'Veel verliezen bracht de wil om weer te winnen terug'

Richard Krajicek verdedigt vanaf maandag zijn Wimbledon-titel. De 25-jarige Nederlander hoopt in Londen definitief af te rekenen met de critici. 'Misschien word ik pas serieus genomen als ik een tweede grandslamtitel win.'

ROSMALEN, 20 JUNI. Een smoking neemt hij niet mee naar Londen. Dat is de goden verzoeken. Zelfs Steffi Graf liet haar moeder altijd pas de dag voor de finale een mooie jurk meenemen. “Als ik zondag over twee weken weer een smoking nodig heb, vind ik het niet erg om er een te lenen”, zegt Richard Krajicek met een grijns. De regerend Wimbledon-kampioen is ontspannen. In het perscentrum van het grastoernooi in Rosmalen voldoet hij gedisciplineerd aan zijn publicitaire verplichtingen. De Engelstalige pers bedient hij met een telefonische persconferentie, de Nederlandse journalisten staat hij in korte broek te woord.

Sinds zijn Wimbledon-zege is Krajicek een vedette over wiens leven biografieën verschijnen en televisiedocumentaires worden gemaakt. Bij de Engelse bookmakers komt die status tot uitdrukking in de noteringen. Alleen de kansen van Pete Sampras worden bij de wedkantoren hoger aangeslagen. “Vorig jaar waren de verwachtingen nul”, zegt Krajicek, “dat ligt dit jaar duidelijk anders”.

Maandagmiddag om twee uur mag hij als titelverdediger op het centrecourt van Wimbledon tegen de Duitser Marcello Craca het spits afbijten. Hij heeft er nog niet wakker van gelegen, hij voelt zich geen favoriet. Dat is Pete Sampras, zegt Krajicek, de Amerikaanse nummer één en drievoudig winnaar van Wimbledon. “De laatste vijf jaar heeft het tennis drie supersterren gekend: Sampras, Agassi en Becker. Agassi is vooral buiten de baan een ster, Sampras op de baan.Becker is in commercieel opzicht de belangrijkste man. Ik ben benieuwd wat er met de sport gebeurt als hij stopt. Tennis draait voor een heel groot percentage op de Duitse markt, en met name op Becker.”

De heldenverering die de Duitser ten deel valt heeft komische vormen aangenomen, vindt Krajicek. “Wat Der Boris ook zegt, wat hij ook doet, het maakt allemaal niets uit. In Halle was hij vorige week he-le-maal the King. Als hij het centrecourt betrad zat het stampvol, niemand die zelfs maar wat te drinken ging halen. Als hij nu de politiek in zou gaan, heeft hij echt een goede kans om het te maken.”

Hij zou niet graag in Beckers schoenen staan. Krajicek prijst zich gelukkig dat hij zich alleen een ster voelt als hij tennisles geeft aan kinderen. Zoals woensdagmiddag in Rosmalen, waar 3.200 kinderen hun longen voor hem schor schreeuwden. “Er is weinig veranderd sinds vorig jaar. Als grandslamwinnaar gaan sommige dingen wat makkelijker. Ik logeer in nóg betere kamers en ik speel vaak in de tweede of derde ronde al op centrecourt. Maar het is echt niet zo dat ik bij een groot toernooi kan eisen op welk tijdstip ik wil spelen.Ik zit niet in dezelfde league als Becker en Agassi.”

In de Engelstalige pers is hij dikwijls een eendagsbloem genoemd, een speler die de beste tien dagen van zijn carrière toevallig net op Wimbledon beleefde. “Het is moeilijk om mensen tevreden te stellen”, verzucht Krajicek. “Jarenlang heb ik gehoord: hij doet het leuk, maar waar blijft zijn doorbraak. En dan win ik eindelijk een grandslam, en dan zeggen ze: ja, ja, een toevallige overwinning. Misschien word ik pas serieus genomen als ik een tweede grandslamtoernooi win. Die kritiek raakt me trouwens niet meer. Ik ben een jaar lang de regerend Wimbledon-kampioen geweest. En voor de rest van mijn leven ben ik oud-Wimbledon-kampioen. Dat pakt niemand me af.”

