Orkesten verward over 7-procentsnorm

AMSTERDAM, 20 JUNI. De Nederlandse orkesten zijn verheugd dat het Concertgebouworkest en het Orkest van het Oosten gelijk hebben gekregen van de Commissie voor bezwaarschriften van het ministerie van OCW in hun principiële bezwaren tegen de eis van staatssecretaris Nuis dat ze minstens zeven procent Nederlandse muziek moeten spelen.

De Commissie vindt dat zo'n maatregel alleen kan worden opgelegd als daarvoor tevoren een wettelijke grondslag is gecreëerd. Nuis is overigens niet van plan daartoe over te gaan.

Het Contactorgaan van Nederlandse orkesten CNO is teleurgesteld dat staatssecretaris Nuis zich niet neerlegt bij de uitspraak van de commissie en de 7-procentsnorm handhaaft in de subsidievoorwaarden.

Anders dan gisteren vermeld, blijft Nuis ook bij de mogelijkheid om bij niet-naleving van de norm sancties op te leggen in de vorm van subsidievermindering tot maximaal 3.5 procent.

Het staat nog niet vast of de orkesten bij de gewone rechter in beroep zullen gaan tegen Nuis' weigering zich bij de uitspraak neer te leggen.

CNO-woordvoerder R. Wolfensberger is verbaasd dat Nuis in zijn motivering om geen wettelijke grondslag voor de norm te creëren zegt de orkesten niet te willen gieten in een te strak keurslijf, terwijl hij anderzijds vasthoudt aan een streng gekwantificeerde norm.

De orkesten hebben onlangs met Nuis afgesproken in oktober zelf te komen met een plan om op een kwalitatief zinvolle manier een bijzondere inspanning te leveren voor de uitvoering van Nederlandse muziek.

Nuis concludeerde gisteren dat ook is afgesproken dat de orkesten hebben toegezegd dat ze de Nederlandse muziek een 'meer prominente' plaats zullen geven in hun repertoire. Maar die afspraak staat niet in het gezamenlijk opgestelde besluitenlijstje.