Het einde van de filmkeuring; Rotzooi kun je toch niet tegenhouden

De film is nog het enige medium waarvan de inhoud vooraf op schadelijkheid voor het kinderbrein wordt gecontroleerd. Maar aan de filmkeuring komt binnenkort een eind: de bedoeling is dat de filmindustrie zelf gaat keuren. “De vergelijking met een slager die zijn eigen vlees keurt, gaat niet op.”

Vandaag bestaat de filmkeuring uit een pedagoge, een bibliothecaresse, een psychiatrisch verpleegkundige, een rechter en een politieman die actief is bij de padvinderij. Twee films uit Amerika krijgen ze te zien, een komedie over een mislukte hockey-speler die golf-kampioen wordt, en een verhaal over de lotgevallen in een woonwijk waar de electriciteit uitvalt. Maar eerst moet nog de trailer worden bekeken van de nieuwe Spielberg-film The Lost World, het vervolg op Jurassic Park. “Twaalf,” luidt het unanieme oordeel. De dagvoorzitter, die ook de keuringsrapportjes maakt, noteert wat de andere vier erover te zeggen hebben: spanning, dreiging, schrikeffecten - en dan dat geluid erbij, ja, dat maakt het allemaal veel te angstaanjagend voor kinderen onder de twaalf. Al na een paar minuten kan de bespreking worden afgesloten. “Dat is voldoende,” merkt de voorzitter op, “daar kan ik wel een mooie zin van maken.”

Terwijl de vijf keurders in het prettige projectiezaaltje met recente filmaffiches aan de muren - verrassend olijk in het verder in grijzen gedachte ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te Rijswijk - het blocnote op de schoot leggen voor de komedie Happy Gilmore, loopt Cor Crans naar buiten. Als hij op verjaardagen zegt dat hij bij de Nederlandse Filmkeuring werkt, als secretaris en directeur, wordt hem menigmaal gevraagd: “Bestáát die dan nog?” Hij vertelt dit met een zuurzoete grijns boven zijn baardje, want al in 1993 heeft de toenmalige CRM-minister d'Ancona de opheffing van de filmkeuring aangekondigd, en nog steeds is het niet zo ver. Tot op de dag van vandaag wordt hier twee tot drie keer per week een keuringssessie gehouden. Nog altijd hoopt Crans dan ook dat het zo'n vaart niet zal lopen, en dat de politiek alsnog tot inkeer komt.

In werkelijkheid is de knoop echter al zo goed als doorgehakt. Vorige maand heeft staatssecretaris Terpstra beloofd dat ze het parlement eind september een uitgewerkt plan zal sturen voor een nieuwe aanpak van de leeftijdsaanduiding voor films. Naar het voorbeeld van de video-handel, zal de bioscoopindustrie voortaan bij elke film zelf de leeftijdsgrens moeten bepalen. Dat de huidige, door haar ministerie betaalde filmkeuring daarbij geen rol meer te spelen krijgt, staat vast. Ook een meerderheid van de Tweede Kamer stemt daarmee in. Maar eerst moet het nieuwe zelfreguleringssysteem functioneren, pas daarna kan de huidige keuring worden opgeheven.

Zodra het zo ver is, komt er een eind aan een langdurige geschiedenis die in 1928 begon met een in de bioscoopwet verankerde commissie voor de filmkeuring. “Wat in ieder afzonderlijk geval in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, moet de commissie naar geweten beslissen,” verkondigde de verantwoordelijke minister Kan destijds. Tot ver na de oorlog kwam de keuring vooral in de publiciteit als er aanleiding was tot hoon. Zo werd nog in 1957 de musical-film Guys and dolls voor openbare vertoning afgewezen wegens een scène waarin een onderdeel van het Leger des Heils vrolijk meezong met een groepje boeven (“in strijd met de goede zeden”), en in 1964 haalde Stanley Kubricks satire Dr. Strangelove de bioscoop pas na een herkeuring. In eerste instantie waren de makers uitgemaakt voor 'geestelijk ongezonde lieden' wier film unaniem werd afgekeurd.

Erectie

Pas eind jaren zestig kwam de zaak, zoals zo veel andere zaken in die tijd, op de helling te staan. In een in 1969 verschenen rapport van een adviescommissie onder leiding van de Eindhovense burgemeester Witte heette de filmcensuur voor volwassenen 'uit de tijd'. En twee jaar later creëerde Wim Verstappen een cause célèbre met zijn uitdagende Blue Movie, inclusief de veelbesproken erectie van Hugo Metsers. Aanvankelijk was de film, zoals verwacht, niet door de keuring gekomen. Maar nadat Verstappen een herkeuring had aangevraagd, en ter verdediging een imposant dossier indiende vol sociaal-psychologische argumenten en verwijzingen naar De toekomst der religie van Simon Vestdijk, sloeg de stemming om. De uitspraak luidde tenslotte dat Blue Movie “toch niet geheel in strijd moet worden geacht met de goede zeden, omdat de film als geheel stelling neemt voor een intelligente en genuanceerde, dat wil zeggen juist niet obscene en uitsluitend lichamelijke benadering van de sexualiteit.”

