Hollands Dagboek; Eric Nordholt

Eric Nordholt (1939) is zijn carrière in 1962 begonnen als adjunct-inspecteur bij de Gemeentepolitie Groningen. In 1970 haalde hij zijn doctoraal als organisatie-socioloog. In 1984 werd hij hoofdcommissaris in Groningen en in 1987 bij het korps in Amsterdam, dat hij per 1 september verlaat.

Donderdag 12 juni

01.00 uur. Het is al nacht als An - mijn vrouw - en ik, na de leukste haringparty in Nederland (dit jaar op kasteel Nijenrode), gevolgd door een vrolijk diner met een achttal vrienden, terugkeren naar Amsterdam. Het is warm, de stad is loom en in de verte gonst het Rembrandtplein. Wij besluiten nog even naar het Frederiksplein te lopen. De collega die op wacht staat en waarmee ik de vorige nacht ook al heb staan praten zegt: “Chef, ik heb alles onder controle, ga maar lekker slapen.”

Mijn vrouw en ik besluiten zijn advies eerst later op te volgen en lopen nog even door de eindeloze zalen, waar de techniek, met zware, zwarte kabels Amsterdam met de Wereld moet gaan verbinden. De tent van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) spant de kroon. Op de veranda, die ons aan een huis in de tropen doet denken, zien we in de verte het mooi verlichte Amstel Hotel. Een verkeerslicht staat in één van de tenten als een curieus symbool niets te doen. Door weer een andere tent groeit een boom.

In een bui die zich boven Amsterdam ontlaadt, verlaten wij dit surrealistische decor, nagezwaaid door een diender op zijn fiets, die met fladderende regenjas in een spoor van water tussen twee tenten verdwijnt.

06.15 uur. De aquavit, waarmede de haring verrukkelijk werd begeleid, maakt ruzie in mijn hoofd. Bezie de kranten. Lees over Rotterdam, zie hoe de politiek zich 'barmhartig' over het conflict ontfermt en denk: laat ze maar praten, Rotterdam Rijnmond is een goed korps.

07.50 uur. Al tien jaar vaste tijd. Met mijn chauffeur Anders Stalbrink naar het bureau. 08.00 uur. Overleg met de secretaris. 08.30 uur: overleg met het hoofd operationele zaken (Joop van Riessen) en de chef van het bureau voorlichting (Klaas Wilting). Bij het schrijven van een dagboek merk je, hoe sterk je leven door een met je zelf afgesproken dienstregeling wordt bepaald. Edoch zonder regel is er chaos in mijn leven.

Ik ontvang het definitieve draaiboek voor de Eurotop. Honderden bladzijden gecomprimeerde afspraken, regelingen, procedures en informatie. Met Jan Cees Goet en Wilco Bres (Binnenlandse Zaken) werk ik de laatste obstakels weg met betrekking tot de benoeming van de nieuwe korpsleiding. Informeer mijn burgemeester. Hij is blij.

Vrijdag

Amsterdam is vooral mooi in het vroege uur. Het licht in de gracht is prachtig. De stad ruikt aangenaam. Voor de boodschappen gebruik ik een oude damesfiets. Daar zit ik niet op want dan zak ik er door. Neen, ik voer haar mee aan de rechter hand. De twee grote zware tassen aan het stuur. Bewust houd ik het rijwiel met één hand vast, anders gelijk ik op een dakloze. Ik loop recht op als ware ik op surveillance. Tijdens mijn winkelgang door het 'dorp' tref ik niet zelden Schelto Patijn, die net zo als ik, er ook op uit gestuurd is om de groente en het dagelijks brood te halen. Hij zit echter altijd gewoon op zijn fiets en rijdt met hoge snelheid, alsof ze in de raad bij een spoeddebat op hem wachten. Hij groet hartelijk en koerst met een blos op de wangen op Eurosnelheid in de richting van de Kerkstraat.

Op de brug ontmoet ik elke week Fred. Hij staat daar en schildert de Reguliersgracht. Terwijl hij zijn pastelverf mengt kijkt hij mij lang en peinzend aan en zegt, alsof het hem oplucht: “Op de televisie vind ik je een geweldige zeikerd, maar zo in het wild val je eigenlijk wel mee.”

Van uur tot uur word ik vanuit het beleidscentrum door mijn secretaris op de hoogte gehouden van de stand van zaken. De laatste informatie wordt geëvalueerd. De commandokamer en het beleidscentrum zijn tot woensdagavond permanent bezet. Met Klaas Wilting bespreek ik het laatste nieuws. Naast de 'top' draait het andere werk gewoon door. De eerste collega's, die vanuit het land bijstand verlenen komen vandaag binnen. Zij worden ondergebracht op een grote 'hotelboot'. Gigantische organisatie.

Snel naar Lisse, om samen met mijn vrouw en dochter de huwelijksvoltrekking van Mirjams hartsvriendin bij te wonen.

