Een litteken op de Amerikaanse ziel

Uit heel Amerika komen mensen kijken naar de leegte in Oklahoma Stad waar ruim twee jaar geleden nog het Alfred P. Murrah Building stond. De plaats waar de bom van Timothy McVeigh ontplofte, is een stil stukje groen geworden.

OKLAHOMA STAD, 21 JUNI. Het is Richard Williams niet meer aan te zien dat hij op 19 april 1995 onder het puin werd bedolven. Hij was beheerder van het Alfred P. Murrah Building in Oklahoma Stad. Op de fatale dag stond hij om 9.02 uur, toen de bom ontplofte, in zijn kantoor op de begane grond van het gebouw. In de puinhopen werd hij gevonden door een politieman, die zijn pols nam en dacht dat hij dood was. De agent zette zijn zoektocht naar overlevenden voort. Pas toen hij weer op weg naar buiten was, hoorde hij Williams kreunen. Hij groef hem alsnog uit en bracht hem in veiligheid.

Nu, ruim twee jaar en vele medische behandelingen later, loopt Williams met een sleutelbos door de donkere parkeergarage die grensde aan het Murrah Building. Hij maakt een smal deurtje open en stapt het felle zonlicht in. “Dit is heilige grond” zegt hij ernstig, terwijl hij over een keurig gemaaid grasveldje loopt.

“Hier stond het gebouw. Hier zijn 168 mensen opgekomen en honderden gewond geraakt. Vele van hen kende ik persoonlijk, sommigen waren mijn vrienden.” Terwijl hij over het zacht verende gazon loopt wijst Williams aan waar zijn kantoor was, zo'n dertig meter van ground zero, de plaats waar Timothy McVeigh de met explosieven volgeladen vrachtauto had geparkeerd. “Hier stonden de parkeermeters. Daar was de ingang van het gebouw. En hier, over de hele lengte, was op de eerste verdieping het kinderdagverblijf.”

De plaats des onheils is een stil en vreedzaam stukje groen geworden. Het is niet alleen voor de slachtoffers van de ramp en de overlevenden heilige grond. Uit heel Amerika, en zelfs van daarbuiten, komen mensen kijken naar de leegte. Zwijgzaam schuifelen ze langs het hoge hek dat het veldje scheidt van de openbare weg. Ze bekijken de honderden foto's, brieven, knuffeldieren, kruisjes en vlaggetjes die aan het hek zijn opgehangen. Veel van de memento's zijn verregend, vergeeld of gescheurd. Maar de pijn die ze uitdrukken is er zelfs voor vreemden niet minder om. Soms huilt iemand zachtjes, af en toe zoemt er een fototoestel. Een enkele bezoeker hangt zèlf iets aan het hek op: een poppetje, een petje of een t-shirt waarop met stift een gebed of een woord van medeleven is geschreven. Door het gaas staart men naar het gras en naar de ruwe betonnen contouren van de parkeergarage, die een paar meter boven de grond uitsteken en waarop een Amerikaanse vlag is geplant.

Dit stukje verwoeste stad, in het hart van het Amerikaanse heartland, is een litteken op de Amerikaanse ziel geworden, vergelijkbaar met het winderige Dealey Plaza in Dallas, waar in 1963 president John F. Kennedy werd vermoord. Het is een plek die Amerikanen afschuw en ontzag inboezemt, maar die hen tegelijk ook samenbindt. “We ontlenen er troost aan”, zegt Williams. “We hebben dit samen meegemaakt, het is ons gedeelde leed. Dat geldt heel sterk voor de groep overlevenden en nabestaanden, maar ook voor het Amerikaanse volk als geheel. Ons gezamenlijke doel is dat zoiets niet nog eens gebeurt.”

De stroom mensen langs het hek houdt niet op, het moeten er duizenden per dag zijn. Alene Wilson (67) woont in de stad, ze hoorde indertijd de klap van de bom en heeft twee nichtjes bij de aanslag verloren. Het is de vierde keer dat ze komt kijken. “Het doet me goed om te zien met hoeveel respect de mensen hier naartoe komen”, zegt ze. “Het helpt”, beaamt haar dochter, Debby Meyer (47), die vertelt dat de verpleegster die tijdens de reddingswerkzaamheden omkwam haar vriendin was.

“Het is een nationaal monument geworden”, zegt Joe Culpepper (45), een gezette man met lang haar, een baard en een grote adelaar op zijn arm getatoeëerd. “We moeten als land laten zien dat we zelfs dit aankunnen.” Culpepper, die uit Spokane in de staat Washington komt, fotografeert het hek, het veldje en de dichtgetimmerde gebouwen aan de overkant. De ruïne van het Murrah Building is twee maanden na de ramp helemaal weggeruimd, maar de meeste andere gebouwen in de buurt staan nog overeind - veelal zwaar beschadigd - in afwachting van een plan voor de complete herinrichting van de buurt dat volgende maand openbaar wordt gemaakt.

