Intellectueel in een gepolariseerd Peru; José María Arguedas (1911-1969)

Mario Vargas Llosa: La utopia arcaica. José María Arguedas y las ficciones del indigenismo, Fondo de Cultura Económica (Mexico, 1996), 360 blz. ƒ 30,45

Op 28 november 1969 trok de alom gerespecteerde Peruaanse schrijver Joseé María Arguedas zich terug in een toilet van de Agrarische Universiteit van Lima. Zorgvuldig rangschikte bij vier brieven in de vensterbank en schoot zich vervolgens een kogel door de slaap. In de brieven aan de directeur van de universiteit, de directeur van een tijdschrift, zijn uitgever en zijn weduwe probeerde hij zijn daad te verklaren. Hij voelde zich als schrijver en politiek activist uitgerangeerd. Bovendien had bij het gevoel dat zijn pleidooi voor de herwaardering van de indiaanse cultuur niet werd begrepen. In zijn afscheidsbrieven liet hij gedetailleerde instructies na voor zijn begrafenis. De begrafenis werd, zoals Arguedas had gewild, begeleid door een groep indiaanse muzikanten uit de hooglanden. Het werd een spectaculaire gebeurtenis, waar intellectuele en literaire herdenking samengingen met het luidruchtige vertoon van honderden radicale studenten die de Internationale zongen en anti-Vietnam leuzen schreeuwden.

Met deze goed voorbereide zelfdoding stierf een van de meest markante persoonlijkheden van de twintigste-eeuwse Peruaanse geschiedenis. José María Arguedas was auteur van een aantal geruchtmakende boeken, een bekende intellectueel en een belangrijk politiek figuur. Hij werd in 1911 geboren in een kleine provincieplaats hoog in de Andes, ver van het mondaine leven van de hoofdstad Lima. Toen bij drie was stierf zijn moeder. Zijn vader leidde een zwervend bestaan als plattelandsadvocaat. De kleine José María werd daarom feitelijk binnen de samenleving van indiaanse bedienden opgevoed. Soms nam zijn vader hem mee. Op die manier maakte Arguedas kennis met grote delen van de Andes. Hij leerde er het quechua, de belangrijkste indianentaal van de Andes, spreken en hij werd een groot liefhebber van de muziek uit de hooglanden. Zoals hij later veelvuldig benadrukte, voelde bij zich evenzeer product van de lndiaanse als van de Spaanse cultuur.

Op zijn twintigste ging Arguedas naar Lima om verder te studeren. Kort daarna verschenen zijn eerste korte verhalen in literaire tijdschriften. In 1941 publiceerde bij zijn eerste echte roman, Yawar Fiesta. In de daarop volgende jaren ging hij zich actief inzetten voor de herwaardering van de indiaanse cultuur. Hij verzamelde volksverhalen en ging ook zelf verhalen in het quechua schrijven. In 1958 verscheen zijn beroemdste roman, Los rios profundos (diepe rivieren), waarin hij zich richtte op de indiaanse onderstroom in de Peruaanse samenleving. In 1964 volgde zijn tweede grote roman Todas las sangres. Het was dit boek dat de meeste stof deed opwaaien. Het was een grote lofzang op de indiaanse cultuur en de waarden die zij heeft voortgebracht. In dit boek probeert Arguedas vorm te geven aan zijn hoop dat de inheemse cultuur van de Andes in staat zou zijn om de destructieve tendensen van het kapitalisme en de modernisering van de samenleving te weerstaan.

Wanhoop

Naast grote bewondering, bracht het boek ook scherpe kritiek teweeg. Intellectuelen, die in principe met zijn ideeën sympathiseeerden, verweten hem een romantische weergave van de indiaanse samenleving en een nostalgische hang naar een niet langer bestand verleden. Deze kritiek greep de vierenvijftigjarige Arguedas zo aan dat hij de wanhoop nabij was. Na een discussieavond rond zijn boek waar de critici de boventoon voerden, schreef bij aan een vriend: 'Ik geloof dat vanaf vandaag mijn leven totaal zijn zin heeft verloren.'

Deze reactie toont aan dat het schrijverschap voor Arguedas geen vrijblijvende zaak was. Hij voelde een grote emotionele betrokkenheid bij zijn strijd voor de indiaanse emancipatie. Zijn eigen 'indiaanse' achtergrond en zijn gepassioneerde betrokkenheid bij de indiaanse zaak maakten hem de belangrijkste vertegenwoordiger van een intellectuele en politieke stroming die indigenisme werd genoemd. Deze, beweging omvatte een heel scala van niet-indiaanse intellectuelen die zich het lot van de indiaanse bevolking in Peru aantrokken. In tegenstelling tot de meeste van deze stedelijke intellectuelen had Arguedas echt in de indiaanse samenleving geleefd. Zijn kennis van het quechua gaf hem een speciale status in deze beweging, die eerder vóór dan met de indiaanse bevolking praatte. Deze eigenschappen gaven de geschriften van Arguedas een grote politieke zeggingskracht.

