In de communicatie-loopgraven

Handbuch der Kommunikations guerilla. Jetzt helfe ich mir selbst. Verlag Libertäre Assoziation/Schwarze Risse-Rote Strasse, 235 blz. ƒ 41,70

Onder het raam van de burgemeester, waar het hele weekeinde tot laat in de avond muziek had gegalmd van een openlucht-concert, klonk maandagavond langs de Amstel in de Capital of Inspiration (voorheen magies sentrum) getrappel van paardenhoeven. Tientallen ME'ers, cavalleristen en de 'burgerpot' waren daar om een uurtje of één 's nachts hun laatste massale arrestaties aan het voorbereiden. De potentiële deliquenten zaten op de grond en zwegen hoofdzakelijk. Achter de linies was er meer commotie. Een buurtbewoner wilde gewoon slapen. En er was uiteraard de onvermijdelijk passant die meteen een analogie met de nazi-tijd meende te kunnen maken.

Op het plein voor het stadhuis gold de noodverordening niet. Hier was alleen de APV van kracht. Toch was er geen driemaal herhaalde sommatie te horen, alvorens de demonstranten in de plastic boeien werden geslagen. Het gebeurde simpeler, gewoon volgens stilzwijgende afspraak. Vandaar wellicht dat die oudere voormalige redactrice van het voormalige katholieke weekblad De Nieuwe Linie wel door de linie van de ME terug mocht en die puber op zijn fiets niet. Vandaar misschien dat een ervaren politieman zich misprijzend 'makke schapen' liet ontvallen bij de aanblik van de arrestaties daarna.

Het was de afsluiting van een verwarrende avond. Hemelsbreed 250 meter verderop was voor zonsondergang namelijk een boek gepresenteerd dat een inkijkje kon verschaffen in het wereldbeeld van hen die later naar Bijlmermeer en Heerhugowaard werden afgevoerd. Dat leek handig. Want met 'chaoten' en 'autonomen' over politiek praten, dat is geen sinecure. De titel van dat boek klonk bovendien onheilspellend: Handbuch der Kommunikationsguerilla. Een handboek voor een guerrilla in het hart van onze van ICT (informatie, communicatie en technologie) vergeven samenleving? Dat zou wel eens een variant kunnen zijn op Mao's adagium dat de macht uit de loop van een geweer komt.

Vijfentwintig mannen en één vrouw waren op de bijeenkomst in het voormalige kantoor van de Bond van beeldende kunstenaars (BBK) afgekomen. Tot zover niets aan de hand. Maar met teksten, die bij de presentatie gehoord konden worden, was dat wel het geval. Die waren helemaal niet politiek, die waren hooguit postmodern. Een curieuze gewaarwording, zeker bij de presentatie van een Duits boek dat toch uit een traditie stamt die niet bepaald luchthartig is te noemen.

En het handboek zelf? Het Anarchistic cookbook was indertijd praktischer van aard. Het begint al meteen op de eerste regel. 'Wat in dit boek geprobeerd wordt, is paradoxaal. Hier wordt op hoogst ernstige wijze de grijze theorie van een praktijk gepresenteerd die niet alleen subversief moet zijn, maar ook lust en plezier moet opleveren. De auteurs hebben hun buik vol van de kurkdroge pamfletten en van het (uiteindelijk ook autonome) dogma dat links alleen om cabaret mag lachen'. Waarna een bloedserieus overzicht volgt - de Duitse theorievorming ter linkerzijde laat zich kennelijk toch niet helemaal negeren - van onder meer: de 'culturele grammatica' der subversieven, 'fake en vervalsing', soldaat Schwejk, 'neoismus' (dadaïsme après-la-lettre), 'het wilde lachen' en de onvermijdelijke 'stads-indianen' die de gezeten burgerij de dampen aandoen. Dat alles wordt intussen gelardeerd met verwijzingen naar en citaten uit het werk van onder anderen Hans Magnus Enzensberger ('de vraag is niet of de media manipuleren of niet, maar wie ze manipuleert'), Abbie Hoffman ('de mythe maakt de revolutie') en Jean Baudrillard ('Het gaat er niet uitsluitend om wie wat zegt, maar hoe iets gezegd wordt').

