun roes uit. Ter hoogte van Ketama draait de bus een hoek om. Dan zien we het grootste hasjveld tot nu toe; een vallei vol. Een zoete geur drijft door de open ramen van de bus naar binnen.