Griezelig romandebuut van John Burnside; Moorden uit pure nieuwsgierigheid

John Burnside: The Dumbhouse. Jonathan Cape, 197 blz. ƒ 39,05

Over de Schotse dichter John Burnside (1955)gaan wilde verhalen. Hij was een tycoon in de computerwereld. Alan Warner, een jonge schrijver die zelf geen doetje is, werd door de forse dichter/zakenman, compleet met diplomatenkoffertje, eens een nacht lang van het ene restaurant naar het andere gesleept, waar steeds de volledige kaart werd besteld, met per persoon een fles champagne en zes pinten Guiness, die Burnside als cocktail drinkt. Als Warner weg probeerde te komen, zei Burnside 'Kom op man nog eentje' en begon hij in de volgende tent van voren af aan. In een jazzclub bleek de diplomatenkoffer een bovenmaats commando-mes te bevatten, dat de dichter de schrijver op de keel zette ('Onthou dat ik je elk moment af kan maken'), waarna hij de muzikanten ging beledigen, tegen het publiek schreeuwde en het personeel bedreigde. Warner, zo gaat het verhaal, eindigde rennend over straat, de kolossale Burnside, zwaaiend met zijn mes, achter hem aan.

The Dumbhouse, Burnsides eerste roman, doet die reputatie geen kwaad. Het is een griezelig boek. Niet dat er dionysisch in gedronken wordt, of dat de ledematen in het rond vliegen, integendeel, het is een uiterst ingetogen, tamelijk abstract verhaal, een boek over taal, een zoektocht naar de relatie tussen taal en de ziel. Het enge is de manier waarop: Burnside onderzoekt de menselijke ziel met de emotionele temperatuur van een fileermes in een dode vis.

Het begint met een citaat van de achttiende-eeuwse schrijver en lexicograaf Samuel Johnson. 'Was de orde die woorden scheppen in de wereld maar niet zo'n illusie, verzucht hij ongeveer. Was de werkelijkheid maar zo overzichtelijk als de woorden waarmee we haar benoemen. Met taal houden we de chaos op afstand, en die orde, die chaos en die afstand, daar gaat het om in The Dumbhouse.

De titel van het boek komt van een Perzische mythe. Keizer Akbar verschilde met de hofgeleerden van mening over de vraag of spraak aangeboren of aangeleerd is. Hebben dingen van zichzelf al namen, bestaat er een soort platonische of goddelijke taal, die mensen aangeboren is? Of ontstaat taal louter praktisch? Is taal een uiting van de ziel, of een conventie? Akbar dacht het laatste, en om zijn punt te bewijzen liet hij een paleis bouwen. Daar bracht hij pasgeboren kinderen samen vanuit zijn hele rijk, en liet hen door doofstomme bedienden verzorgen. Zouden ze wel of niet gaan praten?

Volgens de mythe bleef het er muisstil. Het werd Gang Mahal genoemd, het Huis der Stommen.

Het is het lievelingsverhaal van de verteller van The Dumbhouse, Luke, wiens moeder het voor het slapen gaan keer op keer vertelde. Het paleis, een ommuurde oase in de woestijn, met zijn planten in potten, geurige bloemen, vogels, en zijn doodse stilte, spreekt tot de verbeelding van het kind. Hoe denken de kinderen als ze niet kunnen praten? Hoe herinneren ze zich dingen? Hoe ervaren ze de werkelijkheid als ze die niet met taal kunnen ordenen?

Wat Luke fascineert aan de figuur van de keizer is dat 'Akbar zijn Huis der Stommen niet bouwde uit winstbejag of zelfs ook maar om een punt te maken, maar uit pure nieuwsgierigheid'. Het is een drang tot onderzoeken, tot ontleden van de werkelijkheid die hij voelt als hij als kind de volmaakte warme, kloppende, lichaampjes opensnijdt van kleine dieren die hij vangt in de tuin, dezelfde nieuwsgierigheid waarmee wetenschappers en kunstenaars sinds de Renaissance hebben geprobeerd het universum te ontrafelen, te ontleden, te classificeren, te ordenen.

