Glenda hield van vlinders

Glenda (8) uit Echt werd door haar moeder gedood. Glenda's school verwerkt het verdriet. 'Waarom doet een mama dat?'

ECHT, 20 JUNI. Vrijdagavond 17 januari, om zeven uur, belde de pastor op. Glenda (8) was overleden. Ze was van de trap gevallen. P. Aben, schoolhoofd van de Schilbergschool in het Limburgse dorp Echt, belde meteen alle zes leraren van zijn school. Glenda had die ochtend in de klas verteld hoe ze zich verheugde op het feest van de Heilige Communie. Nu leefde ze niet meer. “Ik stond perplex”, zegt hij rustig. “Hier was ik niet voor opgeleid. En ik wist nog niets, twee nachten en een dag wisten we niets.” Zondag, om half elf, kwam de politie bij Aben thuis. Glenda was niet van de trap gevallen. Ze was gedood door haar moeder.

Vandaag heeft de rechter in Roermond de moeder van Glenda veroordeeld tot tien jaar cel. De officier van justitie had twaalf jaar geëist, maar geen tbs, omdat er geen kans op herhaling bestaat: Glenda was haar enige kind. Het Pieter Baancentrum acht de moeder gedeeltelijk toerekeningsvatbaar voor de verstikking van Glenda. De zaak bleef tot nu toe onderbelicht, omdat de school sinds januari de pers op afstand houdt. Die maand werd Nederland opgeschrikt door vijf gevallen van kindermoord door ouders.

Vijf maanden later is op de Schilbergschool de rust weergekeerd. Het is een kleine katholieke school met 117 leerlingen, in een wijk met 800 gezinnen. Bij de ingang hangt in de schoolhal een foto van een lachend meisje, met lang bruin haar. Eronder hangt een gedicht over vlinders die zijn weggevlogen. “Glenda hield van vlinders”, zegt A. Heinen, haar juf. Naast de foto staan beelden van Jezus en Maria. Aben, verlegen: “Ik betrap mezelf erop dat ik elke dag even naar haar foto kijk.” Heinen komt regelmatig Glenda's naam tegen op leerlinglijsten. “Dan slik ik. Ik heb haar naam niet doorgestreept, want ze is niet verhuisd.”

De schok die moord teweeg brengt, is heviger dan de schok van een dodelijk ongeluk, vertellen Aben, Heinen en Glenda's oude kleuterjuf, A. Van de Riet. “Twee jaar geleden was een leerling verongelukt. Dat was net zo erg, en toch was het gemakkelijker te begrijpen dan dit”, zegt Aben. “Maar die zondag in januari, toen het hele team met politie en maatschappelijk werkers bij mij thuis zat, stonden we snel met onze benen op de grond. Want morgen, maandagochtend, waren er de kinderen.”

Die ochtend kwamen de vragen. “'Waarom doet een mama dat?' vroegen de kinderen. Wat antwoord je daarop?”, vraagt Van de Riet. “We maakten duidelijk dat de kinderen niet alleen staan met hun vragen. We zeiden dat wij het ook niet begrepen en dat de moeder van Glenda ziek was. Maar ze kenden haar als een liefderijke moeder, die Glenda betuttelde en altijd andere kinderen knuffelde.” Eén jongetje weigerde maandag om twaalf uur met zijn moeder naar huis te gaan. Heinen: “Ze had hoofdpijn en moest naar de apotheek. Hij dacht: ze is ziek, en durfde niet meer mee. Later die middag is ze hierover op school komen praten, want je schrikt je rot als de vertrouwensband met je kind zo wordt aangetast.” Maanden later vroeg de dochter van Van de Riet opeens: 'Mama, dat doe jij toch niet?'

Pagina 2: Versjes over vlinders en Glenda

“Godzijdank kregen we advies van de GGD en maatschappelijk werkers”, zegt lerares Aben. “Die zeiden: 'Je moet open zijn, eerlijk. Alles wat je nu verzwijgt, krijg je later keihard terug.' Dus we waren open en eerlijk. We hadden zondag afgesproken dat elke juf het zelf zou vertellen aan haar klas. De volgende ochtend bleek dat elk gezin het al wist. Vier maatschappelijk werkers bleven twee dagen over de vloer. Als het één van ons te veel werd voor de klas, konden zij bijspringen.” Heinen: “Want we hadden verdriet, omdat wij haar misten en om de pijn die ze moet hebben geleden.”

