Dunne verhaaltjes bij grappige tekeningen

Matthijs Beentjes en Sieb Posthuma: Ik en mijn monster. Lemniscaat, ƒ 24,50 Nicholas Allen: In vredesnaam. Vert. uit het Engels Kien Seebregts. Zirkoon, ƒ 18,95 Femke van Heerikhuizen: Lies & Lotje: Spelletjes spelen. Verkrijgbaar bij Kinderboekwinkels. Prijs ƒ 15,-

Het aandachtspunt op elke tekening van Sieb Posthuma is de neus. Bij gebrek aan neus (maar is er eigenlijk wel ooit gebrek aan neus bij Posthuma?) of als extra neus, kunnen tuiten, kranen, regenpijpen, snavels en takken dienen. En wat is er dan met die neuzen? Ja. Wat is ermee? Ze zijn beweeglijk, fors, middelpuntig, karakteristiek - ze zijn 'partjes pro toto'. Ze drukken uit hoe de bezitter van de neus zichzelf uitstrekt naar de omringende wereld, of zichzelf daarin steekt - neuzen zijn expansief en expressief tegelijk. Posthuma-neuzen dan.

Sieb Posthuma heeft nu een boek vol neuzen getekend, getiteld Ik en mijn monster en geschreven door Mathijs Beentjes. De schutbladen zijn versierd met portretjes in ovale lijstjes van allemaal types met belangwekkende reukorganen. Verder gaat het verhaal over 'ik' (mopsneusje zonder zichtbare gaten, enorme blauwe muts), die erg gepest wordt door Guido (snavelachtige wipneus met geprononceerde neusgaten, bivakmuts) en over 'mijn vader' (neus van pinokkio-achtige allure, meestal een doek om het hoofd).

Mijn vader reageert aanvankelijk op de klachten van 'ik' over Guido met aanvallen van schoonmaakdrift. Na elk onrecht dat het jochie wordt aangedaan, variërend van hem in de sloot gooien of hem sufboksen tot, met behulp van Guido's gemene broers, 'kindwerpen', reageert vader met stofzuigen, boenen, afwassen en het onrecht negeren. Tot het huis op een dag te schoon is om zich nog langer op af te reageren. Dan verandert vader in een monster en doen mijn vader en ik alles met Guido en zijn broers wat zij 'mij' eerder hebben aangedaan.

Ik en mijn monster is een eenvoudig wraakverhaal, maar met heerlijke, beweeglijk snuffelende tekeningen.

Ook In vredesnaam van Nicholas Allan is een verhaaltje dat voornamelijk uit onderschriften bij tekeningen bestaat. Maar deze tekeningen zijn veel minder sterk - ze zijn eigenlijk nogal erg eenvoudig. In vredesnaam is meer een langgerekte grap, over een tevreden bewoner van een overigens onbevolkt eiland waarop op een dag een vogel komt wonen. Enfin, het bekende verhaal, eerst is dat vreseljk irritant en moet die vogel weg, maar als hij uiteindelijk gaat, wordt hij gemist. De ontknoping is grappig: de duif blijkt met een takje van het eiland weggevlogen te zijn - naar Noach op zijn ark. Die legt aan bij het voorheen zo rustige eiland met paarsgewijs poepende, snuivende, kwetterende en gakkende gediertes. Arme kluizenaar.

De twee kleine meisjes uit Lies & Lotje. Spelletjes spelen zijn voornamelijk twee grote ronde hoofden op gebogen dunne beentjes. Femke van Heerikhuizen ontwierp ze en gaf ze uit in eigen beheer ('Ik kon best een uitgever vinden!' zegt een begeleidend schrijven. 'Waarom geef je het dan zelf uit? Omdat het nu precies zo geworden als ik zelf wil!'). Het zijn grappige eigenwijze frummeltjes in komisch kale tekeningetjes deze Lies & Lotje. Het verhaal is, net als in de andere boeken, aan de magere kant, maar bij echt leuke tekeningen geeft dat niet zo. Althans, het geeft niet zo heel erg.Iemand die opmerkelijk en fantasierijk kan tekenen moet vooral zorgen dat hij of zij een goede schrijver vindt. Want dunne verhaaltjes kunnen niet gered worden door grappige tekeningen. Maar die laatste zijn wel vrolijk stemmend.