Duits leger wil niet nog meer inkrimpen

De Duitse minister van Defensie, Volker Rühe, moet bezuinigen. Hij vraagt zich af of dat nog wel kan, zonder “schepen te laten zinken”. Ook de Duitse deelname aan de SFOR-troepen in Bosnië komt in gevaar.

BONN, 21 JUNI. In Duitsland woedt een kleine oorlog. Ditmaal niet tussen de minister van Financiën, Theo Waigel, en de Bundesbank. Waigel heeft het nu aan de stok met het leger. Er moet flink worden bezuinigd. Onmogelijk, zegt minister van Defensie, Volker Rühe, of we moeten “schepen laten zinken” en het “leger laten stilstaan”.

De strijd om het inkrimpen van de defensiebegroting dreigt uit te lopen op een politiek gevecht. Volgende week moet minister Rühe bij Waigel komen om te bekijken waar nog kan worden bezuinigd. Intussen zet de legerleiding zich schrap tegen iedere ingreep.

Als het mes wordt gezet in het defensiebudget, dreigt niet alleen de bouw van de Eurofighter, een prestigieus Europees gevechtsvliegtuig, te worden geschrapt. Ook de inzet van Duitse vredestroepen naar Bosnië loopt dan gevaar, zei de verontruste legerinspecteur Helmut Willmann deze week in Bonn.

Sinds het einde van de Koude Oorlog is de defensiebegroting zeker met twintig procent gekrompen. Zo is het leger in omvang sterk teruggelopen. Direct na de Duitse hereniging telde de Bundeswehr nog 660.000 mensen; dat aantal is inmiddels bijna gehalveerd tot 340.000.

Nu al is er te weinig geld om het materieel goed te onderhouden. Een half jaar geleden kwamen alarmerende berichten naar buiten uit de Hardthöhe in Bonn, waar het ministerie is gevestigd. Volgens de afdeling begrotingszaken van het ministerie verkeert het leger in een deplorabele staat en is het materieel zo gebrekkig, dat voertuigen nog maar voor de helft kunen worden ingezet. Motoren en versnellingsbakken van gevechtspantsers zijn dermate slecht onderhouden, dat de helft binnen moet blijven staan. Vijftig procent van de Leopardtanks rolt niet meer op kettingen met een functionerende aandrijving. Tegelijkertijd stapelen de onbetaalde rekeningen op het bureau van minister Rühe zich op.

Het geld wordt vooral besteed aan de speciale SFOR-vredestroepen in Bosnië. Bij nieuwe besparingen van een tot twee miljard wordt het “heel moeilijk, de Duitse soldaten in Bosnië te houden”, valt te beluisteren op de Hardthöhe. De slijtage van materieel is groot, de behoefte aan vervanging enorm. De defensiebegroting is volgens inspecteur Willmann ook zonder bezuinigingen zo krap, dat er geen enkele speelruimte meer is.

Toch beschikt minister Rühe met 46,29 miljard mark nog altijd over de op een na omvangrijkste begroting. Sociale Zaken en Arbeid slokt met 127,8 miljard mark het meeste geld op. Binnen de coalitiepartijen CDU en FDP gaan steeds meer stemmen op om het leger desnoods verder te verkleinen. De financiële situatie komt niet meer overeen met de defensiebehoefte.

Een leger van 340.000 soldaten is zinloos, als er tegelijkertijd geen geld meer is om nieuwe wapens en materieel te kopen, vindt FDP-begrotingsspecialist Jürgen Koppelin. Alleen al een beperking van het aantal dienstplichtigen met 10.000 bespaart 300 miljoen mark, heeft hij becijferd.

Tegelijkertijd waarschuwen de defensiespecialisten Paul Breuer (CDU) en Günther Nolting (FDP) ervoor, dat verdere bezuinigingen de internationale vredesmissies van het leger in gevaar brengen. Dat leidt tot een “onherstelbare schade” voor het internationale aanzien van de Bondsrepubliek. Vorig jaar stemde het Duitse parlement voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog in met de deelname van Duitse troepen aan internationale vredesmissies. Tot dat moment was militair ingrijpen van Duitse soldaten buiten de landsgrenzen taboe verklaard.

Bovendien, meent Nolting, als de Bundeswehr wordt beperkt tot hooguit 200.000 man, kunnen we van de Amerikanen niet meer verlangen, dat ze zelf hun 100.000 man sterke eenheid in Europa handhaven om het continent - zo nodig - te verdedigen.

Zou dan toch de Eurofighter eraan moeten geloven? De productie van dit Europese gevechtsvliegtuig is in Duitsland al erg omstreden. Jaren geleden besloten Spanje, Groot-Brittannië, Italië en de Bondsrepubliek om samen een concurrerend Europees gevechtsvliegtuig te produceren voor hun nationale legers. Vier ondernemingen, waaronder Daimler Benz Aerospace uit München, gingen aan de slag met de ontwikkeling van het toestel en wachten nu met smart op een signaal van de overheid om tot productie over te gaan.

Waigel heeft zich altijd een warm voorstander van het project getoond. “Ik heb van meet af aan voor de Eurofighter gevochten”, zei Waigel onlangs nog, die weet dat vooral zijn CSU-achterban aan de Eurofighter is gehecht omdat het grootste deel van de uitgaven in Beieren terechtkomt.

Begin deze week zei CSU-voorzitter Michael Glos dat een modern jachtvliegtuig niet alleen noodzakelijk is uit veiligheidspolitieke overwegingen - de luchtmacht moet tenslotte de verouderde Amerikaanse Phantom F-4 vernieuwen. Ook noemde hij de vliegtuigfabricage een “sleutelproject” op het gebied van technologische know-how van de Duitse en Europese lucht- en ruimtevaartindustrie.

Met de bouw van de Eurofighter is een fors bedrag gemoeid: 23 miljard mark kosten de 180 vliegtuigen voor de Bundeswehr. Daar hebben we geen geld voor, is de mening van de sociaal-democratische oppositie. “Wie in paniek om geld een greep doet naar het goud van de Bundesbank, kan zich geen gevechtsvliegtuig permitteren”, meent Ingrid Matthäus-Maier, financieel specialist van de SPD.

Maar stopzetting van het project levert verlies op van vele miljarden die al geïnvesteerd zijn èn verlies van 18.000 arbeidsplaatsen. Volker Rühe rekent op een goede afloop van zijn gesprek bij Financiën komende week. “Ik heb het volste vertrouwen in Theo Waigel”, was zijn commentaar.