Geld

Mei is prachtig en juni is heerlijk, maar er liggen twee dode meesjes in het vogelhuisje en ook de jonge merel in het nest boven het koffieplatje is ondanks hard werk van de staartloze moeder gestorven. We wachten op jonge gierzwaluwen.

Mei is prachtig en juni is heerlijk. De leerlingen zijn vrolijk en er zijn veel meer opgewekte geslaagde examenkandidaten dan droevige zakkers. Het is bijna vakantie, maar in school hangt de klamme stank van ongenoegen, ergernis en ruzie. Het is altijd hetzelfde aan het eind van het schooljaar. De volwassenen al zoveel jaren samen opgesloten tussen vier muren verdragen elkaars gezelschap niet meer en staan elkaar naar het leven. 'Weg, weg hier', denkt menigeen en smacht naar de lange zomer.

Dit jaar was de taakverdeling de bron van ongenoegen. Het werk zou eerlijk verdeeld worden. Eerlijk gedeeld hebben is prettig, eerlijk delen is vreselijk. Vroeger gaven leraren 29 lessen per week. Tegenwoordig moeten ze 1710 uur per jaar werken en dat is niet hetzelfde. Eerst is er lang gedacht over het verschil tussen de vakken. Is het wel eerlijk dat de leraar Nederlands nog uren opstellen zit te lezen in de tijd dat de gymjuf beunt bij de plaatselijke basketbalclub terwijl ze evenveel betaald krijgen. Daar zijn landelijk rapporten over geschreven met omrekenfactoren die niemand wil invoeren.

Toen heeft de schoolcommissie taakbelasting uitgezocht wat voor werk er naast lesgeven wordt verricht. Hoeveel uren worden besteed aan de bibliotheek, aan de personeelsraad, de onderwijscommissie, de commissie internationalisering en andere ohagezelschappen, aan het organiseren van excursies en het begeleiden van schoolkampen, aan het surveilleren in de gang, in de klas, bij examens en bij schoolfeesten, aan sectieoverleg, oudergesprekken en de organisatie van Sinterklaas. Toen heeft dezelfde commissie berekend of al dat werk gecombineerd kon worden met het lesgeven.

Met hun rapport kan ik uitrekenen wat het een en ander kost. Voor zo'n oude bok als ik betaalt de school rond de 75 harde Hollandse guldens per uur. Voor een beginnende tweedegrader is dat de helft. Uitgaande van het hoge tarief van een oude eerstegrader kost het voorbereiden van het personeelsuitstapje ƒ 750,-. Hier zijn nog wat bedragen: samenstellen boekenlijst ƒ 3.000; onderhoud biljart ƒ 300, organisatie milieuproject ƒ 1.500; en als je iedereen echt zou moeten betalen kost het surveilleren bij schoolfeesten circa een ton.

Wat zou het aardig zijn als we bij de deur van de klas zouden afrekenen: ieder kind dat jou iedere les weer een rijksdaalder in de hand drukt. Of teruggeven van gecorrigeerde proefwerken, voldoende of niet, tegen betaling van ƒ 15,25, 5 gulden samenstellen, een tientje correctie en 25 cent copieerkosten. Entree voor het schoolfeest: ƒ 35,-. Al deze bedragen kunnen door twee worden gedeeld als het werk wordt verricht door jonge tweedegraders. Nu wordt de trucendoos van Ritzen duidelijk. Hij laat scholen fuseren en laat ze zelf voor de exploitatie zorgen. Over een paar jaar heeft de schoolleiding op de kleintjes passend zoveel mogelijk dure eerstegraders de school uitgebonjourd. Jammer voor het onderwijs.

Met het rapport van de taakbelastingsommissie in de hand heeft de schoolleiding uitgerekend wat iedereen moest doen voor z'n geld: hoeveel lessen per week en wat voor klusjes daarnaast. Het ongenoegen was wijd verbreid en groot. Er dreigde opstand. Uren lang werd onderhandeld met de PMR, dat is - niet schrikken - de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad. Besloten werd toch maar wat mankracht bij te huren. Ja, een tweedegrader natuurlijk.