'Promise Keepers' bidden voor heil gezin en kerk

In sportstadions door heel Amerika komen in de zomermaanden honderdduizenden mannen bijeen om samen te zingen, te bidden en te praten over hun geloof. Ze vormen een massale religieuze beweging die zich de Promise Keepers noemt.

WASHINGTON, 20 JUNI. Terwijl de regen met bakken naar beneden komt, trekken 46.000 mannen tegelijk hun schoenen uit. Ze knielen voor hun plastic stoeltjes, in het Robert F. Kennedy Memorial Stadion in Washington, ze buigen massaal hun hoofd en ze bidden in stilte. Over de tribunes drijft een weeë geur van popcorn en warme worst. Alleen het geruis van de regen is hoorbaar.

Als de mannen zich weer oprichten beginnen ze een naam te scanderen, alsof hun favoriete speler het veld opkomt. Je-sus, Je-sus, Je-sus... Dan galmt door de luidsprekers de stem van de dominee die deze gelegenheidsgemeente al anderhalve dag bezighoudt met zang, gebed en preken. “Ik begrijp niet waarom jullie Hem roepen”, zegt hij quasi-verbaasd. “Want Hij is allang hier.” Uit de 46.000 kelen stijgt een uitzinnig gejuich op, dat overgaat in ritmisch gezang: There's no greater love than Jesus. Sommige mannen klappen mee op de maat, andere dansen of staan te zwaaien met hun handen in de lucht. Rain on us, Father, rain on us!, roept de dominee hartstochtelijk. En de bui zwiept nog harder neer op de gelovigen.

In de zomermaanden hebben in stadions door heel Amerika massabijeenkomsten plaats van de Promise Keepers, een snelgroeiende christelijke beweging voor mannen - uitsluitend mannen - van verschillende kerkelijke gezindtes. Dit weekeinde vullen ze het voetbalstadion van Washington tot de nok. Eerder kwamen tienduizenden naar stadions in Los Angeles, Houston, Chicago en Seattle. De komende maanden volgen onder meer Miami, Dallas, New York en Pittsburgh. In totaal houden de Promise Keepers deze zomer in de Verenigde Staten en Canada 22 massabijeenkomsten. Voor zestig dollar wordt de gelovige in een atmosfeer die varieert van intense overgave tot ontspannen joligheid een programma geboden van religieuze inspiratie en camaraderie. Want behalve zang en gebed is verbroedering het doel.

“Kijk de man naast je eens aan”, zegt de dominee. “Geef hem een hand en vertel hem wat Jezus voor je betekent.” Overal op de tribunes beginnen mannen met elkaar te praten: vrienden en kennissen die samen naar de bijeenkomst zijn gekomen, maar ook volslagen vreemden die toevallig naast elkaar zitten. “Op mijn werk voel ik me nooit veilig”, bekent Vernon Clemens, die een managementsfunctie bekleedt bij een computerbedrijf, op fluistertoon tegen zijn buurman. Met zo'n twintig man van zijn kerk, een groep van zowel blanken als zwarten, is hij uit Philiadelphia naar Washington gekomen. “Veel mensen gaan naar de kerk om door de buren gezien te worden. Maar hier komt iedereen omdat hij Jezus echt nodig heeft in zijn leven. Hier kun je iedereen vertrouwen.” Innig omarmt hij zijn nieuw gevonden vertrouweling.

Zeven jaar geleden werd Promise Keepers opgericht door Bill McCartney, een voormalig football coach van de universiteit van Colorado die nog altijd de leider van de beweging is. Volgens McCartney moeten mannen meer verantwoordelijkheid nemen voor hun gezin, hun kerk en de hele maatschappij. Ze moeten beloven om God te eren, bijbelse waarden hoog te houden, hun kerk te steunen en in moreel en seksueel opzicht een zuiver leven te leiden. En ze moeten steun zoeken bij elkaar, om hun beloftes te kunnen nakomen. Alleen op die manier, zo is de gedachte, kunnen ze het verval een halt toeroepen dat kerk en gezin bedreigt.

In de zeven jaar van haar bestaan is Promise Keepers uitgegroeid tot een organisatie met honderdduizenden volgelingen, een begroting van 117 miljoen dollar en een staf van meer dan 400 medewerkers. Op 4 oktober wil de beweging het hele land haar kracht laten zien door met een miljoen gelovigen naar de Mall in Washington te komen, voor een 'heilige samenkomst van mannen' op het nationale grasveld aan de voet van Capitol Hill. Een nieuwe kerk of sekte wil Promise Keepers niet zijn, wél een impuls voor een religieuze opleving in de bestaande kerken en samenleving. Critici verwijten de beweging dat zij exclusief gericht is op mannen en op de leidende rol van de man in gezin en maatschappij. De vrouwenorganisatie NOW (National Organization for Women) noemt Promise Keepers leugenachtig. “Ze doen het voorkomen alsof ze mannen aansporen om verantwoordelijkheid te nemen. Maar ze bedoelen dat mannen de macht moeten grijpen.” Dominee Bill Hybels, een van de sprekers afgelopen zaterdag, zegt over die kritiek: “Leiden betekent voor ons niet: de baas zijn. Naar het voorbeeld van Jezus Christus gaat een leider voor in dienstbaarheid. Hoofd van het gezin zijn betekent bijvoorbeeld dat de man zijn vrouw in dienstbaarheid overtreft.” Ruim duizend Promise Keepers gaven het afgelopen weekeinde inhoud aan hun belofte van dienstbaarheid, door als vrijwilligers 45 openbare scholen in Washington een verfbeurt te geven.

