Frankrijk staakt snelle kweekreactor

ROTTERDAM, 20 JUNI. Frankrijk sluit de snelle kweekreactor Superphénix bij Grenoble. De nieuwe Franse regering heeft zes maanden uitgetrokken voor het opstellen van een technisch plan. Een sluitingsdatum staat nog niet vast.

Dat heeft premier Jospin gisteren in zijn regeringsverklaring bekendgemaakt.Vorige week had de nieuwe Franse milieuminister Dominique Voynet (ecologische partij) al gezinspeeld op sluiting van de reactor. Het leidde prompt tot verklaringen en demonstraties pro en contra.

Formeel kan de Franse regering pas tot sluiting van de Superphénix besluiten na overeenstemming met de Europese partners in het consortium Nersa, dat de bouw bekostigde. Frankrijk houdt 51 pocent in Nersa en Italië 33 procent. Nederland participeert voor 1,7 procent. De Superphénix, tussen 1976 en 1984 gebouwd, heeft bijna tien miljard gulden gekost.

De reusachtige kweekreactor, met een vermogen van 1200 MW de grootste die ooit is gebouwd, is sinds hij in 1984 in gebruik werd genomen achtervolgd door meer en minder ernstige ongelukken. Tot 1990 was de Superphénix hooguit enige maanden in bedrijf. Toen werd hij na een ongeluk opnieuw voor vier jaarstilgelegd. In februari 1994 werd besloten dat hij geen wezenlijke rol meer kreeg in elektriciteitsproductie maar voortaan slechts dienst zou doen als onderzoeksreactor.

Sluiting van de Superphénix betekent het definitieve einde van het onderzoek aan kweekreactoren het Westen. In 1991 werd besloten de snelle kweekreactor bij het Duitse Kalkar niet in gebruik te nemen. Toen eind 1992 de Britse regering zich terugtrok uit het Europese project voor het ontwerp van een Europese kweekreactor (EFR) stierf dat een stille dood. In 1994 sloten de Britten hun laatste kweekreactor bij het Schotse Dounreay. De VS hebben inmiddels ook alle kweekactiviteit beëindigd. Alleen Japan investeert nog in de kweektechniek, maar het verzet daartegen nam toe nadat zich in december 1995 een ongeluk voordeed met de Monju-reactor. Over de Russische inspanningen bestaat weinig duidelijkheid.

Snelle kweekreactoren verschillen wezenlijk van gewone kernreactoren. De laatste versplijten de uranium-isotoop 235 met door water of grafiet afgeremde neutronen die het splijtende uranium 235 zelf vrijmaakt. Het reactorvat van een kweekreactor kent twee verschillende zones. In de 'kern' versplijt plutonium onder invloed van de eigen neutronen die juist niet worden afgeremd (doordat vloeibaar natrium als koelmiddel wordt gebruikt) en daardoor in de 'mantel' uit de uranium-isotoop 238 nieuw plutonium kunnen vormen. Onder optimale omstandigheden ontstaat in de mantel net iets meer plutonium dan de kern opoffert. Dat is wat 'broeden' of 'kweken' wordt genoemd.

Omdat de uranium-isotoop 238 veel algemener is dan de vorm 235 werd, vóór Harrisburg en Tsjernobyl, veel waarde gehecht aan de kweektechniek. De laatste jaren ziet men de kweektechniek vooral als mogelijkheid om overtollig plutonium te versplijten. Daarvoor wordt de mantel weggelaten.