Terug naar Amsterdam. Contact met Joop van Riessen. In de stad is het rustig. Anny heeft, geïnspireerd door een fijn verblijf in Rome, verrukkelijk gekookt. Wij genieten. Terwijl ik de wijn inschenk hoor ik een geluid dat niet bij deze ambiance past. De vlaggemasten op de hoek Utrechtsestraat-Keizersgracht worden door een stel gasten met hanenkammen in chaoskledij afgebroken en in de gracht gesmeten. Langs ons huis trekt een merkwaardige stoet richting Reguliersgracht. Ik zoek contact met het beleidscentrum en bespreek de strategie. Mijn pasta wordt koud. Tegen de strakke lucht hangt de helikopter onbeweeglijk als een grote libelle, geel-rood gekleurd door de late avondzon. De collega's van de aanhoudingseenheden houden veertien verdachten aan. De groep is uit elkaar gejaagd. De zaak is onder controle. Er zijn wat ruiten gesneuveld en er zijn een paar masten gebroken. Het Journaal van 22.00 uur meldt 'hevige' rellen in Amsterdam.

Ik besluit de stad in te gaan. In de Gouden Bocht van de Herengracht klinkt Puccini. In de warme avond genieten duizenden Amsterdammers van het bel canto. Een diender spreekt van saamhorigheid. De bereden politie wiegt mee in de cadans van een wals. Een paar honderd meter verderop worden de laatste demonstranten uiteengedreven. Op het Frederiksplein maak ik kennis met de collega's uit Den Haag. Aardige mensen. Als ik naar bed ga is de zaterdag al weer een paar uur oud.

Zaterdag

06.30 uur. De stad ontwaakt. De mannen van de reiniging vegen. Snel een paar boodschappen, de kranten en een aantal telefoongesprekken. Mijn wekelijkse bezoek aan Concerto schiet er bij in.

11.00 uur. Thom informeert mij over de laatste stand van zaken. Samen met hoofdofficier Hans Vrakking ga ik de stad in. De eerste demonstranten verzamelen zich op de Dam. Om 13.30 bedraagt hun aantal ongeveer duizend. Wij rijden eerst naar Spaarnwoude. Sluiten aan bij de staart van een demonstratie van ongeveer achtduizend motorrijders. Het verkeer op de rondweg totaal geblokkeerd. Er doen zich geen incidenten voor. Terug naar Amsterdam. Hans en ik luisteren mee op de mobilofoon. Duizenden demonstranten op de Dam. Een door de kleur rood getinte stoet trekt op het Leidseplein aan ons voorbij. In Amsterdam wordt gedemonstreerd. Vóór alles en tegen alles.

Het Frederiksplein daarentegen is leeg. Onwerkelijk, als in een droom. Wat we zien zijn dienders, alleen maar dienders, binnen en buiten de afzetting. Collega's uit Rotterdam, Den Haag en uit ons eigen korps. De rust hier staat in schril contrast met de drukte elders in Amsterdam.

Een trein met Italianen arriveert op het Centraal Station. Vandalen hebben met groot enthousiasme een aantal wagons verbouwd. Na overleg besluiten wij om ze eerst in bussen af te voeren, waarna ze met de volgende trein naar Italië worden teruggestuurd. Voor de begeleiding krijgen we de collegiale bijstand van de ME van het korps Kennemerland. De rust keert terug. Het blijft gezellig in de stad. In het beleidscentrum zien we de helikopterbeelden van de Dam en het CS. Misschien moet er op één van de kruisingen nog een charge worden uitgevoerd. Het loopt goed af. De organisatoren zijn tevreden. De dienders worden met name door de buitenlandse demonstranten geprezen. Wij gaan even naar huis.

Aan tafel hebben Anny en ik het ook nog over Seth, die vandaag in Aken zijn première heeft die we helaas moeten missen. Door het open raam van mijn studeerkamer hoor ik melancholische muziek vanaf de Gouden bocht. Waar vind je zo'n stad? Ik loop naar het Rembrandtplein, maak grappen met de Friese en Amsterdamse collega's en word deelgenoot van hun ervaringen.

Zondag

Mirjam komt langs. Wij ontbijten met elkaar. Onze dochter doet op humoristische wijze verslag van het bruiloftsfeest van haar vriendin Debby.

Anders staat al weer beneden. Wij bezoeken verschillende locaties: Frederiksplein, De Grand, Hotel l'Europe, de Dam. Ik maak kennis met honderden collega's uit het hele land. Ondanks de zware diensten van meer dan dertien uur, hoor ik geen enkele klacht. Loyaal, collegiaal en met overgave doen ze hun werk. Dat typeert de Nederlandse diender. Er heerst bij de mannen en vrouwen die het uitvoerende werk doen een groot gevoel van saamhorigheid. Bespreek met Joop van Riessen de strategie voor deze dag en heb vanuit de auto een lang telefoongesprek met Hans Vrakking. De sfeer in de stad is prettig.

18.00 uur. Snel douchen, op verzoek van An verkleden in burger en naar een feestelijke bijeenkomst in de Nieuwe Kerk. Naar huis, verkleden in uniform en weer met Hans Vrakking op de barricaden. Het kraakpand Vrankrijk loopt leeg, de bussen van het vervoerbedrijf lopen vol. In een korte snelle actie worden op last van de hoofdofficier van justitie ruim driehonderd aanhoudingen verricht. Tussen de ME ontmoet ik mijn zoon Ernst, die als verslaggever van de Telegraaf zijn werk staat te doen. Het doet me goed hem te zien.

