Venetië wil La Fenice zo snel mogelijk weer terug

De gemeente Venetië, in het bijzonder burgemeester Massimo Cacciari, wil operahuis La Fenice, dat in januari afbrandde, binnen enkele jaren geheel vervangen hebben. In Italië, waar de restauratie van gebouwen soms decennia duurt, is dit een ambitieuze onderneming. “Het is vragen om een wonder.”

VENETIE, 20 JUNI. Venetië heeft zichzelf een enorme uitdaging gesteld: binnen dertig maanden een nieuw operagebouw neerzetten met een 18de-eeuws uiterlijk, 19de-eeuws interieur en 20ste-eeuwse technologie, en dat in een land waar andere muziektempels tientallen jaren zijn dichtgebleven voor restauratie.

Volgende maand begint het aftellen. Twee weken geleden heeft het gemeentebestuur de winnaar aangewezen van de begeerde opdracht om het beroemde operahuis 'La Fenice' uit zijn as te laten herrijzen. De vijftien maanden die zijn verstreken sinds die noodlottige 29ste januari, toen het gebouw met al zijn rode pluche, vergulde spiegels en kristallen kroonluchters bijna helemaal in rook opging, zijn besteed aan puinruimen. In juli begint de wederopbouw, al moet eerst nog een van de karakteristieke bruggetjes worden gesloopt om de aanvoer van bouwmateriaal te vergemakkelijken.

Nu is het nog stil binnen de muren van het gebouw. Een kolossale stelling houdt het uitgebrande karkas overeind. Het dak is verdwenen. Op een groot bord staat dat het puinruimen 800 miljoen lire heeft gekost, bijna een miljoen gulden.

In een paviljoentje er tegenover kan je informatie krijgen over de wederopbouwplannen. “Het is vragen om een wonder,” zegt de mevrouw die voor allerlei artikelen ten bate van La Fenice verkoopt. “De gemeente heeft gezegd dat in november 1999 het werk klaar moet zijn. Maar met de bureaucratie die we hier hebben...”

Maar burgemeester Massimo Cacciari wil laten zien dat Venetië anders is. Hij is geen separatist, maar de trots die de voorstanders van een onafhankelijke Serenissima drijft, de vroegere Venetiaanse republiek, is deze linkse burgemeester niet vreemd. In Triëst, een stad die nog steeds de Oostenrijks-Hongaarse sfeer van vroeger ademt, heeft de restauratie van het onlangs heropende Teatro Verdi vier jaar geduurd. In Genua is het operagebouw Carlo Felice in 1944 dichtgegaan en pas in 1991 heropend. In Bari is pas vorig maand, na zes jaar wachten, begonnen met de reconstructie van het dak van het uitgebrande theater Petruzelli, dat door de mafia in brand was gestoken. In Palermo ging het Teatro Massimo in 1974 'voor een paar maanden' dicht om het aan te passen aan de nieuwe voorschriften voor brandveiligheid. De restauratie heeft zich jaren voortgesleept, volgens een ruwe schatting meer dan honderd miljoen gulden gekost, maar er gebeurde niets. Pas toen de gemeente vorig jaar alle bureaucratische bevoegdheden naar zich toe trok, begon het werk echt. Omdat burgemeester Leoluca Orlando haast had en later dit jaar herkozen wil worden, is het vorige maand heropend, hoewel de restauratie maar half af is.

Cacciari wil deze Italiaanse toestanden niet in Venetië. Hij heeft al vriend en vijand verbaasd door in een recordtijd een tijdelijk nieuw onderkomen te regelen voor de Venetiaanse opera. Die speelt nu in een soort tentenpark op het eilandje Tronchetto, waar ook een grote parkeerplaats is voor wie per auto naar Venetië komt.

Voor die actie kreeg Cacciari meteen de justitie achter zich aan, want hij had wat bureaucratische bochten afgesneden. Het heeft hem alleen maar populairder gemaakt. Daar put hij moed uit, want het grootste probleem bij de wederopbouw is om het papierwerk gelijk op te laten gaan met de eigenlijke restauratie.

Het werk is toevertrouwd aan het bouwconsortium Impregilo, een dochteronderneming van Fiat, en de architect Gae Aulenti. Deze heeft eerder Palazzo Grassi aan het Canale Grande gerestaureerd, het culturele centrum van Fiat waar nu een tentoonstelling over twintigste-eeuwse Nederlandse en Vlaamse kunst loopt. De groep denkt 90 miljard lire, ongeveer 105 miljoen gulden, nodig te hebben. Zo moet La Fenice worden herbouwd dov'era e com'era, waar ze was en zoals ze was, zoals Cacciari al vaak heeft bezworen.

Helemaal waar is dat overigens niet. Aulenti heeft uitgelegd dat haar plan uitgaat van de architectonische structuur van het gebouw in het oorspronkelijke 18de-eeuwse ontwerp van architect Giannantonio Selva. Dat gebouw bestond eigenlijk niet meer, want veel daarvan is verloren gegaan bij een brand in 1836. Bij de inrichting van het gebouw wil Aulenti de 19de-eeuwse decoratiestijl volgen van na die brand. En voor de techniek van het podium heeft ze min of meer de vrije hand gekregen.

Intussen blijft ook de justitie zich voor La Fenice interesseren, hoewel de zaak opgelost lijkt. Vorige maand zijn twee Venetianen gearresteerd die bewust brand zouden hebben gesticht om niet de boete van driehonderd gulden per dag te hoeven betalen voor te late oplevering van het werk. Hoofdverdachte is de 27-jarige directeur van een elektriciteitsbedrijf, een rijkeluiszoontje die door zijn vader aan een bedrijf was geholpen maar alleen maar schulden opbouwde. Bij hem in de zaak werkte een neef die te boek staat als een hardwerkende maar wat naïeve jongen. De justitie beschuldigt het tweetal ervan het brandbeveiligingssysteem te hebben uitgeschakeld, op twee plaatsen brandbare vloeistof te hebben uitgegoten en die te hebben aangestoken.

Officier van justitie Felice Casson is niet helemaal overtuigd. Hij houdt nog een andere optie open. Tegen de Siciliaanse justitie heeft een mafioso verteld dat de brand zou zijn aangestoken door mafiabaas Pietro Aglieri, die onlangs is gearresteerd. De betrokkene heeft wel meer onzin verteld, maar Casson wil dat dossier niet meteen sluiten. De maximale boete voor het elektriciteitsbedrijf zou 15 miljoen lire zijn geweest, bijna 18.000 gulden. Casson heeft gezegd dat hij niet kan geloven dat iemand voor dat bedrag, de prijs van een kleine auto, een historisch juweel als La Fenice in brand heeft gestoken.