Justitie stuit op tweede 'sapman' in cocaïne-affaire

HAARLEM, 20 JUNI. Het openbaar ministerie in Haarlem is bij een onderzoek naar omvangrijke cocaïnesmokkel gestuit op de rol van opnieuw een vanuit België opererende vruchtensapfabrikant. De zaak vertoont sterke gelijkenis met de feiten rond de IRT-zaak, die handelde over de toelaatbaarheid van opsporingsmethoden.

Op aanwijzing van de politie in Zaandam is twee weken geleden in Gent 'sapman' Napoleon de M. aangehouden. Hij wordt ervan verdacht 1.400 kilo cocaïne te hebben geïmporteerd. De partij is in Nederland onderschept. Deze Belg is een ex-zakenpartner van 'sapman' R. uit Antwerpen.

R. werd een hoofdrolspeler in de IRT-affaire toen bleek dat hij van de Haarlemse CID-politiemensen Langendoen en Van Vondel geld kreeg voor het opzetten van een sapfabriek in Ecuador, die als front-store voor drugsimporten zou moeten dienen.

Op 4 juni heeft de politie in Zaandam drie Nederlanders op heterdaad betrapt bij een partij cocaïne die ze in België hadden opgehaald. De politie onderzoekt op dit moment mogelijke verbanden met de IRT-zaak. Een van de vermoedens is dat Langendoen mogelijk nog een sapbedrijf heeft gebruikt voor het smokkelen van drugs. De verdachten hebben ontkend dat zij de inmiddels geschorste CID-chef Langendoen kennen.

De twee Belgische sapmannen hebben in ieder geval de afgelopen jaren samen zaken gedaan. Napoleon voerde vorig jaar een civiele procedure tegen sapman R. wegens het niet betalen van geleverd sap. De Belgische politie heeft de IRT-sapman gehoord over de mogelijke rol van Napoleon.

De advocaat van Napoleon, E. Pringuet uit Gent, noemt het drugsonderzoek “een zeer verdachte historie”. Zijn cliënt heeft hem verteld het vermoeden te hebben “erin geluisd te zijn door al dan niet buitenlandse opsporingsdiensten”. Pringuet krijgt van justitie in Gent geen informatie over het onderzoek in Nederland. “Ik merk dat justitie er veel aan gelegen is deze zaak snel af te wikkelen om te voorkomen dat men op zaken als uitlokking stuit.” Advocaat J. Verhoef, die een Nederlandse verdachte bijstaat, klaagt ook over het onthouden van stukken.

Napoleon zou volgens zijn advocaat de namen van Langendoen en Van Vondel alleen uit de krant kennen. Volgens een kennis van Napoleon kent deze de Haarlemse politiemensen wèl. Napoleon heeft zakelijk samengewerkt met een andere hoofdrolspeler in de IRT-affaire. Deze wordt in het onderzoeksrapport dat de rijksrecherche vorig jaar over de CID Haarlem presenteerde Taartman genoemd.

Pagina 2: Taartman bekende van CID Haarlem

Taartman is de codenaam van een Amsterdamse banketbakker. Langendoen en Van Vondel stelden begin jaren negentig een onderzoek in naar zijn handel en wandel wegens vermoedens van grootschalige hasjsimporten uit Marokko. Op verzoek van de CID-Haarlem heeft Sapman R. in 1992 enige tijd samengewerkt met Taartman. De banketbakker is nooit aangehouden. Van Vondel heeft sapman R. ook altijd verboden te praten over Taartman. In het rijksrechercherapport staat een passage waarin wordt vermeld dat Van Vondel sapman R. zwijggeld zou hebben geboden toen de rol van Taartman onthuld dreigde te worden. Ook Napoleon heeft naar verluidt sap geleverd aan Taartman.

Napoleon en de Nederlandse verdachte B.R. hebben inmiddels bekend verantwoordelijk te zijn voor de invoer van 1.400 kilo cocaïne, de grootste vangst in de politieregio Zaanstreek. Tijdens zijn verhoor heeft R. de politie laten weten een deal te willen sluiten met de Haarlemse officier van justitie M. Heutink. Hij had wetenschap over toekomstige drugstransporten en heeft ook verklaard al eerder 150 kilo cocaïne voor Napoleon naar Nederland te hebben gebracht. De cocaïne zat verpakt tussen dozen sinaasappels met het opschrift Frutas Seleccionadas.

Een van de vragen die de Belgische justitie met name onderzoekt is hoe Napoleon zijn bedrijf heeft gefinancierd. Vorig jaar ging zijn vruchtensapfabriek plotseling failliet. “Met welke gelden hij de huidige betrokken firma heeft opgestart, is iets waar we nog zicht op moeten krijgen”, zegt de Gentse officier van justitie N. De Rouck.

Uit eerder onderzoek van de rijksrecherche naar de IRT-sapman bleek dat hij zijn bedrijf kon uitbouwen doordat hij een paar miljoen gulden van de Haarlemse CID had gekregen.

Van Vondel zegt desgevraagd dat sapman Napoleon hem “bekend voorkomt”. Hij weigert verder commentaar. Een bron laat namens Langendoen weten dat hij de aangehouden Belgische en Nederlandse verdachten niet kent.

In oktober staan de voormalige Haarlemse CID'ers terecht voor de Haagse rechtbank op verdenking van meineed gepleegd voor de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden. Ze worden niet vervolgd voor een mogelijke rol bij het financieren van drugstransporten, omdat nooit is opgehelderd waar ze het geld vandaan haalden om sapman R. te financieren.