Opel weigert werkgarantie voor personeel

ROTTERDAM, 20 JUNI. De directie van Opel heeft gisteren geweigerd een werkgarantie af te geven voor het personeel. Naast klachten over teruglopende kwaliteit en verlies van marktaandeel zouden er bij de autofabrikant 10.000 van de 45.000 banen moeten verdwijnen.

Tijdens de bijeenkomst van gisteren bleek opnieuw dat de directie de 45.000 werknemers geen langdurige garantie voor het behoud van hun baan wilde geven. Met name de werkgelegenheid bij Opels hoofdvestiging in Rüsselsheim staat op de tocht omdat er nog geen opvolger is voor de Omega, het duurste model van Opel dat daar wordt gemaakt.

Personeel-directeur Strinz zei wel dat er tot 2001 geen vestigingen sluiten, maar dan moeten de vakbonden niet blijven hameren op een 32-urige werkweek. Tot eind volgend jaar wordt er niet diep gesneden in de personeelssterkte. Er zullen in die tijd ongeveer 1000 banen verdwijnen.

Directievoorzitter David Herman wilde niet ingaan op geruchten dat het helemaal niet meer botert tussen een deel van de Opel-directie en het moederconcern General Motors (VS). Het verrassende vertrek van Jürgen Stockmar, directeur ontwikkeling, heeft volgens hem niets te maken met verschil van mening over kwaliteit. Het gaat veel meer om de juiste verdeling van managementkwaliteiten bij de globalisering van GM, aldus Herman.

Herman vertelde dat er hard wordt gewerkt aan nieuwe modellen waarvoor Opel een investeringsprogramma van 2 miljard mark heeft opgezet. Zijn commentaar werd kracht bijgezet door de cijfers van Opel, dat voor belasting de winst vorig jaar met 19 procent zag stijgen.

De netto winst was met 314 miljoen mark echter 13,5 procent lager dan in 1995, voornamelijk door hogere belastingen. De omzet bedroeg 28,3 miljard mark.

Niettemin was er gisteren van de zijde van de vakbonden stevige kritiek op de globaliseringsplannen van moeder General Motors, die steeds meer van de Opel-produktie naar het buitenland overhevelt. Opel bouwt momenteel vier nieuwe fabrieken: in Argentinië, Polen, Thailand en Brazilië, die in 2001 operationeel moeten zijn.