Srebrenica van minuut tot minuut gevolgd

David Rohde: Endgame. The Betrayal and Fall of Srebrenica, Europe's Worst massacre Since World War II, Farrar, Straus and Giroux, 440 blz. ƒ 56,40

Volgende maand twee jaar geleden werd in het gebied rond Srebrenica in het oosten van Bosnië de grootste massamoord van de naoorlogse Europese geschiedenis gepleegd. Officieel staan 7.079 moslim-mannen uit Srebrenica nog altijd te boek als vermist. Maar afgezien van hun familieleden die tegen beter weten in blijven hopen twijfelt niemand nog aan hun lot: rond drieduizend van hen zijn bij massa-executies door de Bosnische Serviërs vermoord. De andere vierduizend werden vermoord tijdens hun poging, vanuit de gevallen enclave moslim-gebied te bereiken. Zij werden op strategische punten door de Serviërs opgewacht en met antitankgeschut, luchtdoelraketten, handgranaten en machinegeweervuur gedood, of ze gaven zich over en kregen een nekschot.

Over het drama van Srebrenica is inmiddels een reeks boeken verschenen. Het boek Endgame van de Amerikaanse journalist David Rohde onderscheidt zich tot op zekere hoogte van die andere boeken: Rohde heeft in anderhalf jaar van minutieus onderzoek de gang van zaken kort voor, tijdens en na de val van Srebrenica gereconstrueerd, niet zozeer ten aanzien van de officiële politiek en de besluitvorming in VN-zenuwcentra in Tuzla en Zagreb en elders betreft - al komt dit officiële niveau wel uitgebreid ter sprake - maar vooral de gebeurtenissen 'in het veld': in Srebrenica zelf en op de plaatsen waar na de val van de enclave de gevangen of vluchtende moslim-mannen terecht kwamen.

Rohde deed dat aan de hand van zeer uitgebreide getuigenverklaringen van betrokkenen die van minuut tot minuut op de voet worden gevolgd: twee Nederlandse blauwhelmen, een moslim-vrouw, twee moslim-mannen, een Bosnische Serviër die aan de aanval op Srebrenica deelnam, en de in Servische dienst vechtende Kroaat Drazen Erdemovic, die deelnam aan de massale executie van duizend gevangen moslims in het dorp Pilica en die daarvoor door het Haagse Joegoslavië-tribunaal tot tien jaar gevangenisstraf is veroordeeld.

Na lezing van Endgame hoeft niemand zich nog illusies te koesteren over die 7.079 vermisten: zij zijn doelbewust afgemaakt. Een van de twee moslim-mannen met wie Rohde sprak is de enige overlevende van het bloedbad in de opslagplaats van Kravica, waar honderden mensen in een urenlange orgie van geweld met handgranaten en machinegeweervuur werden afgemaakt. De andere is een overlevende van de mars door bezet gebied van de enclave naar het vrije Tuzla: hij vertelt hoe de Serviërs de kolonne vluchtelingen in de ene na de andere hinderlaag lokten en hoe ze zoveel mogelijk vluchtelingen uitmoordden.

Endgame heeft de verdienste van het detail: het boek is chronologisch opgezet en de lezer blijft van minuut tot minuut op de hoogte van wat zich op de diverse plaatsen in de enclave afspeelde en welke beslissingen elders - in Tuzla, Sarajevo, Zagreb, Den Haag, New York - over het lot van de tienduizenden ingesloten moslims werd beslist, of liever: niet werd beslist, zodat ze en masse in handen van generaal Mladic en zijn keelafsnijders vielen.

Endgame is een uiterst dramatisch en indrukwekkend relaas. Het boek wordt afgesloten met een hoofdstuk waarin Rohde de onvermijdelijke vraag stelt wie verantwoordelijk is, wie welke fouten heeft gemaakt en of de tragedie had kunnen worden voorkomen. Velen, zo concludeert hij, zijn verantwoordelijk: de Bosnische Serviërs uiteraard, die het bloedbad aanrichtten - en die dat zeker niet spontaan deden: de massamoord was tot in detail voorbereid. Maar verantwoordelijk was ook de internationale gemeenschap, vooral VN-gezant Akashi en de commandant van de VN-vredesmacht UNPROFOR, generaal Janvier. Rohde's oordeel over Janvier is vernietigend. De Franse generaal, die alle verzoeken om luchtaanvallen op de oprukkende Serviërs blokkeerde en er maar één inwilligde - toen het te laat was - was in geen enkel opzicht op zijn taak berekend: Janvier kon niet zelfstandig optreden, was afhankelijk van bevelen van boven, en faalde toen die niet kwamen. Met instemming citeert Rohde de uitspraak van een collega van Janvier die zegt dat de Franse generaal hooguit in staat was 'gebrande pinda's te verkopen in de straten van Parijs'.

Maar ook Akashi was schuldig, ook de voortdurend blunderende en gedesorganiseerde VN, ook de NAVO en de CIA die de bedoelingen van de Serviërs volstrekt fout inschatten, de Bosnische regering die geen vinger uitstak om Srebrenica en zijn inwoners te redden, de Nederlandse blauwhelmen die - uitzonderingen daargelaten - zich niet erg voor de moslims hebben ingespannen, overste Karremans die 'vergat' de Serviërs naar het lot van de moslim-mannen te vragen, de leiders in Washington, Parijs en Londen die vastbesloten optreden van de NAVO in de weg stonden of die in Den Haag die na het drama niets wilden weten van massamoorden.

Had het bloedbad kunnen worden voorkomen? Ja, denkt Rohde: als de NAVO in een vroeger stadium luchtaanvallen had gepleegd en als de moslim-commandant Naser Oric - een lokale legende - zich in Srebrenica had bevonden. Doelgerichte bombardementen zouden de Serviërs hebben gedwongen af te zien van hun plan de hele enclave te veroveren: dat zou zevenduizend levens hebben gered. Het uitblijven van luchtsteun werkte uiteindelijk volstrekt demoraliserend en verlammend op de Nederlandse blauwhelmen.

Oric' aanwezigheid had de verdedigers in staat gesteld de Serviërs drie of vier dagen langer op afstand te houden. In die drie of vier dagen zouden de VN gedwongen zijn tussenbeide kunnen komen - ook dan zouden die zevenduizend levens zijn gered. Maar Oric was niet in Srebrenica, hij was in Tuzla, op bevel van Sarajevo. En het waarom van zijn afwezigheid is een van die mysteries die ook Rohde niet heeft kunnen oplossen.