De school heeft alle ouders die maandagochtend opgevangen. Aben: “Iedereen moest meteen naar binnen, we wilden geen geklep op het schoolplein. We hebben met zo'n zeventig man hier gezeten in de hal. De één huilde, de ander zweeg, weer anderen schreeuwden van woede. Sommigen hadden naaste familieleden die al jaren probeerden kinderen te krijgen - mislukte zwangerschappen en adoptie. Voor hen was het nauwelijks te dragen dat een ander haar kind doodt. Toch hebben we de ouders en kinderen gevraagd Glenda's moeder te vergeven, want ze was ziek en ze was niet slecht.”

Tijdens de rouwdienst op school, een dag na Glenda's besloten begrafenis, was het muisstil, zeggen de leraren trots. “De dienst opende met 'Heal the world' van Michael Jackson. Ik heb nog nooit meegemaakt dat kinderen zo onder de indruk waren van muziek. Zo geroerd door een dienst”, vertelt Aben. “Zelfs de kleintjes begrepen dat hier iets belangrijks aan de hand was.” De meeste kinderen hadden gedichten en versjes geschreven over vlinders en over Glenda.

Hun geloof in God heeft ze geholpen, stellen de leraren unaniem. Glenda's dood heeft hen niet aan het twijfelen gebracht, maar hen er juist in gesterkt. Heinen: “Misschien is het beter zo, want wie weet hoe ongelukkig ze was geworden met haar moeder. We zeggen heus niet tegen kinderen dat ze naar de engeltjes is, maar wel dat ze naar een mooiere plek is dan op aarde.” Aben: “Als we dàt niet oprecht geloven, heeft het geloof toch geen zin?” De kinderen weten dat ze niet verdwenen is, volgens Heinen. “Ze zeggen: 'Glenda kijkt mee vandaag', ze praten met haar. We hebben ons hoofd erover gebroken of we carnaval moesten vieren. Het waren de kinderen die zeiden: 'Dat zou Glenda leuk vinden'.”

“We keken ervan op hoe hecht onze gemeenschap is. Een aantal vaders heeft een dag lang staan kleumen in de kou om de pers tegen te houden die de school in wilde”, vertelt Heinen. “Leraren steunden elkaar, ouders vingen elkaar op. Iedereen kende tenslotte Glenda en haar ouders. En het mooiste nog was dat de kinderen elkaar troostten en dat ze meevoelden met Glenda's vader. 'Hij is zijn enige kind kwijt en zijn vrouw komt niet snel terug', zeiden ze. Ze troostten mij ook, ze vroegen vaak: 'wilt u even weg?”'

De schuldvraag hebben de leraren nog niet van zich afgeschud. Heinen: “Telkens draait door mijn hoofd: had ik het kunnen voorkomen? Ben ik alert genoeg geweest?” Het antwoord op de tweede vraag is 'ja', is haar verteld. De school had ruim een half jaar voor de moord geëist dat Glenda werd onderzocht in het ziekenhuis, omdat haar moeder dagelijks klaagde dat Glenda ziek was, als zij haar naar school kwam brengen. Vader, vertellen leraren, werkte veel en zei weinig. “Volgens haar moeder had Glenda epilepsie-aanvallen en viel ze vaak van de trap. Maar op school was ze kerngezond, dus we kregen argwaan.” Uit het onderzoek bleek dat Glenda niets mankeerde; volgens de leraren had haar moeder haar problemen al die tijd op Glenda geprojecteerd. “We schakelden een vertrouwensarts in, maar iedereen - het ziekenhuis, de huisarts, de politie - zei: zonder bewijs, zonder blauwe plekken, kunt u niet naar de Kinderbescherming. We stelden vaak aan Glenda's moeder voor dat ze hulp moest zoeken, want we zagen dat ze labiel was. Maar bij de RIAGG stuitte ze op een wachtlijst van zes weken.”

Na het medisch onderzoek is er voor Glenda's moeder een gat gevallen, vermoeden de leraren nu. Heinen: “Haar moeder kon het ziekte-argument voor betutteling niet meer aanvoeren, omdat iedereen wist dat Glenda gezond was. Bovendien ging Glenda steeds meer met vriendinnen om en werd de band met haar vader sterker. Ze was bang haar te verliezen.” In het Pieter Baancentrum in Utrecht zou ze hebben verteld dat ze Glenda moest doden, om haar te behoeden voor de buitenwereld. Aben, Heinen en Van de Riet zouden Glenda's moeder weer eens willen spreken. Heinen: “Niet om haar iets te verwijten, eerder om er iets van te begrijpen. Ze was geen slechte vrouw, maar wij blijven met de vraag zitten hoe ze het kon doen.”