Frankrijk is zondebok van Europa

Uit het Franse streven naar een socialer Europa, waaraan de andere Europeanen in Amsterdam lippendienst hebben bewezen, blijkt niet alleen Frankrijks narcistische drang om anders te zijn dan de anderen; het maakt ook deel uit van een diepergaand zoeken naar een Europees antwoord op de mondialisering van de economie.

De nieuwe politieke leiders in Frankrijk zijn er net als de anderen van overtuigd dat de bevordering van de Europese zaak niet mogelijk is zonder de Europeanen zelf, dat aan de publieke roep om meer banen niet alleen kan worden voldaan door de bepalingen van het stabiliteitspact of de convergentiecriteria. Volgens de Fransen is hun vol ouderwetse bravoure gevoerde strijd geen achterhoedegevecht, maar lijkt het steeds meer een precedent te worden, omdat zij bedenkingen onder woorden brengen die de komende maanden en jaren in de rest van Europa, vooral in Duitsland, een steeds overheersender rol zullen spelen.

Maar als de Fransen al de juiste vragen stellen, geven ze dan ook de juiste antwoorden? Opnieuw is het centrale punt waarop Frankrijk afwijkt van de rest van Europa de rol van de staat. Bij de parlementsverkiezingen vorige maand, die een onverwachte, spectaculaire ommezwaai teweegbrachten, hebben de Fransen hun innerlijk tegenstrijdige houding tegenover hun staat tot uitdrukking gebracht. Op politiek-ethisch vlak hebben ze getoond een evenwichtiger landsbestuur en een bescheidener, eerlijker staat te willen.

De persoonlijke zege van de socialistische leider Lionel Jospin is evenzeer een wraakoefening 'du peuple de gauche', van de mensen van links op François Mitterrand, als een overwinning op de conservatieve partijen onder leiding van Alain Juppé en president Jacques Chirac zelf. Maar zien de Fransen enerzijds in de cohabitation-formule een manier om met hun stemmen de ontzaglijke institutionele macht van de president in te perken, anderzijds wil een meerderheid dat de staat een beduidende rol blijft spelen in het sociaal-economisch leven. Wie anders dan de staat kan de zwaksten en armsten in de samenleving beschermen en het destabiliserende effect van de vrije markt reguleren?

Is deze instinctieve neiging zuiver conservatief en waren de stemverhoudingen een exponent van de houding die door de Italiaanse schrijver Lampedusa zo mooi is beschreven in zijn roman De tijgerkat: “Alles moest veranderen, opdat alles hetzelfde kon blijven”? De rest van de Europeanen zit niet ver van deze mening af; ook de Duitsers niet die in sociale en economische zin veel dichter bij het pragmatisch reformisme van Blair staan dan bij het etatisme van de Franse socialisten. In de ogen van veel Britse analisten staat Blair veel dichter bij een Engelse versie van een Duitse christendemocraat dan bij een Franse socialist.

Het kan niet anders of de innerlijk tegenstrijdige houding van de Fransen en Duitsers jegens de rol van de staat krijgt een belangrijke en potentieel ontwrichtende invloed op de toekomst van Europa. Om een oud Chinees spreekwoord te parafraseren: Frankrijk en Duitsland liggen samen in bed, maar hebben verschillende nachtmerries. De nachtmerrie van de Duitsers is, om evidente historische redenen, hyperinflatie. Een sterke munt is een sleutel tot hun identiteit. Was voor de Duitsers de Europese Unie het middel om zich radicaal af te keren van hun antidemocratisch, imperialistisch verleden, een sterke, gerespecteerde munt was het symbool van hun naarstig zoeken naar binnenlandse en internationale legitimiteit.

De nachtmerrie van de Fransen is daarentegen werkloosheid, die niet veel hoger is dan in Duitsland, maar die niet in verband te brengen is met een historisch keerpunt zoals de hereniging. In Frankrijk wordt de werkloosheid verketterd als een blijk van pure mislukking - politiek met de opkomst van extreem-rechts en op sociaal vlak met de heersende neerslachtigheid. Terwijl een meerderheid van de Fransen duidelijk vóór de euro is maar waarschijnlijk een zwakkere euro zou aanvaarden ten behoeve van een breder en daardoor sterker Europa, zullen de Duitsers, die in meerderheid tegen de euro zijn, alleen een sterke euro accepteren.

Het in Amsterdam bereikte compromis over de sociale en economische toekomst van Europa mag niet verhullen, dat het debat over de euro niet zo verward zou zijn als de Europese regeringen opener over hun bedoelingen waren geweest. Wat is de betekenis van de euro? Is het een dynamisch politiek streven naar een Europese politieke identiteit op basis van een gemeenschappelijke munt? Is het een defensief manoeuvreren naar een machtsevenwicht uit vrees dat anders de Duitse mark Europa kan gaan overheersen? Of is het medium de boodschap en gaat het in wezen om de strenge disciplinaire maatregelen rond de invoering van de euro en is de euro geen doel maar een middel tot een doel?

Natuurlijk is het alle drie een beetje waar, maar dat is nooit duidelijk aan de Europeanen uitgelegd. En dat gebrek wordt des te dramatischer, doordat de hele Europese integratie, bij gebrek aan serieuze vooruitgang op de andere gebieden - politiek, buitenlands beleid en veiligheid - nu staat of valt met de toekomst van de euro.

Onder het verlicht pragmatisme van Blair zullen de Britten wellicht dichter bij Europa komen, met achterlating van de behoudzuchtige afstandelijkheid waarvan mevrouw Thatcher het boegbeeld was. Maar bij gebrek aan ontwikkeling zou het Europa waarbij ze zich aansluiten wel eens veel meer van hun afstandelijke pragmatisme kunnen hebben dan van het oorspronkelijke, ambitieuze Frans-Duitse plan.

Omdat men op een gegeven moment het ergste vreesde, is er opgelucht gereageerd op de resultaten van de Amsterdamse topconferentie. Maar opgelost is er niets, en de tegenstellingen tussen het nieuwe Frankrijk en zijn belangrijkste partners zijn gebleven, net als de nieuwe kwetsbaarheid van de man die de afgelopen tijd meer dan wie ook de incarnatie van het Europese streven was: Helmut Kohl. De Franse kiezers hebben de euro geen al te ernstige schade berokkend. De gevolgen van de Duitse verkiezingen zouden wel eens veel groter kunnen zijn, wanneer de Duitse economie geen serieuze tekenen van herstel vertoont.

In werkelijkheid hebben de Fransen de Amsterdamse topconferentie niet 'gekidnapt' Ze zijn juist als gemakkelijke uitvlucht gebruikt, om niet te zeggen: zondebok. Om de diepgaande 'Europese meningsverschillen over fundamentele zaken' zoals institutionele hervormingen, buitenlands en veiligheidsbeleid te verhullen, om nog maar te zwijgen van de uitbreiding van de EU.