Proefschrift over toekomstige taak van de journalistiek; Profane priesters zonder publiek

Het toegenomen media-aanbod en de opkomst van nieuwe media maken het publiek steeds minder afhankelijk van de journalistiek, betoogt de communicatiewetenschapper J. Bardoel.

AMSTERDAM, 20 JUNI. 'Profane priesters.' Zo noemt de communicatiewetenschapper J. Bardoel de generatie journalisten die zich in de jaren zestig hebben vrij gemaakt van de bevoogding van hun respectieve zuilen. “Die generatie had de pretentie dat zij haar publiek weleens zou uitleggen hoe de wereld in elkaar stak. Journalisten namen de rol over die voorheen onderwijzers en pastores vervulden. Achteraf bezien was dat wat paternalistisch.”

In zijn proefschift Journalistiek in de informatiesamenleving, waarop hij vandaag is gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam, betoogt Bardoel, die vijftien jaar beleidsadviseur was van het NOS-bestuur en auteur is van enkele bekende mediahandboeken, dat journalisten een dergelijke rol niet langer kunnen vervullen. Door het steeds grotere media-aanbod zijn journalisten veel vast publiek kwijt geraakt. Bovendien zijn door de ontwikkeling van de computertechnologie burgers beter in staat zelf informatie te zoeken, waardoor ze de journalistiek gemakkelijker kunnen passeren. Bardoel spreekt van 'de ontvoogding van de burger'.

“Het belangrijkste kenmerk van de nieuwe informatiediensten is interactiviteit”, legt hij uit. “Zender en ontvanger kunnen van rol verwisselen. We spreken dan ook ineens niet meer van 'ontvangers' van media, maar van 'gebruikers', die zelf actief worden en zelf toegang hebben tot bronnen die voorheen alleen voor journalisten toegankelijk waren. Burgers kunnen door allerlei computernetwerken rechtstreeks in andere computers kijken. Op termijn verliest de journalist zijn rol van exlusieve intermediair tussen burger en buitenwereld. Het wordt mogelijk de journalistiek uit te schakelen.”

Bardoel beschouwt deze ontwikkeling in principe als positief. “Voorheen kon je als kijker alleen de aan-en-uit-knop omdraaien. Nu kunnen mensen zelf een voor hen relevant informatiepakket bij elkaar zoeken. Dat is een vorm van emancipatie.” Tegelijkertijd ziet Bardoel ook een schaduwzijde. “Hoe meer mensen iets zeggen, hoe minder er wordt gehoord. Als het aantal media toeneemt, wordt de omvang van het publiek dat een zender kan bereiken steeds kleiner. De podia schrompelen ineen. Als gevolg van die fragmentatie zal het steeds moeilijker worden een maatschappelijk debat te voeren.”

Bardoel ziet na de eeuwwisseling twee typen journalistiek ontstaan. 'Instrumentele journalistiek', waarbij journalisten de vaardigheden van journalist en documentalist gaan combineren. Dit type journalist zal tot taak hebben structuur aan te brengen in de enorme hoeveelheden informatie die bijvoorbeeld op het Internet rondzweven. 'Klassieke' journalisten bij de bestaande massamedia, het tweede type, moeten zich meer concentreren op het maatschappelijk debat, meent de communcatiewetenschapper. Hij schetst in zijn proefschrift een toekomstbeeld waarbij “de goede journalist functioneert als dirigent van het maatschappelijk debat en als makelaar van sociale consensus”. En: “De klassieke journalistiek evolueert van het voorzien van feiten naar het voorzien van betekenis.”

Hij lijkt daarmee het oude paternalisme van de journalistiek door een nieuw paternalisme te willen vervangen. “Als je een samenleving bij elkaar wilt houden, zul je met elkaar in discussie moeten blijven”, stelt Bardoel. “Als de massamedia individualiseren, ligt daar een maatschappelijke taak voor de journalistiek. Ik geef toe dat dat een normatieve uitspraak is. Dat mag je paternalistisch noemen.”

In zijn proefschift besteedt hij weinig aandacht aan de taak van de journalistiek om gezagsdragers kritisch te volgen en voor hen onwelgevallige feiten in de openbaarheid te brengen. Dat is een vorm van berichtgeving die tot maatschappelijke onrust kan leiden en daarom juist een bedreiging kan zijn voor de 'sociale consensus'. Volgens Bardoel echter zal de klassieke journalistiek in de volgende eeuw haar controlerende taak behouden en maakt de voortschrijdende techniek het juist makkelijker onderzoeksjournalistiek te doen. Tegelijkertijd relativeert hij de journalistieke pretentie 'waakhond van de macht' te zijn. “Daarbij ga je uit van de algemene onwetendheid van het publiek. Dat is al lang niet meer zo. Het publiek is veel hoger opgeleid en veel beter in staat informatie zelf kritisch te beoordelen.”

Overigens denkt Bardoel niet dat het onmogelijk zal worden nog een maatschappelijk debat te voeren. “Ik verzet me tegen diegenen die technische ontwikkelingen verabsoluteren. Mensen willen ergens bij horen. Ze zullen elkaar blijven opzoeken bij de virtuele dorpspomp. Daarom zullen de klassieke massamedia ook niet verdwijnen.”