Klein Saartje:

Op school hadden we jaarlijkse feesten: sportdag bijvoorbeeld, en speech day, toespraken, dan kwamen de meisjes die al van school af waren terug om hun diploma's te halen. Ze waren bijna onherkenbaar want ze waren in mufti, dat wil zeggen niet in schooluniform maar in gewone kleren, extreem modieus als 't even kon. En eens per jaar was er ook een film.

Die werd gedraaid in de aula, met de gordijnen dicht; er kwam altijd licht tussendoor. Dat maakte de film een beetje flets, maar dat vonden we niet erg, we hadden hem toch al gezien. Elk jaar dezelfde: Lassie Come Home met Elizabeth Taylor, de lievelingsfilm van de directrice.

Het was vreemd naar een film te kijken met tweehonderdvijftig schoolmeisjes met de slappe lach. En het zat ook niet lekker op de houten bankjes. De zaal was onrustig, er werd gefluisterd, iemand viel flauw, of kreeg ademnood; een keer was de lerares geschiedenis een contactlens kwijt en de hele rij leraren zakte ineens op de vloer. Eindelijk vond ze hem, in haar Ierse kabeltrui.

Wij gingen ook vaak naar de echte bioscoop. Op een zaterdagmiddag was er een speciale voorstelling van Disney-films, maar toen wij eindelijk binnen waren bleek de zaal vol te zijn. Mijn moeder was al weggegaan. Van de kassajuffrouw, die naast een twee meter hoge kartonnen Bugs Bunny zat, mochten wij toen staan, achterin.

Meteen al dacht ik: nu ga ik flauwvallen. Dat was mij nog nooit overkomen, maar ik had het dus wel eens zien gebeuren. En jawel, na een poosje begon ik me heel raar te voelen. Ik wilde naar de uitgang, de lucht was als stroop geworden, dik en zwaar. Het eerste wat ik zag, toen ik weer bijkwam, was die reusachtige Bugs Bunny met zijn idiote tanden. Flauwvallen tijdens een echte film, in een echte bioscoop, dat was fantastisch.