Europese munt

De euro is geen 'gemeenschappelijke munt'. Zeker na deze laatste Eurotop mogen de bewindslieden Kok en Zalm hem ook nooit meer zo noemen, wat zij nog wel doen in hun voorwoord bij de Postbus 51-brochure over de EMU - en wat NRC Handelsblad zelfs nog deed op de voorpagina van 17 juni. De euro is één munt.

Met accentjes op de e's. Het gaat daarbij om meer dan een woord. Het verschil is fundamenteel. Een gemeenschappelijke munt zou een munt zijn die verscheidene staten gezamenlijk hebben, naast hun nationale munten. Eén munt is de munt die die nationale munten vervangt, dus voor verscheidene staten de enige munt wordt. Dat is de euro, volgens plan vanaf 1 juli 2002.

Over dit verschil is ook gedebatteerd en er is uitdrukkelijk voor één muntgekozen. Niet nu, maar al in de tijd van de ecu. In het Engels zegt men dan ook single currency, niet common currency (al is dit laatste juist door de Britten toen wel geopperd; die wilden dan een 'harde ecu', naast hun eigen pond). In het Frans is het monnaie unique, niet monnaie commune. En ten onrechte schrijft het economie-katern van deze krant vaak 'eenheidsmunt'. Dat is een germanisme. De Duitse verdragstekst zegt Einheitswährung. In het Nederlands is het: één Europese munt.