Om 00.30 is er een korte persconferentie. Anders en ik gaan de straat weer op. Luisteren en kijken. 02.30 uur thuis. Vanuit de Keizersgracht nachtelijk driehoeksoverleg. Schelto, Hans en ik besluiten één actie af te blazen. Val om 03.00 uur in bed. M'n hoofd zit vol. Slaap onrustig en vertoef dromend in vreemde decors.

Maandag

Om 06.00 uur gaat de wekker. Ik raap mezelf bij elkaar en scan de kranten. Naar het plein. 08.15 uur. De minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken arriveren. Wim Kok komt op mij af en betuigt zijn hartelijke respect over de wijze waarop de dienders hun werk doen. Ik maak hem er op attent dat het de mannen en vrouwen zijn van de hele Nederlandse politie, die hier een geweldige prestatie verrichten.

Binnen een half uur zijn alle delegaties binnen. De motorrijders zetten hun motoren in linie. Klaar voor de volgende begeleiding. Het zijn specialisten met een opgewekt gemoed. De limousines worden in een 'Le Mans-formatie' opgesteld. Ik verlaat het 'centrum van Europa', en bezoek achtereenvolgens het Amstel Hotel en het Okura. De operationele commandanten werken in een vijfsterren-commandopost en eten met zilveren bestek. Anders dan een broodje kaas in de kantine van het wijkteam. De 'Top' heeft het ook niet slecht. Eerst een lunch op het paleis en daarna een hapje met de Nachtwacht als decor.

In de vroege avond worden de successen rond de top gemeld. Om 23.00 uur meld ik in NOVA aan Maartje van Weegen de laatste bijzonderheden. Maartje stopt met Buitenhof. Jammer. Kort nog even het NOS Journaal en RTL 4 en dan de stad weer in. Op het Rembrandtplein rijden wij tegen de blokkade van vier ME-bussen van de Bravo 20. We praten met de collega's. Dan klinkt het commando in de voertuigen. Weg zijn ze. Er worden 146 demonstranten aangehouden. Om 01.30 uur heb ik het laatste contact met de commandant.

Dinsdag

De Ferry ligt als een witte reus in de haven van Amsterdam. 'Kapitein' Zee, zoals de vroegere chef van de Warmoesstraat al snel wordt genoemd, waakt aan boord over orde en rust. Zijn grote snor staat op tevreden. Ik neem de bijzonderheden met hem door en rijd daarna naar De Nederlandsche Bank. In de mobiele commandopost van het KLPD worden alle politieverbindingen op de locatie Frederiksplein geregeld. Professionele collega's met zeer geavanceerde apparatuur.

De commandant meldt dat de regeringsleiders 'gaan lopen'. Ze moeten op de foto. Op de brug staan een paar honderd fotografen en cameramensen. Voorts ontwaar ik het college van burgemeester en wethouders van de Stad Amsterdam als een opgewonden klasje gegroepeerd rond een aantal blinkende herenrijwielen. Daar komen - in frontformatie - de staatslieden. Wim Kok met lange passen voorop. De premier heeft pret. De burgemeester geeft zijn wethouders de opdracht een rijwiel aan de hand mee te voeren en de tweewielers aan de delegatieleden aan te bieden. De camera's snorren. De hoge ambtenaren in eenheidskostuum dribbelen nerveus en gespannen. Zal hun regeringsleider de risicovolle tocht aandurven? Denk aan de tramrails. De meeste leiders fietsen - sommigen wat onwennig - richting Amstel Hotel. De bondskanselier loopt. Zijn fiets blijft opgelucht achter.

Op de Dam bekogelen 'chaoten' elkaar met lobelia's en afrikaantjes. Wij laten ze maar begaan. In kort geding worden drie van de 350 verdachten in vrijheid gesteld. De overige verdachten blijven vastzitten. Hans Vrakking is tevreden. Ik besef dat het voor een politiekorps een zegen is een hoofdofficier van justitie te hebben die moed betoont, hart heeft voor de stad en niet vanuit een ivoren toren, doch op straat zichzelf er van overtuigt wat er aan de hand is.

In de stad is het rustig en koud. Diep in de nacht wordt de top afgesloten.

Woensdag 18 juni

Middels het korpsbericht breng ik dank aan de duizenden collega's. De Nederlandse politie heeft in Amsterdam laten zien wat zij kan. Want hoewel deze gigantische operatie door het korps Amsterdam-Amstelland werd georganiseerd, waren het de collega's uit het hele land die, in grote collegialiteit en saamhorigheid, voor een perfecte uitvoering zorgden. Een Nederlandse politie, die tot de beste politie-organisaties ter wereld behoort. Ik ben er trots op een Nederlandse diender te zijn. Joop van Riessen en ik ronden een aantal organisatorische zaken af. Het volgende evenement staat al weer voor de deur.