De bevruchting gesmoord

'ALS DE PLANNEN van staatssecretaris Nuis voor het kunstonderwijs doorgaan, wordt de ziel van onze school geraakt”, zegt Bert Taken, coördinator toelating en docent filosofie aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. “De plannen zijn voor ons zeer bedreigend”, voegt Simon den Hartog, voorzitter van het College van Bestuur hier aan toe.

De voorzitter, vroeger heette hij gewoon directeur, rekent voor dat als deze plannen werkelijkheid worden vier van de zeven afdelingen van de academie gesloten zullen moeten worden en de overgebleven drie afdelingen zo grootschalig worden dat er van de individuele aanpak weinig overeind blijft. In vergelijking met de breedgeschakeerde opleiding die de Rietveld Academie haar studenten nu kan bieden zal slechts een schraal aanbod overblijven, zo vrezen Den Hartog en Taken.

Tijdens de behandeling van Nuis' beleidsplan voor het kunstvakonderwijs afgelopen woensdag in de vaste Tweede Kamercommissie voor Onderwijs was de Rietveld Academie de enige kunstopleiding die een geluid van protest liet horen tegen de 'desastreuze' plannen. De school is niet van zins de staatssecretaris ook maar ergens in tegemoet te komen: “Er bestaan geen voornemens om het bestaande vakkenaanbod van de Rietveld te wijzigen. (...) Tevens bestaan er bij ons geen plannen om studierichtingen of afdelingen af te stoten”, zo schrijft bestuursvoorzitter Den Hartog aan de leden van deze Tweede-Kamercommissie. Met dezelfde autonome vastberadenheid heeft de Rietveld academie de afgelopen jaren al 'menige fusiestorm' doorstaan en wist zij als grote uitzondering binnen het HBO haar zelfstandigheid als school te handhaven.

In zijn 'kaderstellend beleidsplan' over het kunstvakonderwijs dat Nuis op 12 mei 1997 het land instuurde, doet hij voorstellen om de kwaliteit en de doelmatigheid te verhogen en te komen tot een betere aansluiting op de beroepspraktijk. Een belangrijke verandering die de staatssecretaris voorstelt is dat niet alle academies meer alle studierichtingen aanbieden maar deze onderling in de regio verdelen. Elke afdeling moet een 'kritische massa' van minstens honderd studenten krijgen. Taken: “Dat betekent dat de academie met bijvoorbeeld de meeste fotografiestudenten deze studierichting krijgt en de kleinere afdelingen elders moeten verdwijnen.” De staatssecretaris hoopt daarmee in de vier tot zes regio's die zullen ontstaan in het kunstonderwijs een 'centrale regie' te kunnen voeren.