Dat Peru's meest succesvolle schrijver van dit moment, Mario Vargas Ilosa, nu een literaire biografie van Arguedas heeft geschreven, mag als opmerkelijk worden beschouwd. Op het eerste gezicht betreft het hier personen die weinig gemeen hebben, ja zelfs tegenpolen zijn. Vargas Llosa heeft zich de laatste jaren ontpopt als het toonbeeld van conservatief cynisme en hij koestert een immens wantrouwen tegen revolutionair engagement en naïef idealisme. Hij stelde zich in 1990 kandidaat voor het presidentschap van Peru en ging onverwacht en roemloos ten onder tegen de huidige president Fudjimori. Momenteel presenteert hij zich als de profeet van de 'neo-liberale' economische politiek die Latijns-Amerika in de greep heeft. Volgens hem zal alleen de weldadige werking van de markt onderontwikkelde samenlevingen als de Peruaanse uit hun lethargie en sociale polarisatie kunnen verlossen.

Wat heeft Vargas Llosa bezield een uitgebreide studie van het leven en gedachtegoed van Arguedas te schrijven? Op die vraag zijn twee antwoorden te geven. Enerzijds is het duidelijk dat de analyse die Vargas Liosa van het werk van Arguedas geeft, eens te meer bedoeld is om te betogen dat de modernisering van de Peruaanse - en indiaanse - maatschappij onvermijdelijk is. Vargas Llosa wil laten zien dat Arguedas een verwrongen en fundamenteel onjuist beeld van de Peruaanse hooglanden heeft geschetst. De titel van zijn boek La utopia arcaica (De archaïsche utopie) is veelzeggend. Arguedas construeerde, volgens Vargas Llosa, een niet bestaande, geromantiseerde indiaanse samenleving. De literaire geschriften van Arguedas kunnen dus niet als een waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid in de Peruaanse hooglanden worden geïnterpreteerd. Dit leidt tot het tweede punt dat centraal staat in de interpretatie van Vargas Llosa. Hoewel hij het politiek project van Arguedas als onrealistisch en naïef afdoet, moet hij erkennen dat Arguadas' oeuvre prachtige literatuur heeft opgeleverd.

Kritiek

Vargas Llosa vindt een verrassende oplossing voor die paradox. Literatuur heeft in zijn ogen niets met de werkelijkheid te maken. Geslaagde literatuur neemt juist afstand van de werkelijkheid en ontleent zijn kracht aan de de hoogstpersoonlijke verbeelding van de wereld. Fictie is geslaagd wanneer zij de lezer kan overtuigen, niet door haar directe relatie met de werkelijkheid. De literatuur van Arguedas is juist indrukwekkend omdat zij niet de werkelijkheid beschrijft. Arguedus wekt in zijn romans de indruk een direct inzicht in de indiaanse samenleving te verschaffen. Dat betekent echt niet dat zij de indiaanse cultuur ook waarheidsgetrouw weergeven. Vargas Llosa verwijt antropologen en politieke geestverwanten dat zij de fout hebben gemaakt Arguedas' literatuur als een waarheidsgetrouwe verbeelding van de werkelijkheid te beschouwen.

De kritiek van Vargas Llosa heeft een pikante ondertoon. In 1993 kreeg hij namelijk de opdracht van de Peruaanse regering om de moord op acht journalisten in de hooglanden van de Peruaanse Andes te onderzoeken. Het was de periode waarin de 'vuile' oorlog tussen het Peruaanse leger en de guerrillabeweging Lichtend Pad op zijn hevigst was. Vargas Llosa schreef een rapport waarin hij beschreef hoe primitieve indiaanse dorpelingen in volstrekteisolatie, los van de nationale samenleving en de Peruaanse staat leefden. Zij waren bang geworden (of gemaakt) door de plotseling opduikende groep journalisten en zagen hun camera's aan voor wapens. In paniek hadden zij hen daarom afgemaakt. Hij presenteerde het beeld van een onoverbrugbare scheiding tussen twee Peru's: het 'moderne' gemestizeerde tegenover het achterlijke, geïsoleerde 'indiaanse' Peru. Het rapport werd van alle kanten gekritiseerd, vooral wegens dit beeld van een primitieve, geïsoleerde indiaanse samenleving. Er werd op gewezen dat deze indianen al eeuwenlang contact hadden gehad met de 'nationale' samenleving. Vargas Llosa word verweten een fictief beeld van een onoverkomelijk verschil tussen de indiaanse en de 'nationale' Spaantalige samenleving te hebben gecreëerd. In feite was dit hetzelfde verwijt dat Vargas Llosa Arguedas maakte.

