Vraagtekens bij Haagse branden

Het strafdossier over de branden in de Haagse Schilderswijk bevat hele en halve bekentenissen. Wat zijn ze waard? Volgens een eerste verklaring van de hoofdverdachte tegenover de politie gaf een oom hem opdracht benzine te kopen. Een oom die in drugs handelt.

DEN HAAG, 20 JUNI. Necmettin K. verlaat op 25 maart 's avonds kort na tien uur zijn huis aan de Schalkburgerstraat in Den Haag. Hij heeft uit de keuken een lege kunststof limonadefles meegenomen. De 25-jarige man wil er een molotovcocktail van maken en daartoe moet de fles met het Fanta-etiket worden gevuld met benzine.

In een taxi rijdt hij naar een benzinestation. De bediende achter de kassa verbiedt hem de fles te vullen, ondanks K.'s mededeling dat zijn auto verderop zonder benzine staat. “Je kunt hier wel een jerrycan kopen.” Dat gebeurt. Hij tankt een paar liter. De plastic limonadefles raakt hij “ergens onderweg” kwijt. “Misschien in de taxi laten liggen.”

Een lege fles van hetzelfde merk frisdrank speelt een belangrijke rol in het recherche-onderzoek naar de drie branden die de Schilderswijk op de avond van 25 maart en later die nacht deden opschrikken. De politie heeft zo'n zelfde fles 'in beslag genomen' en daarop staat een vingerafdruk, zo blijkt uit het strafdossier. Maar die is niet van Necmettin K. doch van Yilmaz D., die alleen toegeeft bij de aanslag op het Turkse ontmoetingscentrum aan de Koningstraat betrokken te zijn geweest, enkele uren voordat het huis van de Kösedags in de Frans Halsstraat in brand vloog. De moeder en vijf kinderen kwamen hierbij om het leven, als gevolg van koolmonoxidevergiftiging.

Yilmaz D. ontkent ook maar iets met de brand in de Frans Halsstraat te maken te hebben. En Necmettin K., een volle neef van de Kösedags, de man die justitie nu ruim een week voor de dader houdt, zegt dat hij de brand alléén heeft gesticht. Zijn er dan twee Fanta-flessen gebruikt? Volgens de verklaringen van de verdachten, bevestigd door de gevonden sporen, zijn bij de aanslagen op het ontmoetingscentrum en het koffiehuis drie glazen conservenpotten en géén flessen gebruikt. Deze bevindingen maakt tegelijk een ander bericht in het strafdossier nogal raadselachtig. “Op 18 april is er CID-informatie (gegevens van de criminele inlichtingendienst) binnengekomen dat als verantwoordelijken voor perceel Frans Halsstraat 103 kunnen worden aangemerkt: Burhan U., geboren in Karakocan (Turkije), een persoon met de voornaam Yilmaz en een persoon met de voornaam Tekin”, aldus het dossier. Ook staat in die CID-rapportage dat deze personen “eveneens verantwoordelijk zijn” voor de branden in de Kaapstraat en de Koningstraat. De bekentenis van Necmettin K. heeft het er niet direct duidelijker op gemaakt.

Het strafdossier in deze zaak omvat inmiddels meer dan twee kloeke kantoorordners. Verklaringen van getuigen, processen-verbaal van verhoren, formulieren voor het afluisteren van telefoons, samenvattingen van rapportages ('ambtsberichten') van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), een verslag van de brandweer en een sectierapport van het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie in Rijswijk. Is het voldoende? Voorlopig gaat het onderzoek nog door. Want, zoals de opsporingsambtenaren zelf ook toegeven, het technisch bewijsmateriaal is tot nu toe zeer gering. Slechts een klein aantal sporen, twee of drie, is rechtstreeks naar de verdachten te herleiden.

Behalve getuigenverklaringen zijn in het dossier de afgelopen weken steeds meer hele en halve bekentenissen opgenomen. Die van de 25-jarige Necmettin K. op de pagina's 575 tot en met 583 worden voorlopig gekoesterd als de belangrijkste. Eindelijk duidelijkheid over het drama in de Frans Halsstraat. Maar de bekentenis van de half mei reeds aangehouden Burhan K. dat hij vorig jaar uit wraakzucht drie kogels heeft afgevuurd in een Haags eetcafé aan de Paviljoensgracht, vormt de oplossing van een aanslag die eveneens grote schrik heeft veroorzaakt. Bovendien zegt het iets over de leefwereld van deze verdachte, die door getuigen wordt omschreven als iemand die een groep van politiek actieve jongeren leidt, onder PKK-vlag brandstichtingen plegend in het hele land.

De verklaringen van Necmettin K. en Burhan U. brengen tevens een heel nieuw element in deze zaak: drugs. Zo vertelt U. de rechercheurs dat de in Duitsland wonende medeverdachte Guner P. alias 'Diyar' hem een papiertje gaf met een telefoonnummer. “Hij wilde zaken doen in verband met verdovende middelen. Hij vroeg aan mij of ik heroïne kon regelen.”

