Bordelen hasjbende heropend

AMSTERDAM, 21 JUNI. Burgemeester Patijn van Amsterdam heeft dit voorjaar toestemming gegeven voor heropening van tientallen 'peeskamers' op de Wallen die volgens justitie worden geëxploiteerd door leden van het misdaadsyndicaat van Etienne U. Justitie verdenkt de mannen van grootschalige drugshandel.

Het gaat om het 'kamerverhuurbedrijf' La Vie en Rose, dat 'ramen' heeft in de Molensteeg, de Sint Annendwarsstraat en op de Oudezijdsachterburgwal. La Vie en Rose heeft inmiddels een officiële gedoogbeschikking aangevraagd, waarover de gemeente binnenkort beslist. Volgens een woordvoerder van de gemeente zal bij het besluit over die gedoogbeschikking geen rol spelen dat de exploitanten van La Vie en Rose lid zouden zijn van een criminele organisatie. “Dat is een zaak van justitie.” Ook als de verdachten worden veroordeeld, is dat volgens de woordvoerder geen reden de gedoogbeschikking te weigeren. Juridisch heeft iemand die wordt veroordeeld voor drugshandel volgens de woordvoerder nog wel het recht om een bordeel te bezitten.

De exploitanten van La Vie en Rose, Citon C. (39) en Bert C. (45), spelen volgens justitie een leidinggevende rol in de criminele organisatie van Etienne U. Justitie jaagt al jaren op dit misdaadsyndicaat. Zij beschouwt de 42-jarige Etienne U. als de opvolger van de in 1991 vermoorde K. Bruinsma. Het vorige onderzoek naar de 'erven Bruinsma' eindigde eind 1993 in de IRT-affaire, toen de politie de bende probeerde te infiltreren door de invoer van grote hoeveelheden drugs. Het huidige politie-onderzoek - codenaam 'Radar'- loopt sinds april 1994. Citon C., Bert C. en Etienne U. zijn eind vorig jaar aangehouden en zitten in voorlopige hechtenis.

Het wettelijk verbod op bordelen is al jaren een dode letter. Wel kijkt de gemeente nu of de hygiëne en de werkomstandigheden in de bordelen goed zijn, de prostituees een verblijfsvergunning hebben, niet minderjarig zijn en de bordelen geen overlast veroorzaken. Hoofddoel van het officiële gedoogbeschikkingenbeleid, dat sinds januari van vorig jaar in Amsterdam geldt, is bestrijding van vrouwenhandel. De gemeente loopt met haar systeem van gedoogbeschikkingen vooruit op de landelijke opheffing van het bordeelverbod, die de regering nog in deze kabinetsperiode hoopt te verwezenlijken. De woordvoerder van de gemeente verwacht dat er na officiële opheffing van het verbod regelgeving komt.

Pagina 2: Eigenaren 'peeskamers' zitten in gevangenis

De 'ramen' van La Vie en Rose aan de Molensteeg en op de Oudezijdsachterburgwal werden op 7 maart en 18 april heropend. De eigenaren Bert C. en Chang C. zaten toen al in voorarrest.

Dat laatste was volgens de gemeente geen reden om de panden dicht te houden; de illegale en minderjarige vrouwen waren immers verwijderd. “Wij konden niet anders dan heropenen”, aldus de woordvoerder. De gemeente wist bovendien niet dat de eigenaren Citon C. en Bert C. in hechtenis zaten. “Wij krijgen niet zomaar informatie uit politiedossiers”, zegt de woordvoerder.

De twee exploitanten van La Vie en Rose, Bert C. en Citon C., vormen volgens processen-verbaal van de politie met drie medeverdachten de top van de misdaadorganisatie van Etienne U. De vijf mannen hebben “een BV c.q. overeenkomst met elkaar gesloten en werken samen. Ze hebben een soort kas met enkele miljoenen waarvan ieder lid een gedeelte heeft ingelegd. Vanuit deze kas wordt gewerkt”, zo staat in het strafdossier.

Etienne U. en pornohandelaar 'dikke Charles' G. zijn volgens justitie “een soort stille vennoten”. De drie andere vennoten, Bert C., Citon C. en Walter D., zijn de 'managers'. Bert C., in het criminele milieu - vanwege zijn stemvolume - ook 'Shout' genoemd, zou de dagelijkse leiding hebben.

De politie verdenkt de organisatie ervan de afgelopen jaren honderden tonnen softdrugs en een paar honderd kilo harddrugs te hebben geïmporteerd. De groep zou bovendien grote zakelijke belangen hebben op de wallen, onder meer in de seks-branche, de horeca en in onroerend goed.

In het strafdossier staat dat Bert C. en Citon C. het gebruik van geweld niet schuwen en hoogstwaarschijnlijk “corrumptieve contacten” onderhouden met “bronnen binnen de overheid.” Toen de Amsterdamse politie vorig jaar juni invallen deed in de 'peeskamers' in de Molensteeg, waren beide mannen tevoren op de hoogte. Dit blijkt uit door de politie afgeluisterde telefoongesprekken.

Citon C. waarschuwde zijn compagnon Bert C. op dinsdag 4 juni 1996 voor invallen die de volgende dag zouden plaatsvinden. Op woensdag 5 juni, kort na de politie-acties, belden de mannen weer met elkaar. Volgens een verslag dat de politie van het gesprek maakte, constateerde Bert C. dat “alles goed was”.

Medewerkers van La Vie en Rose worden volgens justitie ook ingezet voor klussen die weinig met de peeskamers te maken hebben, zoals het vervoer van geld - ook naar het buitenland - en 'het uitoefenen van geweld'. Uit het telefoonverkeer wordt duidelijk dat wanneer een 'meisje' onvoldoende geld afdroeg, ze “effe bij d'r kladden gepakt” moest worden. Volgens een proces-verbaal van de politie, laat een medewerker op 23 november 1996 om 21.58 uur weten: “Die Lou Lou moet je effe onder handen nemen.”