Daarmee blies, achteraf bezien, de traditionele filmkeuring zichzelf op. Als een erectie al door de beugel kon, was er niets meer over om nog te verbieden. Terwijl de buitenwereld nog angstig opperde dat de bioscopen nu allemaal zouden overstappen op porno, werd binnenskamers de afschaffing van de oude keuring voorbereid - en de instelling van een nieuwe, die uitsluitend nog zou beoordelen of films schadelijk kunnen zijn voor kinderen. Het staat de filmdistributeurs sindsdien vrij of ze een film al of niet laten keuren, op voorwaarde dat ongekeurde films automatisch voor zestien jaar en ouder te boek staan.

De huidige Nederlandse Filmkeuring, in 1977 geïnstalleerd, omvat veertig keurders die in wisselende groepjes van vijf naar Rijswijk komen, tegen een vergoeding van ƒ 150 bruto per dag. Hun beslissingen worden vermeld in de filmladders en in de Staatscourant. Of ze ook worden nageleefd, is een andere kwestie. “Helaas hebben we daar geen enkele controle op,” verzucht voorzitter Peter Hendriks, in het dagelijks leven vice-president van het gerechtshof in Den Bosch. “Waar ik kom, zie ik geen bioscopen die de leeftijdsaanduiding zichtbaar in de hal hebben aangebracht. En er zijn wel geldboetes op niet-naleven, maar daar komt het in de praktijk nooit van. Er is een afkalving van de wettelijke normen gaande, en dan zegt men tegen de filmkeuring: wat stellen jullie nou nog voor, wat moeten we daar nog mee?”

“Ja,” vult Crans aan, “dan wordt het dus op ons bordje gesmeten, terwijl ons de middelen ontbreken om op die naleving toe te zien.” Toen hij twee jaar geleden niettemin een poging waagde - door zijn keurders op te roepen in de bioscoop te gaan controleren of er geen trailers voor een ouder publiek werden vertoond bij films voor jongeren - trok één van hen met enig rumoer de deur achter zich dicht. “Ik heb toen stampij gemaakt, want ik ben geen koddebeier,” zegt Bob Bouma, de vroegere presentator van de filmkwis Voor een briefkaart op de eerste rang. “Ik vond dat de keuring belangrijk werk deed, en bovendien dacht ik: waar ik zit, kan niet tegelijk zo'n CDA-achtige juffrouw zitten van wie er in mijn tijd heel wat waren. Maar ik voelde er niets voor om de rol van opsporingsambtenaar te spelen.”

Borstje

Intussen gaat het in de Rijswijkse discussies zelden of nooit meer over seks. De keuringsdagen van Bouma (“du moment dat er een borstje bloot ging, was het: hup, twaalf jaar en ouder”) zijn voorbij. De aandacht is goeddeels verlegd naar impliciet en expliciet geweld, waarvan ook staatssecretaris Terpstra heeft verklaard dat er sprake is van 'een keiharde spiraal'. Een groeiend aantal geweldsmisdrijven waarvan de oorzaak gemakshalve bij enkele extreem enge films is neergelegd, maakte dat de schadelijkheid voor de kinderziel weer een zeer actueel onderwerp werd. De omroepen mogen vóór 9 uur 's avonds (en straks wellicht 10 uur) geen films met geweld uitzenden, en het toezichthoudende Commissariaat voor de Media is streng. Laatst werd de VPRO zelfs op de vingers getikt, omdat de rubriek Stardust in de middaguren was herhaald met een fragment uit de film Karakter, zonder vermelding van de keuringsuitspraak (twaalf jaar en ouder).

De staatssecretaris heeft het parlement dan ook moeten beloven dat de komende zelfregulering van het filmbedrijf strikt zal worden gecontroleerd. Maar over de videokeuring, die haar als model voor ogen staat, zijn alle betrokkenen tot dusver tevreden. In elk geval staat de leeftijdsaanduiding tegenwoordig in een kloek vignet op de dozen.

“Natuurlijk erger ik me nog wel eens als er iets doorheen glipt,” beaamt de voormalige IKON-directeur Wim Koole, voorzitter van de Raad van Toezicht voor de Videovoorlichting, “maar rotzooi kun je nu eenmaal tòch niet tegenhouden. Dat bewijst Engeland, waar de keuring heel streng is, en waar dus ook een groot illegaal circuit bestaat. Dat ik principieel heb gekozen voor deze vorm van zelfregulering zal wel te maken hebben met het feit dat ik vroeger dominee ben geweest: ik vind dat je de industrie zelf zo veel mogelijk verantwoordelijk moet maken voor wat ze te huur en te koop aanbiedt. De vergelijking met een slager die zijn eigen vlees keurt, gaat niet op. Hier hebben we niet alleen met handelswaar te maken, maar ook met wat daarvan de effecten kunnen zijn. De oude filmkeuring, met dat vrij subjectieve gedoe, is volgens mij op de verkeerde weg. Als de industrie zelf verantwoordelijk is voor de leeftijdsaanduiding, zal ze ook veel eerder geneigd zijn die na te leven.”