Ook de verklaringen van Necmettin K. bevatten verwijzingen naar de handel in drugs. In andere verslagen zeggen betrokkenen dat de Turkse geheime dienst (MIT) een rol heeft gespeeld bij de aanslag in de Frans Halsstraat, zonder dat deze bewering verder wordt toegelicht.

Op vrijdag 6 juni wordt Necmettin door Zeki Kösedag, diens broer en enkele neven bij hen thuis ontboden. Ze hebben - elf weken na de brand - een video-opname gezien afkomstig van een benzinestation aan de Waldorpstraat/Hildebrandplein en Necmettin daarop herkend. De neef, die sinds een jaar of drie geldt als het zwarte schaap van de familie, zegt in een eerste reactie dat hij die avond benzine moest halen voor zijn uit Amsterdam afkomstige oom Halis, ook wel genoemd Ali. Deze oom is die avond in het gezelschap van een Colombiaanse vrouw. De familieraad van de Kösedags laat de politie weten dat Necmettin is herkend en nog diezelfde vrijdagavond wordt de neef aangehouden.

De verhoren door de politie beginnen de volgende dag. Zaterdagavond 7 juni rond negen uur, halverwege een wat moeizaam verlopend verhaal gooit de verdachte het plotseling over een heel andere boeg: “Ik wil nu de volledige waarheid gaan vertellen”. Was de jerrycan benzine die hij op de avond van de 25ste maart heeft gehaald, aanvankelijk bestemd voor zijn oom Halis, die “in Turkije onwettige dingen heeft gedaan en dan bedoel ik dat hij handelde in drugs, dat hij mensen heeft verklikt die daardoor in de gevangenis zijn beland”, nu krijgen de ondervragende hoofdagenten plotseling een heel andere versie te horen. Necmettin zegt dat hij de brand zelf heeft gesticht, maar beslist geen slachtoffers heeft willen maken. Hij zegt een grote haat te koesteren jegens zijn oom Zeki Kösedag, “die altijd slecht over mij spreekt”.

In een tweede verhoor op die zevende juni, het is dan tegen middernacht, gaat Necmettin K. iets uitvoeriger in op zijn motief. Volgens het verhoor is hij om tien uur thuis gekomen en waren zijn kinderen, een 9-jarige tweeling, nog op. Eén van de kinderen huilde: “Hij had van de even oude zoon van Zeki Kösedag gehoord dat ik 's avonds niet thuis kom, niet van mijn kinderen houd, dat ik altijd gok en geen geld geef. Daardoor ben ik erg boos en depressief geworden.” Hij is voor het huis van de Kösedags heen en weer gelopen, heeft naar eigen zeggen nog uit een telefooncel geprobeerd zijn oom te bereiken en voelde zich al die tijd “als een dronken iemand”. Tegen half één duwt hij de tuit van de jerrycan door de brievenbus van de Kösedags en laat “de helft, ongeveer een liter benzine” in de hal lopen. Daarna gooit hij er een brandend stuk krant achteraan. “Ik hoorde het geluid van een gaskachel maar er brandde niks toen ik wegliep”, verklaart Necmettin K.

Justitie heeft in de afgelopen weken voor deze zaken acht Turkse mannen aangehouden, zeven zitten nog in voorarrest. Volgens persofficier Horstink staat nog niet vast dat buiten Necmettin K. geen van de anderen verantwoordelijk is voor de aanslag in de Frans Halsstraat. Het onderzoek gaat verder en zolang mogen de verdachten geen contact hebben met hun familie.

Tot de arrestatie van Kösedags neef waren Burhan U. en Guner P., alias 'Diyar', de hoofdverdachten. Beiden worden gezien als de organisatoren van de twee aanslagen waarbij geen slachtoffers vielen. Ze hebben daar gedeeltelijke bekentenissen over afgelegd. Bij U. thuis zijn de brandstichtingen voorbereid en volgens hem maakte P. de molotovs klaar. De medeverdachte Yilmaz D. weet op zijn beurt zeker dat U. de lege conservenpotten heeft bewerkt. U. was ook aanwezig bij de vechtpartij tussen Koerden en Turken tijdens een concert in Schiedam, is nu gebleken. Bovendien wordt uit de verhoren duidelijk dat de recherche U. verdenkt van een groot aantal andere brandstichtingen, op verschillende plaatsen in het land.

Over die in de Schilderswijk heeft U. niet meer toegegeven dan dat hij is meegegaan naar de Koningstraat voor de brandstichting bij het ontmoetingscentrum. Hij verklaart dat het is gebeurd onder grote druk van Guner P. die hij pas op 24 maart bij de ingang van een koffiehuis voor het eerst heeft ontmoet. “Hij wist dat mijn broer was omgebracht door het Turkse leger”. P. verbleef reeds enige tijd in Duitsland en heeft zich, zo is gebleken uit onderzoek van de BVD, eind februari van dit jaar gemeld bij de PKK in Arnhem met de mededeling dat hij uit was op 'bloedwraak' wegens de moord op een nichtje.

Hoewel uit diverse verklaringen blijkt dat binnen de familie van P. inderdaad over een wraakactie is gesproken, geeft het dossier in het geheel geen opheldering. P. heeft besloten niets meer te zeggen, op vragen van rechercheurs gaat hij niet meer in.