Todd Gerner, een hondenfokker uit Reading, in Pennsylvania bezoekt al voor de derde keer een bijeenkomst van de Promise Keepers. “Mijn vrouw vindt het uitstekend dat ik hier kom”, zegt hij, terwijl hij in de gangen van het stadion ontspannen ingaat op feministische verwijten. “Ze weet dat ik hier als een betere echtgenoot en vader vandaan kom.”

Garner vreest dat de kritiek in het najaar, in de aanloop naar de grote bijeenkomst op de Mall, nog zal aanzwellen. “De media zullen ons vergelijken met Louis Farrakhan en zijn Million Men March, die in 1995 honderdduizenden zwarte mannen op de been bracht. Er zijn wel oppervlakkige overeenkomsten, zoals het geloof dat mannen een speciale verantwoordelijkheid hebben. Maar het afbreken van raciale barrières is voor de Promise Keepers, in tegenstelling tot Farrakhan, juist heel belangrijk. En Christus komt voor ons in de eerste plaats. Politiek speelt geen enkele rol.”

Niet iedereen gelooft dat de beweging er inderdaad geen politieke agenda op na houdt, zoals ze met nadruk beweert. In veel opzichten staat het gedachtegoed van de Promise Keepers dicht bij dat van de Christian Coalition, een christelijke belangengroep met nauwe banden met de conservatieve vleugel van de Republikeinse partij. En oprichter Bill McCartney is een uitgeproken bestrijder van het recht op abortus. Ook speelde hij vorig jaar in Colorado een belangrijke rol in het (vergeefse) verzet tegen een wet die gelijke rechten voor homoseksuelen garandeert.

Maar in het RFK-stadion in Washington vermijden de sprekers op het podium, allemaal gestoken in een lichtblauw poloshirt, elke politieke controverse. De één vertelt over zijn leven - trefwoorden: weeshuis, gewapende overval, gevangenis, drugs, seks, leugens, auto-ongeluk, Jezus, verlossing. Hij toont een lekke voetbal om het publiek te laten zien hoe armzalig de mens is zonder de bezieling van God. Een ander vertelt over het groepje mannen dat hij bekeerd heeft. “Eerst vertelden ze voortdurend schuine moppen - vreselijk schuin, maar oh, wat geestig”, zegt hij goedmoedig en tot daverende pret van zijn gehoor. “Maar nu nemen ze iedere vrijdagochtend om half zes deel aan mijn gebedsgroepje.”

Een derde spreker geeft een kleine cursus gezinsfinanciën - want hoeveel persoonlijke problemen en echtscheidingen komen niet voort uit geldproblemen? “Ik heb een droom, een visioen van een miljoen mensen die zich vrijmaken van schulden. Wil iedereen hier beloven voor het jaar 2000 al zijn schulden, uitgezonderd hypotheek, helemaal af te lossen? Op die manier zal er meer geld beschikbaar zijn om Gods koninkrijk op te bouwen.” Voor een groot deel van de gelovigen gaat dat verzoek kennelijk toch iets te ver. Slechts driekwart van de aanwezigen staat op om met de belofte in te stemmen, velen duidelijk met grote aarzeling.

De ernst in het stadion wordt afgewisseld met vrolijke uitbundigheid. Een band en een koor spelen even gemakkelijk swingende gospels en stampende religieuze rock met jankende gitaren als traditionele psalmen met orgelbegeleiding. Als het weer is opgeklaard halen de mannen op de tribunes hun bijbels te voorschijn, maar ook versnaperingen en thermosflessen. Ze zijn voor het merendeel tussen de twintig en vijftig jaar, lopen in korte broek, T-shirt en baseball-petje. Als er een pauze in het programma is, gooien ze joelend met strandballen, Amerikaanse voetballen en papieren vliegtuigjes - nauwelijks anders dan het gebruikelijke stadionpubliek. Zelfs de wave ontbreekt op dit religieuze evenement niet.

Maar op de T-shirts en de petjes staan niet de namen of portretten van sporthelden. Een grote dikke man met een kleine paardestaart draagt een wit T-shirt met een tekening van een bebloede hand waardoor een spijker is geslagen en de woorden: 'Zijn pijn, jouw voordeel - His pain, your gain'. Op een ander shirt staat: 'Echte mannen zingen hard'.

Daniel Clarke, directeur eten en drinken van een groot hotel in Philadelphia, zingt alsof zijn leven ervan afhangt. “Als de Heer niet aan onze kant stond, had onze vijand ons allang verslonden”, dreunt hij mee met de rest van het stadion. Een onheilspellend gerommel stijgt op als tienduizenden voeten op de grond beginnen te trappelen. Op een groot televisiescherm op het podium verschijnen via een satellietverbinding beelden van een stadion in Buffalo, in de staat New York, en Hamilton, in Canada, waar ook bijeenkomsten van Promise Keepers aan de gang zijn.

Clark, die op zijn twintigste uit Frankrijk naar de VS is gekomen, straalt als hij de beelden van zijn tienduizenden geestverwanten ziet. “In Frankrijk zijn de mensen hersendood; ze denken dat ze God niet meer nodig hebben. Dit land gaat ook naar de knoppen, maar je weet hier tenminste dat je niet alleen bent.”