Premier Lionel Jospin, nieuw en oud links tegelijk

De Franse premier Jospin sprak in zijn eerste regeringstoespraak van herstel van morele waarden, onafhankelijker rechtspraak en doen wat je belooft. Nieuw in zijn woorden is de combinatie van moderniteit en vertrouwd economisch socialisme.

PARIJS, 20 JUNI. Ze waren allemaal in verwarring. Zijn voorstanders, de oppositie, de commentatoren. Hier stond hij en overwon, voorlopig. Partijganger Lionel Jospin die zich losmaakte van de gekozen vorst François Mitterrand en in 1992 met politieke vut ging. Terug op het spreekgestoelte van de Assembée Nationale als de man die in het Frankrijk van juni 1997 de baas is.

Enigszins vertederd hoorden velen in de linkse meerderheid hem aan. De man die te stijl leek voor de Franse politiek won met de minuut aan gezag. Herstel van morele waarden, onafhankelijker rechtspraak, beteugelen van het afluisteren en van de 'politieke politie', gelijke rechten en kansen voor vrouwen, 1 procent voor cultuur, illegalen als mensen behandelen, doen wat je belooft, het is allemaal verrassend en modern. Frankrijk ondergaat het als een kuur in een thermaal bad.

Herinneringen aan inspirerende linkse voormannen als Jules Ferry en Pierre Mendès France biggelden als tranen van geluk over sommige wangen. Het originele in de Franse context is de combinatie van moderniteit en vertrouwd economisch socialisme. Wat voor buitenstaanders zoals de commentaarschrijver van de Financial Times vanmorgen niet meer is dan 'sprookjes', blijft voorlopig het meest haalbare in een land dat de kille sanering met het oog op een krapper overheidstekort weigert en toch met Europa en de euro wil blijven meedoen.

Om zijn communistische partners tevreden te stellen was er de verhoging van het minimumloon met 4 procent, de helft van wat de bonden hadden gevraagd. De 36 glunderende nazaten van Lenin bromden nauwelijks, want zij kregen ook de toezegging dat de inkrimping van het aantal ambtenaren wordt gestopt. En vooral dat staatsbedrijven niet worden geprivatiseerd, zelfs niet als zij opereren op een markt met volledige concurrentie. France Télécom en Air France kunnen voorlopig blijven oefenen op zelfstandigheid. Maar ook de vorming van een slagvaardiger concurrerende NV Airbus (met de private Duitsers, Spanjaarden en Britten) wordt er niet makkelijker op nu Aerospatiale tot nader order staatsbedrijf blijft.

In deze passage toonde Jospin zich een klassieke socialist, Old Labour zou ermee in zijn nopjes zijn: “We moeten niet breken met de Franse traditie dat de publieke dienstverlening en de publieke sector in het hart van de natie staan.” Elektronica, vliegtuigbouw en telecommunicatie zijn ten onrechte inzet van eigendomsgevechten, aldus Jospin, wetend dat de kans groot is dat hij vroeg of laat op zijn woorden moet terugkomen. Alleen al de eenmalige dotatie dit jaar van 12,5 miljard gulden uit het pensioenfonds van France Télécom moet op de begroting '98 anders worden ingevuld wil Parijs ook maar in de buurt komen van de EMU-norm. De handigste manier is aandelen France Télécom te verkopen.

Behalve deze harde principe-uitspraken heeft Jospin niet veel concreets weggegeven. De september-uitkering aan gezinnen met schoolgaande kinderen wordt verviervoudigd, de BTW gaat waarschijnlijk iets omlaag om de consumptie aan te moedigen, maar de veel ingrijpender verkorting van de arbeidsweek van 39 naar 35 uur (zonder loonsverlaging) wordt over vijf jaar uitgesmeerd, na overleg met werkgevers en werknemers. Over de beloofde 700.000 banen voor jongeren horen we in de herfst meer.

Voorlopig gunt de regering zich de tijd om over de harde economie een paar maanden na te denken. Nu de prognoses wijzen op een tekort van 3,5 à 3,8 procent over 1997, moet Jospin dubbel voorzichtig zijn met het stimuleringsbeleid waarop hij campagne heeft gevoerd. Als hij op de rem trapt riskeert hij èn het dringend gewenste groei-herstel te fnuiken èn grote groepen kiezers van zich te vervreemden. Hoe snel en hard de val dan kan zijn, hebben Juppé en Chirac ervaren.

De oppositie was er als de kippen bij om de ingebouwde contradicties aan te wijzen. De weggezonden oud-premier Juppé zat er bij en keek er naar. Zijn plaats aan het hoofd van de neo-gaullistische RPR-partij is de facto ingenomen door Philippe Séguin. Deze oud-Kamervoorzitter zocht met soms vibrerende stem naar een postuur. Niet alleen door de plankenkoorts maar omdat driekwart van Jospins bevlogen betoog voor herstel van nationale deugden het zijne had kunnen zijn. En waar deze regering het sociale voor het monetaire stelt, klinkt het ook als een echo van anti-Maastrichtenaar Séguins frequente roep om 'een andere economische politiek'. Alleen de onverdacht liberale en pro-Europese UDF, de één na grootste oppositie-groepering, kon vrij spreken. Haar nieuwe fractievoorzitter François Bayrou (de nog betrekkelijk jonge oud-minister van Onderwijs) deed het met overtuiging. Het zou verbazen als hij bij de presidentsverkiezingen van 2002 niet een prominente rol speelt.