Oproer Roemeense mijnwerkers

ROTTERDAM, 20 JUNI. De mijnwerkers van de Jiu-vallei in Roemenië dreigen opnieuw naar Boekarest op te marcheren. In 1990 en 1991 leidden marsen op de hoofdstad, de mineriada, tot de val van een regering, een tiental doden, een ernstige crisis en een grondige aantasting van de reputatie van Roemenië als democratisch land.

Ditmaal hebben de mijnwerkers beloofd geen geweld te gebruiken. Maar de dreiging is zo groot dat de regering eerder deze week de spoorverbindingen met Petrosani, de 'hoofdstad' van de Jiu-vallei, tijdelijk verbrak.

De mijnwerkers van de Jiu-vallei - die het in de jaren zeventig zelfs Ceausescu nog lastig hebben gemaakt - staken al sinds 13 juni. Hun lijst met zestien eisen is inmiddels teruggebracht tot drie: ze eisen 45 procent meer loon, het ontslag van een functionaris die de staking wilde verbieden en de uitroeping van de mijnbouw tot 'industrie van nationaal belang' - dit om ontslagen bij de privatisering te verhinderen. Andere eisen, zoals de vrijlating van de leider van de mineriada van 1990 en 1991, de van corruptie en ondermijning van de staat beschuldigde Miron Cosma, zijn geschrapt.

De regering van premier Victor Ciorbea wil niet verder gaan dan 21 procent meer loon, pensionering van mijnwerkers op hun 45ste of na twintig jaar werk en verbetering van hun werk- en woonomstandigheden. De regering heeft een speciale onderhandelaar naar Petrosani gestuurd met een herstructureringsplan voor de regio, en president Constantinescu heeft een dringend beroep gedaan op de regering en de bonden om het conflict op te lossen voor het uit de hand loopt.

Voorlopig escaleert het conflict echter alleen maar. Gisteren trokken de mijnwerkers op een rumoerige betoging in Petrosani hun belofte, niet naar Boekarest te marcheren, alsnog in. Bovendien sloten 50.000 kompels in de Olt-vallei zich bij hun collega's in het dal van de Jiu aan door eveneens in staking te gaan.

De opstand van de mijnwerkers is de grootste en potentieel gevaarlijkste uiting van sociale onrust sinds het aantreden van president Constantinescu en premier Ciorbea in november vorig jaar. Ciorbea voert een radicaal hervormingsprogramma uit, dat voorziet in de privatisering van 3.600 staatsbedrijven in één jaar, afschaffing van prijssubsidies, beteugeling van de inflatie, het dichten van het gat in de begroting en het aantrekken van investeerders.

De schoktherapie - Ciorbeau noemde haar “een intensive care behandeling van een ernstig zieke - heeft grote sociale consequenties. Het aantal werklozen zal drastisch stijgen en de burger moet de broekriem nòg verder aanhalen. Ciorbea kon bij zijn aantreden rekenen op veel politiek krediet, maar het is duidelijk dat dat afneemt zodra de consequenties van zijn hervormingen beginnen te bijten en de aangehaalde broekriem meer pijn gaat doen.

De boeren gingen in maart al massaal de straat op, kwaad over de privatisering van staatsboerderijen. Inmiddels hebben ook de arbeiders in de bosbouw met betogingen tegen de regering geprotesteerd, roepend dat ze van hun maandloon - veertig dollar - niet kunnen leven. Ciorbea vermoedt “obscure krachten” achter de protestacties: tegenstanders van de hervormingen zouden Roemenen die te lijden hebben van de gevolgen van de hervormingen manipuleren. “Diegenen die het ergst getroffen zijn maken niet het meest lawaai. Maar de regering zwicht niet voor intimidatie”, zei hij onlangs. Hij wijst erop dat de mijnwerkers met 490.000 lei (70 dollar) per maand twee keer het gemiddelde maandloon krijgen.