Als hij het toernooi nogmaals wint, belooft hij een serieuze aanval op de nummer-één-positie. “Wat me vorig jaar is gebeurd, overkomt me geen tweede keer. Als ik opnieuw win, zal ik alleen de blijdschap voelen en niet meer de opluchting. Ik heb het toernooi tenslotte al eens gewonnen.” En als hij slecht speelt? “Dan richt ik me op het heroveren van mijn positie in de toptien.”

Maar waarom zal het misgaan, zegt Krajicek. “Serveren gaat goed, over mijn returns ben ik tevreden. Zoals ik nu speel, zie ik geen reden waarom ik het niet weer goed zou doen. Als ik niemand tegenkom die echt beter speelt, ga ik winnen. Ik heb één grandslam gewonnen en ik zou graag een tweede winnen. Ik voel weer de drang mijn beste prestatie met een stapje te verbeteren. Van topvijf naar topvier, naar topdrie. Ik heb ook niet het gevoel dat ik mijn titel ga verdedigen. Ik raak hem niet kwijt. Dat bekertje mag ik houden.”

Het zijn zelfverzekerde woorden voor een tennisser die vorig jaar na zijn eerste grote triomf in een diep dal geraakte. “Ik had na Wimbledon het gevoel dat het altijd goed zou blijven gaan. Dat bleek al snel een illusie. Ik ben de eerste maanden na Wimbledon door een emotionele achtbaan gegaan. Eerst een combinatie van ongeloof en voldoening. Die zette de toon voor de volgende fases. Zodra je voldoening voelt is het moeilijk om te trainen, om je voor honderd procent te geven. Uiteindelijk stond ik toch weer op de baan, omdat het moest. Maar waarvoor? Om in de eerste ronde van een toernooi voor pakweg duizend toeschouwers te spelen? Op Wimbledon stond ik op een volgepakt centrecourt. Ik was emotioneel en mentaal moe, en daarna ook fysiek.”

Door veel te verliezen kreeg Krajicek “als vanzelf” de wil om te winnen weer terug. Louterend werkte ook de operatie aan zijn rechterknie. Na die ingreep in december had hij negen weken vrij, negen weken om over tennis na te denken. Hij sprak met vrienden, met zijn Australische coach Rohan Goetzke, en soms staarde hij om drie uur 's nachts een uur naar het plafond. “Als ik mijn attitude niet verander, heeft het dan nog wel zin om door te gaan? Zulke vragen stelde ik mezelf. Als je zonder bezieling op de baan staat, kan je beter stoppen.”

Na die periode van bezinning maakte Krajicek in het voorjaar met toernooizeges in Rotterdam en Tokio een geslaagde rentree. “Uit fysiek en vooral mentaal oogpunt is het goed voor mij af en toe een pauze in te lassen. Dit jaar speel ik 22 of 23 toernooien, volgend jaar nog maar achttien. Door minder te spelen hoop ik me beter te kunnen concentreren. Maar ik zal altijd een speler blijven die na een toernooizege vrij snel kan verliezen van een onbekende tegenstander.Zo ben ik nu eenmaal. Soms is het mijn eigen schuld dat ik verlies, soms is het pech en soms tref je iemand die beter is. Maar ik win liever een keer Wimbledon, dan dat ik ieder grandslamtoernooi in de kwartfinale eindig. Ik moet alleen zorgen dat ik meer uitschieters naar boven krijg.”

Zijn besluit om minder te gaan spelen, heeft ook te maken met persoonlijke omstandigheden. “Ik zit in een andere fase van mijn leven. Een paar jaar geleden vond ik het heerlijk om op reis te gaan. Nu vind ik het een prettig idee om ook tijd door te brengen in mijn eigen huis.” Thuis is voor Krajicek vanaf volgend jaar niet langer de belastingvrijstaat Monaco. De tennisser kocht een huis in Muiderberg en laat dat momenteel verbouwen. “Ik ben in heel veel landen geweest, nergens is het beter dan hier. De wegen, de hygiëne - Nederland is een goed georganiseerd en goed gemanaged land. Uit sociaal oogpunt is het fijn om Nederlander te zijn. Alleen financieel ben je beter af als Duitser, Engelsman of Italiaan.”