Deze rondvaart is volgens de auteurs noodzakelijk omdat 'communicatie-guerrilla geen duidelijke teksten produceert over wat je kritiseert of wat je eist maar juist helemaal niet zegt wat je wilt'. Het enige doel is: 'de machtsstructuren en het leiderschap delegitimiseren'. Een boek dus tegen de linkse variant van de Verlichting. 'Communicatie-guerrilla werkt weliswaar met een lach maar is veel meer dan een grap'. Zoals bijvoorbeeld de Liste Alz (Alzheimer), die ergens in Zuid-Duitsland campagne voor gratis 'Schweinebrat' voerde, duidelijk maakte. Of wat te denken van de theorie van het pie'en: het smijten met taarten naar hooggeplaatsten? Volgens de Nederlander Kees Stad, een der co-auteurs, 'schaadt pie'ing de carrières van publieke personen serieuzer dan stenen, tomaten en eieren'. Zeker als je overgaat tot 'serial pie'ing', zoals die Belg die de Franse filosoof Henry Bernard Levy overal achtervolgt. Let overigens wel op één relevant detail: 'de kwaliteit van de taart'. 'Als je hem niet zelf bakt, bestel hem dan bij een goede bakker. Want misschien moet je hem zelf opeten', aldus Stad.

Het in het boek opgenomen oordeel van het linkse Berlijnse dagblad Tageszeitung was helder: 'overbodig'. 'In plaats van ficken, ficken, ficken alleen maar: faken, faken, faken'.

Er is inderdaad slechts met de grootste moeite een touw aan de media-partizanen vast te knopen. Op het eerst gezicht lijken ze vooral veel gemeen te hebben met het Amsterdamse gemeenteraadslid Hadjememaar van de Rapaljepartij - Hadjememaar bepleitte in de jaren twintig een dagelijkse gratis 'gemeenteborrel' - of met Vladimir Zjirinovski die in Rusland in 1991 de kiezers gratis vodka en de herovering van Finland voorspiegelde.

Maar bij nadere beschouwing is ook een andere conclusie mogelijk. En wel deze. We hebben dertig jaar na dato weer te maken met een curieuze, niet geheel synchrone, herleving van Provo en Yippie. De leuze 'stem Provo, kejje lache' heet nu 'wild lachen'. Het provo-parool 'liquideren van oorlogsmisdadigers en technocraten' is nu een oproep tegen de 'vertrutting' en de 'dictatuur van de redelijkheid'. 'Wij eisen geluk, en wel nu en voor iedereen', zoals het pamflet EU rot op het formuleerde.

De kids in Amsterdam nemen macht en maatschappij net zo min serieus als de Provo's het 'klootjesvolk'. Ze willen spelen in een wereld die bloedserieus is en dat ook hoort te zijn. Ze ontkennen, met andere woorden, met hun hele anti-politieke hebben en houden de a-politieke conventies van deze tijd. De vorm van het geweld, die ze aanwenden, is uiteraard veranderd. Koosje Koster, die niet toevallig prominent figureert in het handboek, deelde alleen maar krenten uit. De nieuwe Koosjes, leerlingen van gymnasia en andere keurige opleidingsfabieken, besprongen dinsdag het speciaal aangelegde bloemenperk op de Dam alsof ze in een zandbak gingen ravotten omdat ze perse de zandtaartjes van de kleuters wilden vernielen. Hans Tuynman werd indertijd tot drie maanden cel veroordeeld omdat hij het pamflet Provokatie nr. 13 had verspreid, waarin werd opgeroepen om 'individueel te demonstreren tegen het demonstratieverbod'. De hedendaagse Hansen werden aangehouden omdat de justitie dankzij haar 'informanten' vermoedde dat er in Amsterdam sprake was van 'georganiseerde criminaliteit'. En tussen hen door gingen, toen en nu, de jongens tekeer die hun destructiedrift wilden botvieren op pinpas-automaten, vermoedelijk uit verveelde rancune jegens ouders en leraren.

Om dat gedrag te analyseren, hoeven we niet terug naar de kraakbeweging uit de jaren tachtig of de studentenbeweging van tien jaar eerder. Een bezoekje aan het voetbalstadion is afdoende. Het proefschift De achtergronden van het nozemgedrag van professor Buikhuizen herlezen, is zelfs beter. Want hoewel de geschiedenis zich nooit herhaalt, dringen zich kleine parallellen op. Volgens officier van justitie Vrakking en politiecommissaris Van Riessen werd deze week de rechtsorde bedreigd. Zij hadden gelijk. En wel zoals hun voorgangers Van Renesse en Valken dat medio jaren zestig ook hadden. Wat kun je als sterke arm anders doen tegen loslopend volk dat bij een filiaal van ABN-AMRO de pathetiek van het Handbuch der Kommunikationsguerilla ('hooggeëerd publiek, los, trek zelf uw eigen conclusie, het moet, het moet, het moet!') in de praktijk brengt? Optreden en hopen dat het klimaat je gunstig gezind blijft.