Onrust aan de kust

Laat de kust met rust. Idee Bert Kisjes. Samenstelling Maarten Lubbers. Bas Lubberhuizen, 78 blz. ƒ19,75

Het strand, wie heeft er geen onvergetelijke herinneringen aan? Omroepster Marga van Praag bijvoorbeeld, weet nog goed hoe haar vader in 1953 op een terrasje in Bergen aan Zee veranderde in een heuse held. 'Daar moet je weer echt een jood voor zijn', had een heer in tropenpak Max van Praag toegebeten toen deze aanschoof bij het tafeltje van zijn kinderen, waar genoemde heer al eerder, zonder plichtplegingen, was neergestreken. 'De tijd dat er gejood werd, is voorbij', beet Van Praag senior - geen assertief type - onmiddellijk terug. Om vervolgens koffie, chocomel èn tafeltje over het smetteloos wit van de antisemiet uit te storten.

Deze herinnering, opgetekend voor het boekje Laat de kust met rust, zal door weinigen gedeeld worden. Anders ligt dat met de wijze lessen die moeder Van Praag dochter Marga voortdurend voorhield: 'Diep inademen, ruik de gezonde lucht, lik aan je armen, proef het zout, geniet van de ruimte. Hier kom je tot rust, er gaat niets boven de zee'. Welk grotestadskind is in de jaren vijftig niet met dergelijke wijsheden grootgebracht?

De welvaartsexplosie van de jaren zestig maakte de functie van openbaar kuuroord voor bleekneusjes goeddeels overbodig. Gezonde lucht werd in de jaren zeventig, met het gat in de ozonlaag, een eufemisme. En rust was in de jaren tachtig, tussen al die collectieve zonaanbidders, moeilijk te vinden. Toch staat één intrinsieke waarde van de Nederlandse kust anno 1997 nog steeds als een paal boven water. Net als in de tijd van Willem Kloos klotst 'de zee, de zee' er nog steeds voort 'in eindeloze deining'. Wie er talent voor heeft, kan nog steeds - net als Herman Gorter - ervaren hoe 'water van vrijheid, dansend oneindig licht' en 'ruimte van vrijheid, zonder gewicht' met elkaar 'spelen', elkaar 'ontmoeten'.

De vraag is echter, hoe lang nog. Want aan de horizon - schouwtoneel van menige betoverende zonsondergang - doemen boze plannen op. De Rotterdamse Maasvlakte heeft dringend behoefte aan uitbreiding. Den Haag zoekt expansie in een kunstmatig wooneiland. Het brede strand boven de Noordpier van IJmuiden is een beoogde toplocatie voor vervuild slib. En, actueler kan het niet, tussen Noordwijk en Zandvoort wenst Schiphol op tien kilometer voor de kust een compleet nieuwe luchthaven aan te leggen. Dag eindeloos uitzicht. Dag eeuwige branding. Dag wenkende vrijheid.

Zo lang deze plannen - en andere - bestaan, is er storm tegen gelopen. Vaak onder de inspirerende regie van Bert Kisjes, de nimmer aflatende uitbater, inspreker en opporder van hotel Sonnevanck te Wijk aan Zee. Al jaren geleden tooide hij de entree van zijn etablissement met de aan Dante ontleende lijfspreuk, 'Laat al uw plannen varen'. En ook nu weer prijkt zijn naam onder het kopje 'Idee' in het colofon van Laat de kust met rust waarin, aldus samensteller Maarten Lubbers, 'de zee, de kust en de duinen in alle toonaarden worden beschreven, bezongen, gekoesterd en verbeeld'. Dit alles, teneinde de 'nieuwe landveroveringsplannen en het groeidenken dat er aan ten grondslag ligt' een halt toe te roepen.

Een baaierd van bijdragen levert dat op, van de hand van zestig bekende en onbekende scribenten en kunstenaars, merendeels speciaal voor deze uitgave vervaardigd. Ze variëren van impressionistische gedichten tot een open brief aan Frits Bolkestein, en van tijdloze zwart-wit illustraties tot een in hurkzit te consumeren stripverhaal. De kwaliteit loopt sterk uiteen, want het motto van oud-voorzitter Mao, 'Laat duizend bloemen bloeien', doet in Wijk aan Zee nog altijd opgeld; terwijl rigoureuze middelen ter bestrijding van onkruid en wildgroei uiteraard uit den boze zijn. Ook wekken sommige zwart-witfoto's de indruk dat het nu al niets dan asfalt en modder is wat voor de Nederlandse kust op en neer klotst. Dat kan toch niet de bedoeling zijn geweest?

En waarom is het aantal persoonlijke herinneringen, zoals die van Marga van Praag, zo schaars? Als de zee al niet het doopvont van de Nederlandse natie is, dan zijn duinpannen of strandkuilen toch zeker de bakermat van menige liefdesrelatie geweest. Je moet er niet aan denken dat toekomstige generaties dat plezier ontnomen wordt, omdat er om de twee minuten honderden nieuwsgierige Boeing-passagiers achter hun patrijspoortjes zitten mee te genieten.

Maar zie, daar verschijnt de zon al weer in al zijn pracht vanachter de duinen om ons te trakteren op een onvergetelijke dag in het niemandsland tussen vaste wal en lokkende horizon. Het zijn vooral de dichters die de unieke sensatie van deze kringloop het meest indringend en oorspronkelijk op - milieonvriendelijk - papier weten te krijgen, in de voetsporen van Gorter en Kloos. Uit elk van de opgenomen gedichten valt wel een fraaie typering of oorspronkelijke zienswijze op te diepen. Zoals de duinen van Neeltje Maria Min die 'voor anker' gaan 'als dieren diep in slaap, de kop tussen de logge poten, het achterlijf een kussen voor de ander'.

Maar geen van de dichters, denkers en dwarsliggers in dit sympathieke boekje weet de onrust over het onheil dat aan de horizon van de Noordzee opdoemt zo kort, kernachtig en krijgshaftig onder woorden te brengen als 'Cananefatenhoofdman' Wamla le Brinno, in een later leven ook wel bekend als Wim de Bie: 'Nederland ligt aan zee, niet aan een vliegveld'.