Kamer pleit voor hogere vergoeding vrijwilligers

DEN HAAG, 20 JUNI. Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat vrijwilligerswerkers een hogere vergoeding krijgen dan nu het geval is. Nu mogen vrijwilligers een onkostenvergoeding van maximaal 1.200 gulden incasseren. De Tweede Kamer wil het bedrag verhogen naar 2.000 gulden.

Volgens de staatssecretarissen Terpstra (Welzijn), De Grave (Sociale Zaken) en Vermeend (Financiën) stuit het verzoek van de Kamer op technische bezwaren. Bovendien, zo schreef Terpstra de Kamer twee weken geleden, “is de huidige onkostenvergoeding voor de meeste vrijwilligers ruim voldoende”. De onkostenvergoeding wordt via de belastingaangifte verrekend.

Kamerlid Essers (VVD) pleitte gisteren voor de verhoging tijdens een Kamerdebat over de bijstand. Haar pleidooi betrof niet zozeer bijstandsgerechtigden die vrijwilligerswerk doen, maar vrijwilligers “als zodanig”. “Wat de consequenties zijn van een verhoging van de vrijwilligersvergoeding voor mensen met een bijstandsuitkering weet ik niet”, aldus Essers.

Vijftig gemeenten zijn dit jaar begonnen met het stimuleren van vrijwilligerswerk voor bijstandsgerechtigden. Dat past in de reeks van banenplannen waaraan minister Melkert (Sociale Zaken) zijn naam heeft gegeven. De Sociale Activering, zoals het Melkert III-banenplan officieel heet, moet de zogeheten blijvers in de bijstand via vrijwilligerswerk uit hun maatschappelijk isolement halen en idealiter weer aan het werk helpen.

Melkert wil de bijstand ook koppelen aan de bereidheid van de uitkeringsontvanger om onbetaald werk te verrichten en zorgtaken op zich te nemen. “Ik voorzie dat het verstrekken van bijstandsuitkeringen vaker aan voorwaarden gebonden zal worden. Het zal steeds meer gaan om het afsluiten van contracten tussen de gemeenten en de individuele bijstandsgerechtigden”, meent Melkert.

Volgens de PvdA-bewindsman hoeft de gemeente niet alleen te kijken naar de inspanningen die bijstandsontvangers doen om betaald werk te krijgen. “Ook onbetaald werk en het verrichten van zorgtaken kunnen in zo'n individueel contract worden meegewogen. Hoofdzaak is in alle gevallen het doorbreken van de anonieme niet-verplichtendheid.”