Wedstrijdpreken

Normaal heeft de prediking twee doeleinden: de zielen te bekeren en God te prijzen. Men tracht dit te bereiken door te onderzoeken wat Gods Woord in de Heilige Schrift en de leer der kerk te zeggen hebben en dit op een voor het gehoor duidelijke wijze te brengen.

Hieruit blijkt al dat de heer F. Groeneveld gelijk heeft als hij zegt (NRC Handelsblad, 16 juni) dat er zonder gehoor geen preek is: het gehoor bepaalt voor een belangrijk gedeelte op welke wijze de preek gebracht wordt omdat zij voor dat gehoor dat er is duidelijk moet zijn en ook door de terecht genoemde wisselwerking tussen prediker en gemeente. Maar er zit meer achter, namelijk het werd des Heiligen Geestes, dat niet alleen plaatsvindt in de studeerkamer waar de predikant de preek voorbereidt, maar ook in de gemeente, als zij luisterende èn biddende samen is om het Woord te horen.

Maar hoe kan werking des Heiligen Geestes verwacht worden als het doel van de prediking niet is dat er zielen bekeerd worden en God geprezen wordt, maar dat een mens geprezen wordt en wel die mens die naar het oordeel van een jury het het best gedaan heeft?

Hopelijk heeft de winnares van de wedstrijd wel gebeden om het geleide van de Heiligen Geest bij de voorbereiding van de preek, maar hoe kan men op de bijeenkomst zelf waarin de preek gehouden werd en waar bekering en lofprijzing Gods niet het doel waren om dat geleide vragen? En hoe moet die winnares zich voelen als zij, met de prijs die zij wegens haar preek verkregen heeft in de hand, het woord van Jezus indachtig wordt uit Joh. 5:41: “Ik neem geen eer van mensen”?