Hendriks en Crans schudden het hoofd en schamperen wat over de mannetjes of vrouwtjes bij de video-distributeurs die doorgaans in hun eentje bepalen welke leeftijd er op de verpakking zal worden gezet. De film Redemption, door de filmkeuring op zestien jaar en ouder gezet, ligt nu als koopvideo al voor twaalfjarigen in de winkels en stond laatst in een aanbiedingenkrantje zelfs voor alle leeftijden geadverteerd. En de film Independence Day, die voor twaalf jaar en ouder werd gekeurd, is als koopvideo voor alle leeftijden te zien - vandaar de grote bakken vol banden bij Blokker en Intertoys.

Jungle

“Je vraagt je af,” zegt Crans, “wie op dit moment nou eigenlijk het laatste woord heeft: de filmkeuring of de video-industrie. Iedereen heeft zijn eigen keuring, ook de televisie. SBS, Veronica, RTL, de publieke omroepen, iedereen hanteert zijn eigen richtlijnen. Het is een complete jungle. Het zou toch veel beter zijn als het allemaal bij één instantie was ondergebracht?” Diverse omroepen hebben hem trouwens al eens om keuring van hun films gevraagd, al was het maar om verdere aanvaringen met het Commissariaat voor de Media te vermijden. Maar het werkgebied van de filmkeuring kon niet ongemerkt worden uitgebreid; toen Crans af en toe ook tv-films aan zijn keurders ging voorleggen, dreigde zijn jaarbudget van vier ton snel uitgeput te raken door de extra vergoedingen die dat vergde. Bovendien werd hem door de staatssecretaris te verstaan gegeven dat het keuren van films voor de omroep niet tot zijn wettelijke taken behoorde.

Happy Gilmore is afgelopen. De keurders begeven zich naar hun vergaderzaaltje om een oordeel te vellen. “Alle leeftijden,” zegt de één na de ander. De voorzitter maakt nog een rondje om de argumenten te verzamelen: tja, er komt wel wat geweld in voor, maar het is Flodder-geweld, bedoeld om te lachen en je ziet er geen gruwelijke gevolgen van. Het wordt een AL-aanduiding zonder vierkantje er omheen, want AL mèt een vierkantje betekent: bij uitstek geschikt voor kinderen - en dat is deze film niet.

De film is nog het enige medium waarvan de inhoud vooraf op schadelijkheid voor het kinderbrein wordt gecontroleerd. Beeldende kunst, toneel, pers en boeken zijn allang niet meer aan preventieve censuur onderhevig. Een kind van tien mag Karakter lezen, maar de verfilming is voorbehouden aan kinderen van twaalf jaar en ouder. “Dat is natuurlijk historisch zo gegroeid,” erkent voorzitter Hendriks. “De impact van film is nu eenmaal veel groter. En daar komt bij dat de hoeveelheid geweld in films nog steeds toeneemt. De prikkels worden zwaarder en zwaarder.”

Na de lunch is het tijd voor de tweede film van vandaag. Dat wordt The Trigger Effect, een relaas vol onbestemde dreiging uit het Amerikaanse suburbia. De electriciteit valt uit, de zweterigheid neemt toe en na een uur barst er een danige schietpartij los. Vlak daarna gaat het licht in het zaaltje een beetje aan - niet om de spanning even te laten vieren, maar om de koffiemevrouw de gelegenheid te geven ieder een kopje thee te overhandigen. Een half uur later is het allemaal toch nog redelijk goed afgelopen.

Als de dagvoorzitter daarna van iedereen een leeftijdsaanduiding wil horen, blijkt één lid te twijfelen tussen twaalf en zestien (“die duistere ondertoon, hè?”) en een tweede tussen alle leeftijden en twaalf (“ik vind juist dat 't allemaal nogal abstract is gehouden”). De rest opteert voor twaalf jaar en ouder. “Ik heb bezwaar tegen het gemak waarmee ze een wapen pakken...” begint iemand. “Nee, dat vind ik niet, ze práten er juist over,” brengt een ander in het midden. “Maar toch vind ik de vanzelfsprekend van die wapens schadelijk voor kinderen, dat geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid,” zegt de eerste. “Van de gewènste werkelijkheid,” komt Crans tussenbeide. “Ach,” zegt een derde keurder, “ik wil hier best met mijn zoon van twaalf naar kijken en over praten, maar niet met mijn dochter van negen.”

“Twaalf dan maar?” vraagt de voorzitter. Iedereen knikt. Nu moet er alleen nog een uitspraak worden geformuleerd. Lastig, met zo veel mensen om tafel. “'Vanwege een aantal realistisch gefilmde geweldsscènes...' en hoe verder?” Een half uur later staat ook de rest van de zin op papier: “...en de permanente dreiging die uitgaat van een door stroomuitval ontwrichte samenleving.” De dag zit erop. Twee dagen later zullen vijf andere keurders naar twee andere films komen kijken.