Jungfrukällan

Jungfrukällan / De maagdenbron (Ingmar Bergman, 1959, Zweden). BBC2, 1.45-3.15u., zwart-wit.

“Ik begrijp U niet”, roept de hereboer vertwijfeld tot God aan het slot van De maagdenbron. Hij begrijpt niet hoe Hij heeft kunnen laten gebeuren dat zijn maagdelijke dochter werd verkracht en vermoord. Hij begrijpt evenmin hoe hij eigenhandig de twee daders een kopje kleiner heeft kunnen maken. Hij vraagt Hem om vergiffenis en krijgt die ook: op de plek waar de dochter is vermoord ontspringt spontaan een bron.

De middeleeuwse allegorie past keurig in het rijtje films dat Ingmar Bergman regisseerde in de periode die volgde op zijn internationale doorbraak met Glimlach van een zomernacht (1955). De tot moord gedreven boer in De maagdenbron sluit naadloos aan op die andere Bergmanhelden uit die tijd: de vertwijfelde kruisridder in Het zevende zegel (1956), de oude professor in Wilde aardbeien (1957) en de van blasfemie en charlatanerie beschuldigde magiër in Het gezicht (1959). In al deze films, op Wilde aardbeien na, wordt de hoofdrol gespeeld door Max von Sydow, destijds beschouwd als Bergmans alter ego. En stuk voor stuk worstelen de karakters met het vermeende bestaan van God en geven zij zich over aan religieus-metafysiche bespiegelingen.

In retrospectief omschreef Bergman De maagdenbron als 'een soort Haagse bluf'. Hij was wel te vreden over 'de buitenkant' maar niet over de 'binnenkant'. Bijna veertig jaar later kun je je inderdaad nog steeds vergapen aan het schitterende spel met licht en donker (van cameraman Sven Nykvist) en aan de uitgebalanceerde beeldcomposities. Mooi, virtuoos, maar ook loodzwaar en, anno 1997, op het randje van het potsierlijke. Datzelfde geldt ook voor sommige monologen in de film. Wat te denken van de volgende? “Zie je hoe de rook beeft? Alsof hij jammert van angst, terwijl hij toch alleen maar door het rookgat naar buiten hoeft te gaan. Daar is genoeg ruimte. Maar dat weet hij niet. Met de mens is hetzelfde aan de hand. Hij beeft als een blad in de storm.”

Naar eigen zeggen verkeerde Bergman, toen hij De maagdenbron maakte, in een 'toestand van verwarring'. Hij wist niet meer goed of hij “een vogel was of een vis”, of waar hij thuis hoorde.