Gonzáles trekt zich terug als partijleider

ROTTERDAM, 21 JUNI. De Spaanse oud-premier Felipe González (55), regeringsleider van 1982 tot 1996, is niet herkiesbaar voor het leiderschap van de Spaanse socialistische arbeiderspartij (PSOE). Dat maakte González gisteren op het 34-ste partijcongres van de PSOE onverwacht bekend.

Het congres zal naar verwachting nog dit weekeinde een nieuwe secretaris-generaal kiezen, die het bij de parlementsverkiezingen in het jaar 2000 zal moeten opnemen tegen premier José María Aznar van de conservatieve Partido Popular.

Omdat er binnen de partij nooit werk is gemaakt van de opvolging van González, wordt dit weekeinde een flinke machtsstrijd verwacht tussen een aantal kandidaten. Als mogelijke opvolger wordt ondermeer Javier Solana genoemd, de huidige secretaris-generaal van de NAVO. Alfonso Guerra, de nummer twee van de PSOE en behorend tot de gestaalde kaders van het Spaanse socialisme, heeft gisteren het voorbeeld van González gevolgd en zal zich niet in de strijd mengen.

Gonzáles was meer dan twintig jaar lang de onbetwiste leider van de Spaanse socialisten, wat hem de bijnaam 'God' en 'Nummer Een' opleverde. Hij werd in 1974 tot secretaris-generaal gekozen. Dat gebeurde op een partijcongres dat noodgedwongen in Frankrijk werd gehouden omdat de toenmalige dictator generaal Franco de PSOE had verboden. In 1982 werd González, toen veertig jaar oud, tot premier gekozen. De traditionele links-socialistische partijpolitiek maakte plaats voor een middenkoers, met een lidmaatschap van de NAVO en de toenmalige Europese Gemeenschap.

Met zijn gebruikelijke gevoel voor politiek drama riep de populaire politicus zijn gehoor gisteren op “alsjeblieft een opvolger” te benoemen. Hij zei dat de tijd rijp is voor “een nieuwe generatie”. Bij de bijeenkomst van Europese socialistische leiders eerder deze maand zei González zich “de dinosaurus” van het gezelschap te hebben gevoeld. Zijn besluit op te stappen valt enkele weken nadat in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk de socialisten de verkiezingen wonnen en een nieuwe generatie leiders het roer overnam.

De Spaanse kiezers hebben hem tot vier keer toe gekozen tot premier, maar zijn reputatie werd in de laatste jaren van zijn premierschap aangetast door hardnekkige beschuldigingen dat hijzelf het brein was achter de 'vuile oorlog' tegen de Baskische terreurbeweging ETA, die 28 personen het leven kostte. González heeft dat altijd ten stelligste ontkend, maar zijn vermeende betrokkenheid hing als een donkere onweerswolk boven de verkiezingscampagne van vorig jaar. González werd toen met een kleine marge verslagen door José María Aznar van de Partido Popular.