Op de Gerrit Rietveld Academie verdwijnen als deze plannen doorgaan de afdelingen fotografie, architectonische vormgeving, mode en theater vormgeving. De drie overgebleven afdelingen: beeldende kunst, grafische vormgeving en 3-D design/industriële vormgeving zullen moeten uitgroeien tot grote studierichtingen met 250 tot 300 studenten. Daarnaast wil de staatssecretaris de toelating van studenten onderwerpen aan landelijk vastgestelde normen en zullen studenten van buiten de Europese Unie voortaan veel meer collegegeld moeten gaan betalen. Al deze plannen gaan zo lijnrecht in tegen de onderwijsfilosofie van de Amsterdamse academie, “dat ze”, aldus voorzitter Den Hartog, “het voortbestaan van de Rietveld Academie in haar huidige vorm niet alleen ernstig bedreigen, maar zelfs te niet doen.”Deze filosofie is gebaseerd op een breed aanbod van studierichtingen zodat beeldende en toegepaste kunsten elkaar kunnen bevruchten. In het basisjaar maken alle studenten kennis met deze verschillende studierichtingen. Juist op dit punt heeft de Rietveldacademie met zijn Bauhaus-achtergrond een grote traditie hoog te houden, legt voorzitter Den Hartog uit. “Maar ook kleine afdelinkjes zoals edelsmeden, glas, textiel en keramiek horen bij het brede palet dat studenten aangeboden moeten krijgen. Het zou een culturele verarming betekenen als de enige glasafdeling in Nederland zou verdwijnen, ook al heeft deze maar acht studenten.” De opleiding moet niet alleen breed zijn, maar ook kleinschalig van opzet zodat studenten voldoende individuele begeleiding kunnen krijgen en er ruimte is voor het zoeken naar nieuwe, experimentele wegen. “De studierichting grafische vormgeving wordt door ons bewust klein gehouden”, zegt toelatingscoördinator Taken. “We zouden honderden studenten op de grafische afdeling kunnen plaatsen, we hebben er maar 85 op de dag-en avondopleiding samen. Door klein te blijven kunnen we een hoge kwaliteit leveren. Het ziet er naar uit dat we daar nu voor gestraft worden.” Het voorstel om voor de toelating van studenten landelijke normen, regionale toewijzing en onafhankelijke deskundigen in te stellen vindt in de ogen van Den Hartog en Taken al helemaal geen genade. “Een motie van wantrouwen jegens onze zeer bekwame docenten die allemaal in de beroepspraktijk werkzaam zijn en de zorgvuldige toelatingsprocedure die wij hanteren.” Allemaal maatregelen die leiden tot gelijkschakeling en vervlakking van het kunstonderwijs menen beide heren. “Terwijl”, aldus Taken, “de kunst is gebaat bij verschillen en tegenstellingen, bij hetgeen nieuw is, onverwacht en vreemd, niet bij centrale kwalificatiestelsels en uniforme studieprogramma's.” Juist met dat eigen gezicht heeft de Rietveld Academie binnen en buiten de landsgrenzen een grote uitstraling: in het studiejaar '96/'97 kwam ruim 47 procent van de nieuwe studenten uit het buitenland, en had bijna vijftig procent al elders op een kunstacademie gezeten. Den Hartog: “Wij zijn een zeer gewilde, maar ook zeer moeilijke academie want er wordt hier van studenten veel eigen verantwoordelijkheid en een open, kritische mentaliteit verwacht.”

De culturele verrijking die buitenlandse studenten bieden wordt als de plannen van Nuis doorgaan deels te niet gedaan, vrezen Den Hartog en Taken, omdat studenten van buiten de Europese Unie aan de kunstopleidingen een collegegeld van minstens 10.000 gulden moeten gaan betalen. “Studenten uit Oost-Europa, Zuid-Amerika, Japan en China bieden toch andere impulsen aan het onderwijs dan studenten uit Europa die grotendeels op dezelfde culturele tradities terugvallen”, aldus Den Hartog. Inmiddels heeft staatssecretaris de vaste Kamercommissie toegezegd deze maatregel tot september in beraad te willen houden, ook omdat de conservatoria er flink tegen geageerd hebben.

Natuurlijk vindt ook de Rietveld Academie dat haar 'huishoudboekje' in orde moet zijn. Dat is heel goed mogelijk met de huidige 'kritische massa' van 800 studenten. Maar Den Hartog en Taken beginnen wel heel bedenkelijk te kijken als de 'procesmanager' ter sprake komt die Nuis voor de hervormingen in het kunstonderwijs gaat aanstellen. Ook de nadruk op doelmatigheid en kwantiteit in de plannen en niet te vergeten de 25 miljoen bezuiniging die de staatssecretaris ermee wil realiseren, stuiten hen flink tegen de borst. “We hebben de tijdgeest tegen”, verzucht Taken. “We willen alleen afgerekend worden op de kwaliteit van de studenten”, vult Den Hartog aan. Dat het daaraan zou ontbreken bestrijden ze. “We slaan internationaal gezien een goed figuur”, zegt Den Hartog. Ook de kritiek van Nuis dat de aansluiting met het beroepsveld te wensen overlaat wordt door hen hartgrondig ontkend. Taken: “Tachtig procent van onze studenten studeert toegepaste vakken als mode, grafische vormgeving, industrieel ontwerpen en zij komen in hoge mate aan de bak. Van de twintig procent die zich op autonome beeldende kunst toelegt was in 1995 twaalf procent niet aan het werk. Nuis heeft het in zijn beleidsbrief om de drie regels over kwaliteit, maar zijn plannen zijn vooral op financiële en organisatorische argumenten gebaseerd. Die leiden naar onze mening niet tot hogere kwaliteit maar tot vervlakking van het kunstonderwijs.”