Het is die nieuwgierigheid die Luke, inmiddels een jonge man, er uiteindelijk toe heeft gebracht het experiment te herhalen. Hij heeft een pasgeboren tweeling, die hij A en B noemt, opgesloten in een kelder en de gevolgen afgewacht. Zelf weigerde Luke als kind te spreken. Hij herinnert zich hoe zijn moeder, om zich heen wijzend, hem door haar weelderige, geurende tuin leidde en hoe zijn verzet uiteindelijk breekt, hoe hij toegeeft en zijn eerste woord spreekt: roos.

Het is een onherroepelijke daad. Het paradijselijke continuüm van zijn ervaring is onherstelbaar gedeeld: nu is er de wereld enerzijds en anderzijds de roos. Burnside gebruikt voor het eerste woordje van een kind het beeld van de zondeval, de roos als appel. Zo bekeken is het lot van de kinderen in Akbars paleis minder wreed. 'Ze kenden de wereld zoals God die kende: hun Eden was altijd vers geschapen, zoals het was in den beginne.'

Burnside toont de paradox van de relatie tussen taal, werkelijkheid en 'ziel'. Taal ontleedt de werkelijkheid, maar daarmee sterft - net als bij Lukes volmaakte diertjes - een essentieel deel van de werkelijkheid, haar 'ziel', onder het mes. Tegelijk is het Lukes natuur om te snijden, zoals het onze natuur is de wereld te bevatten, in taal te vangen. Nieuwsgierigheid komt net zo goed voort uit die 'ziel'.

Maar gezond is die nieuwsgierigheid bij Luke natuurlijk niet meer. Hij gaat letterlijk over lijken. 'Niemand kan zeggen dat het mijn keus was om de tweeling te doden, zomin als het mijn keus was ze op de wereld te zetten', zo begint zijn verhaal al. Het experiment is dan mislukt, de kinderen gedood. Niet dat Luke het opgeeft: hij is al voorbereidingen aan het treffen voor een vervolg.

Burnsides stijl is uiterst spaarzaam. Hij laat zijn verteller volstrekt onaangedaan verslag doen van zijn gruwelijke gedrag. Alleen in de vele beschrijvingen van de natuur en de seizoenen op het afgelegen platteland waar Luke alleen is achtergebleven in het huis van zijn moeder, krijgt de stijl iets lyrisch, al wordt de toon nooit minder kil. Die helder opgeroepen kleuren, geuren en indrukken, gezien door die onbewogen blik, maken het verhaal nog indringender. Als Luke een advertentie zet in de rubriek persoonlijke mededelingen van de lokale krant, zegt hij 'het idee dat mijn klinische, bondige boodschap daar verscheen beviel me, als een vorm van terechtwijzing, een koud, scherp instrument tussen de tortelduifjes en de slechte gedichten'. Een koud, scherp instrument tussen de persoonlijke mededelingen van de literatuur, zo kun je het hele boek zien.

De toon doet denken aan klassiekers uit het psycho-genre als Crash van J.G.Ballard, of American Psycho van Brett Easton Ellis. Het verontrustende is dat de maatschappelijke verontwaardiging, waar die boeken uit ontstonden, hier volkomen ontbreekt. Dit is geen moraliserende, waarschuwende vertelling zoals bij Ballard. Burnside kruipt niet in de huid van zijn gestoorde personage om ons te laten zien waar het met de wereld naar toe dreigt te gaan. Hij doet geen enkele moeite het gedrag van zijn verteller een maatschappelijke oorzaak of betekenis te geven. De maatschappij is irrelevant. Afwezig.

Net als Akbar heeft Burnside zijn Dumbhouse niet gebouwd uit winstbejag, en zelfs niet om een punt te maken. Hij geeft geen oorzaken, geen oplossingen. Dit boek komt voort uit pure nieuwsgierigheid. Natuurlijk lost Burnside, net als Luke, de paradox van de taal en de ziel niet op. Maar ook hij is vast al bezig met een vervolg.