Vargas Llosa's studie van Arguedas zit dus vol met fascinerende tegenstellingen. Omdat hij schrijft in glashelder proza is het een genot om zijn literaire en maatschappelijke dwaaltocht door de recent Peruaanse intellectuele geschiedenis te lezen. In het voorwoord, dat 'Een onverbrekeIijke band' heet, legt Vargas Llosa uit dat zijn band met Arguedas al vanaf zijn adolescentie stamt. Als jonge student met grote literaire ambities was Vargas Llosa een groot bewonderaar van Arguedas. Hij maakte contact met de gevierde schrijver en zocht hem tot zijn plotselinge dood regelmatig op. Nu nog is Arguedas de enige Peruaanse auteur die hij zegt regelmatig te herlezen. Tegelijkertijd neemt Vargas Llosa afstand van de pathetiek van Arguedas, zijn idealisme en zijn getormenteerde psyche. De intuïtieve, literaire bewondering voor een groot schrijver wordt afgewisseld met een cynische, soms hooghartige verwerping van zijn politiekeengagement. Deze laatste houding heeft iets geforceerds, zoals de politieke geschriften van Vargas Llosa vaak iets verkrampts hebben. Het lijkt er bijna op dat hij zijn ongekunstelde bewondering voor Arguedas niet durft toe te laten.

Zelfportret

Vargas Llosa is een fenomenaal schrijver met een scherp vermogen de zwakheden van de menselijke soort bloot te leggen. Hij heeft echter minder geduld met het 'menselijk tekort', de contradicties en trauma's die het menselijk handelen bepalen. Zijn wantrouwen tegen idealisme en engagement belet hem in zijn karakter door te dringen. De romans van Arguedas zijn veel minder toegankelijk dan die van Vargas Llosa. De personages zijn vaak wat een-dimensionaal en de verhaallijn overtuigt niet altijd. Aan de andere kant weet Arguedas in zijn fictie een passie en menselijkheid te leggen die haar een geheel eigen karaker geven. Arguedas slaagde erin zijn persoonlijke ervaringen te verbinden met een empathie met de verdrukte en uitgebuite indiaanse bevolkng. De schrijver Arguedas bezat een gevoeligheid die Vargas Llosa vaak ontliep. Het lijdt geen twijfel dat die gevoeligheid hem sterk parten heeft gespeeld. Zijn zelfgekozen dood moge daarvan een extreem voorbeeld zijn. Aan de andere kant gaf hij zijn werk een zeggingskracht die voor de huidige lezer nog steeds voelbaar is.

De kracht van Vargas Llosa's studie over Arguedes is dat zij ons een glimp laat zien van deze tegenstellingen die in het schrijverschap en de maatschappelijke positie van beide schrijvers verborgen zitten. Dit boek gaat net zo sterk over Vargas Llosa zelf als over Arguedas. Het is in veel opzichten een literair zelfportret, waarin Vargas Llosa voortdurend gedwongen wordt de verschillende opties van het schrijverchap tegenover elkaar te zetten.Omdat Vargas Llosa de inzichten van Arguedas confronteert met die van tijdgenoten, geeft zijn studie terloops ook nog een mooi inzicht in de intellectuele geschiedenis van het twintigste-eeuwse Peru. Eén vraag resteert.Wat is de rol van de romanschrijver in een ethisch en sociaal verscheurd land als Peru? Vargas Llosa benadert deze vraag vanuit verschillende perspectieven. Als hij probeert haar expliciet te beantwoorden, vervalt hij al snel in politieke clichés. Dan toont hij zich de gladde politicus die met gemakkelijke oplossingen probeert zijn publiek te overtuigen. In zijn liefdevolle analyses van de politieke en persoonlijke dilemma's van Arguedas wordt hij een geheel andere persoon. In die passages vervult hij beurtelings de rol van jeugdig bewonderaar en collega-schrijver. Dat levert af en toe ontroerende passages op, die doen denken aan zijn vroege romans.

De studie van Vargas Llosa is het interessants op een derde niveau. Zijn boek is een zedenschets van de Peruaanse intelligentsia en de dilemma's waarvoor zij komt te staan als zij probeert positie te kiezen tegenover een complexe en tegenstrijdige werkelijkheid. Hoewel Vargas Llosa al jaren in Europa woont, kan hij zich toch niet aan dat dilemma onttrekken. Dit boek moet vooral gezien worden als zijn tegenstrijdige antwoord op de dilemma's van een schrijver in een etnisch en sociaal gepolariseerd land. La utopia arcacia is Vargas Llosa's persoonlijke poging in het reine te komen met een samenleving waaruit hij is voortgekomen en waarvan hij zich, ondanks zijn vrijwilige ballingschap, niet heeft kunnen losmaken.