Voor de slachtoffers van de aanslag is het soms moeilijk te verteren dat ze hun diepe persoonlijke verdriet voortdurend moeten delen met het hele land. Richard Williams heeft er geen moeite mee - hij is inmiddels verantwoordelijk voor alle gebouwen van de federale overheid in Oklahoma, maar hij leidt nog regelmatig bezoekers rond over zijn oude werkplek, de plaats waar ooit het Murrah Building stond. Hij heeft getuigd in het proces tegen McVeigh en hij is actief betrokken bij de selectie van een ontwerp voor een permament nationaal gedenkteken.

Maar andere inwoners van Oklahoma willen eindelijk wel eens met rust gelaten worden. De commandant van de lokale brandweer heeft zijn mannen verboden om nog langer met de pers te spreken. Anders komen ze nooit toe aan het verwerken van hun eigen leed, is zijn argument, ze moeten zich weer op de toekomst kunnen richten.

Ook de moeder van het slachtoffertje dat over de hele wereld de gruwelijkheid van de ramp belichaamde, heeft het er soms moeilijk mee dat iedereen de nagedachtenis aan haar overleden dochtertje kan opeisen. De foto van een brandweerman die het levenloze lichaam van de één-jarige Baylee Almon in zijn armen naar buiten droeg, stond op de omslagen van Time, Newsweek en in talloze andere media. Een politieke tekenaar gebruikte het beeld deze week in een prent over de doodstraf. “Niet nòg meer doden”, zegt het kindje tot de brandweerman, die getooid is met het opschrift Fanatieke Voorstanders Doodstraf. “Hou op met zeuren”, antwoordt de man. Niet alleen de brandweer heeft verontwaardigd op het plaatje gereageerd. Ook de moeder van het meisje was diep gekwetst. “Mijn dochter was een mens, geen symbool”, zei ze in een reactie vol machteloze woede.

Op een kleine begraafplaats in de groene velden even buiten de stad is Baylee inderdaad een meisje, een kind dat begraven is tussen de grafjes van andere kinderen, die niets met de ramp te maken hadden. 'Miss Baylee Almon' staat op haar eenvoudige zwarte steen, waarin ook een foto van haar is gegraveerd - een vrolijke foto van een meisje met een Minnie-Mouse-tuinbroek, een kind dat gemist wordt door haar ouders.

Maar in het nationale bewustzijn bestaat het meisje alleen als symbool, een krachtig symbool van de kwetsbaarheid van het leven. En zo zal ook Oklahoma Stad - ooit vooral bekend om de Cowboy Hall of Fame, een museum over het Wilde Westen - voor de rest van Amerika voortaan verbonden blijven met de bloedigste terroristische aanslag in de geschiedenis van het land. Wie Oklahoma Stad zegt, denkt aan het ruwe ontwaken uit de droom dat het Amerikaanse binnenland immuun was voor de gruwelen van de boze buitenwereld. Toen Kennedy was vermoord zei iemand tegen Pat Moynihan, nu een veteraan in de Senaat, maar destijds een jong politicus: “Nu zullen we nooit meer lachen.” Moynihan antwoordde:“Oja, lachen zullen we wel weer. Maar we zullen nooit meer jong zijn.” In Oklahoma Stad komt het leven weer op gang, maar het zal nooit meer alleen de stad van de cowboys zijn.

“Daar is niets aan te doen”, zegt Richard Williams. “Ik persoonlijk heb me voorgenomen dat ik er niet aan onderdoor zal gaan.” Het proces tegen Timothy McVeigh is afgesloten met een terdoodveroordeling. Maar de wonden van de inwoners van Oklahoma zullen nog jarenlang steeds opnieuw opengereten worden: door beroepsprocedures, door de rechtszaak tegen Terry Nichols (die McVeigh geholpen zou hebben), door speculaties over een wijdere samenzwering en door alle aandacht van de rest van de wereld voor dat alles.

“Juist daarom is het zo belangrijk dat het monument dat hier komt positief van toon is, kinderen en jongeren aanspreekt en op de toekomst is gericht”. Williams schraapt zijn keel en zegt gedragen: “We komen hier om hen die gedood zijn, hen die het overleefd hebben en hen die er voor altijd door veranderd zijn te herinneren. Moge iedereen die hier vandaan komt beseffen wat de gevolgen zijn van geweld. Moge dit gedenkteken troost bieden, kracht, vrede, hoop en rust.” Hij zucht en zegt dan: “Dat is het uitgangspunten dat we geformuleerd hebben voor het monument.” Op 1 juli zal bekendgemaakt worden welk ontwerp van 624 inzendingen is uitgekozen.

Terwijl de avondzon een rode gloed legt over het kaalgeslagen stratenblok, blijven steeds nieuwe bezoekers langs het hek lopen. Williams verontschuldigt zich. Zijn zoon heeft straks een honkbalwedstrijd. “Vroeger miste ik wel eens een wedstrijd, maar nu sla ik er nooit meer een over.”